12.00 UUR ONTVANGST/LUNCH
13.00 UUR Plenaire sessie
De vraag wanneer een bouwput diep is, is waarschijnlijk net zo min eenduidig te beantwoorden als de vraag wanneer een gebouw hoog is. Het antwoord ligt dan ook niet opgesloten in de absolute diepte, maar in de mate waarin er sprake is van bijzondere ontwerp- of uitvoeringsaspecten. Bij een hoog gebouw zijn dit ontwerpzaken als stabiliteit en windbelasting en de logistiek tijdens de bouw. Welke aspecten spelen bij een diepe bouwput een rol en vragen om extra aandacht? In deze lezing wordt, aan de hand van een praktijkvoorbeeld, een antwoord gezocht op deze vraag met als doel diepe bouwputten als zodanig te herkennen.
Rotterdam kenmerkt zich door een intensief gebruikte openbare ruimte in een grootstedelijke omgeving. De dynamiek is groot: zowel vanuit gemeentelijke als private hoek worden projecten geïnitieerd en uitgevoerd op het gebied van infra en bouw. Het complexe geheel van zo’n dynamische stad vraagt om een hoge mate van professionaliteit van gemeente en markt, ook in de wijze van samenwerking. Dat een goed contract vertrouwen niet uitsluit, maar juist kan borgen wordt geïllustreerd binnen het project Museumparkgarage en ondergrondse waterberging. Hier is van de nood een deugd gemaakt en zijn de krachten van opdrachtgever en opdrachtnemer gebundeld in een alliantie.

DelftCluster, het COB en de CUR werken samen met een brede vertegenwoordiging van de sector aan nieuwe richtlijnen rondom bouwputten. De vraag hiernaar is groot, want in de huidige omstandigheden in de markt is er een grote noodzaak voor de juiste inzet van kennis in het bouwproces. Opdrachtgevers en toezicht vragen om eenduidige afspraken en ontwerpers en aannemers zijn gebaat bij een standaard die voorkomt dat onderdelen over het hoofd worden gezien. Voor een goede risicobeheersing is zowel aandacht nodig voor het ontwerpen van bouwputten als voor het monitoren van de effecten van de bouw in de uitvoering. Daarbij draait het om de technische invulling van ontwerp en monitoring bij bouwputten. Tijdens de presentatie zal worden ingegaan op die onderdelen van de ontwerprichtlijn, die momenteel in voorbereiding is, die te maken hebben met de ontwerpfilosofie, de randvoorwaarden voor ontwerp en de rekenmethoden. In het tweede deel van de presentatie zal de inhoud van de monitoringsrichtlijn, die op dit moment vrijwel gereed is, worden besproken.

Falen van grond- en grondgerelateerde constructies (bouwputten, funderingen, grondwerk) vormen een belangrijke schadepost, zowel in de utiliteits- en woningbouw als de grond-, weg- en waterbouw. Naast directe schade kan dit ook gepaard gaan met indirecte schade. Aan aansprekende voorbeelden, met name bij binnenstedelijke ondergrondse bouwwerken, geen gebrek. Het ligt voor de hand: leer ervan en zorg dat hetzelfde je niet nog een keer overkomt. Met het in 2008 gestarte project ‘Leren van geotechnisch falen’ wordt beoogd een meer structurele aanpak van case onderzoek en het daarop volgende leerproces te verkrijgen. Het is een initiatief van KIVI NIRIA Geotechniek en RWS en wordt als CUR Bouw & Infra project uitgevoerd. In de presentatie worden doel en werkwijze van het project toegelicht en worden twee cases gepresenteerd: Westerhaven (Groningen) en Zuidpoort (Delft).
De complexiteit van gemeentelijke bouwprojecten neemt steeds verder toe. Voorbeelden te over. Dit vraagt om meer grip. Delft Cluster onderzocht de belemmeringen en voorwaarden om effectief met risico’s en kansen om te gaan. Verschillende gemeenten namen aan dit onderzoek deel. Risicomanagement blijkt geen kunstje, als integraal onderdeel van de gemeentelijke organisatie heb je er ook echt wat aan. Welke manieren heb je om het organisatorisch in te bedden? Welke rol speelt cultuur, vertrouwen en motivatie erbij? Leer van ervaringen van andere gemeenten.
In Den Helder is een kade voor onderzeeërs aangelegd. Deze kade bevindt zich op relatief korte afstand van de vaste wal. Op ca 40 meter afstand bevindt zich onder andere het zogenaamde “Steatenhuis” een monumentaal gebouw uit de 18e eeuw. Bij de realisatie van dit project zijn trillingproducerende werkzaamheden verricht, zoals het inbrengen van een combiwand. Deze presentatie gaat over de predictie en het meten en bewaken van trillingsniveaus tijdens bouwwerkzaamheden. Aan de hand van deze case wordt aangegeven hoe het GeoBrain Bouwtrillingen hierin een rol kan spelen. GeoBrain Bouwtrillingen is een ervaringsdatabase voor bouwtrillingen. Deze is recent ontwikkeld in het kader van de COB commissie TC 131.

‘Als we de grond maar uit zijn dan hebben we de bouw weer beter in de hand’. Een verzuchting die in bouwend Nederland steeds vaker wordt gehoord. Strakkere en complexere regelgeving, lange procedures voor de benodigde vergunningen, dichte infrastructuur, een mondige omgeving en de vaak zakkingsgevoelige bodemopbouw maken ondergronds bouwen complex en ondoorzichtig. Regels en eisen vanuit de overheid, al of niet terecht, worden opgelegd om risico’s te verkleinen. Tijdens de uitvoering van de bouwput en bemalingen kan dit leiden tot vertraging en meerkosten. Door het bouwproces vanaf de initiatie- tot de ontwerpfase zorgvuldig te sturen, kan een procesmanager tijdens de uitvoering van de ondergrondse bouw veel frustraties voorkomen.

In de afgelopen jaren zijn vaak gebouwschades van bestaande gebouwen door de nabijgelegen bouw van ondergrondse, binnenstedelijke bouwprojecten voorpaginanieuws geworden. Het voorspellen van grondvervormingen door de aanleg van bouwputten en boortunnels en het vaststellen van daaruit resulterende potentiële schaderisico’s aan belendende gebouwen vormen daarom een belangrijk onderdeel van het risicomanagement bij ondergrondse werkzaamheden in stedelijke gebieden. Het onderzoek presenteert recente ontwikkelingen van voorspellingsmethodieken die in de ontwerpfase gebruikt kunnen worden voor het uitvoeren van een risicoanalyse, of om gebruikt te worden voor een postdictie om de relatie tussen ontgravingwerkzaamheden en een geclaimde bouwschade te analyseren. Tevens wordt een vooruitzicht gegeven op aanbevolen vervolgonderzoek.

De noodzaak voor een andere aanpak van ondergronds bouwen in stedelijke gebieden behoeft geen verdere toelichting. Hierbij dient risicobeheersing parallel te lopen aan het toepassen van innovaties. Het goede nieuws is dat zo'n andere aanpak kan. Andere innovatieve high-risk sectoren, zoals de offshore en process industrie, hebben dat inmiddels bewezen. Het daadwerkelijk toepassen van risicomanagement is hiervoor een keiharde noodzaak. Volgens de meeste recente wetenschappelijke inzichten vereist dit veel méér dan af en toe een risicoanalyse doen. Het implementeren van effectief risicomanagement vereist het combineren van risicomanagement, innovatiemanagement en verandermanagement. Alleen dan is het mogelijk dat binnen alle geledingen van een (project)organisatie permanente alertheid op risico's én kansen ontstaat. In de presentatie wordt een concrete aanpak gepresenteerd, waarin proces, organisatie en de menselijke factor een hoofdrol spelen. Met deze aanpak kan een ieder die betrokken is bij ondergronds bouwen zijn of haar voordeel doen.

| Presentaties |