Omgevingsbeïnvloeding
Bij alle bouwwerkzaamheden speelt omgevingsbeïnvloeding een rol. De mate van omgevingsbeïnvloeding is afhankelijk van de projectlocatie. In binnenstedelijk gebied is de druk op de omgeving veel hoger dan in landelijk gebied. Hierdoor kunnen in landelijk gebied ook meer risico’s genomen worden en is er ruimte voor innovatie. Een mooi voorbeeld hiervan is de Groene Hart Tunnel. Hier is de grootste diameter tunnel ooit in slappe grond toegepast. Dit was mede mogelijk omdat er aan maaiveld geen obstakels waren, dus zettingsproblematiek was niet direct aan de orde. Hoe anders kan een project lopen in binnenstedelijk gebied, bijvoorbeeld de Noord-Zuidlijn te Amsterdam. Een kleine uitvoeringsfout kan gelijk grote gevolgen hebben zoals in de praktijk is gebleken.
Momenteel wordt er hard gewerkt aan een “richtlijn omgevingsbeïnvloeding bij bouwputten” door de commissie F531 “Gedrag Bouwputten Noord-Zuidlijn”. Deze commissie valt onder het Gemeenschappelijk Praktijkonderzoek Boortunnels (GPB). Het doel van het opstellen van de richtlijn is het verbeteren van het ontwerp van bouwputten in relatie met de omgeving.

