externe links



Veel gestelde vragen

1) Waarom is het project Tweede Heinenoordtunnel zo bijzonder?

De aanleg van de Tweede Heinenoordtunnel is bijzonder, omdat het de eerste geboorde (langzaam)verkeerstunnel is. Er zijn wel eerder tunnels geboord, maar daarbij werden andere technieken gebruikt en waren de diameters niet groter dan ongeveer 3 meter. De (inwendige) diameter van de twee tunnelbuizen van de Tweede Heinenoordtunnel is 7,6 meter. Verder is de bouw van de tunnel bijzonder omdat het een praktijkproject is, dat dient om ervaring op te doen met het boren van tunnels in de voor een groot deel van Nederland karakteristieke slappe bodem. Omdat het een praktijkproject is, worden onder begeleiding van het Centrum Ondergronds Bouwen tijdens de bouw verschillende praktijkproeven uitgevoerd. Alle partijen die bij het project betrokken zijn, zijn verplicht om de kennis en ervaring die ze opdoen, over te dragen. Dat moet resulteren in veel wijze lessen voor de toekomst. Het project vormt daarmee ook de basis voor een nieuwe toekomst voor tunnelbouwend Nederland.


2) Waarom is er in Nederland niet eerder een tunnel geboord?

In Nederland zijn er - in tegenstelling tot het buitenland - nog niet eerder geboorde verkeerstunnels gebouwd. Het was eenvoudigweg niet echt noodzakelijk. De meeste tunnels in Nederland kruisen een waterweg en daarvoor is het afzinken van vooraf gefabriceerde tunnelelementen - de afzinkmethode - uitstekend geschikt. Nederland heeft hiermee zelfs wereldfaam gemaakt. In de tweede plaats werden de technische en financiële risico's tot voor kort te groot geacht. De techniek van het boren van tunnels heeft zich echter de laatste jaren sterk ontwikkeld, waardoor de slappe Nederlandse bodem geen belemmering meer vormde. Bovendien vraagt de samenleving steeds vaker om het ondergronds aanleggen van infrastructuur, zoals de HSL onder het Groene Hart. Het boren van tunnels kan vrijwel zonder bouwhinder plaatsvinden en als de tunnel er eenmaal ligt kan de grond erboven voor iets anders worden gebruikt.


3) Hoe gaat het boorproces precies in zijn werk?

Bij de aanleg van de Tweede Heinenoordtunnel wordt gebruik gemaakt van een tunnelboormachine (TBM). Deze begint te boren vanuit een vantevoren aangelegde diepe (start)schacht. De boormachine is te vergelijken met een cilinder. Aan de voorkant bevindt zich het snijrad dat de grond wegboort, terwijl aan de achterzijde binnen de cilinder steeds een stukje betonnen tunnelwand geplaatst wordt. De wand van de Tweede Heinenoordtunnel - die bestaat uit twee buizen met een lengte van 1 kilometer - wordt gevormd door tunnelringen met een lengte van 1,5 meter. Elk van de tunnelringen bestaat weer uit acht delen (segmenten), die telkens wanneer de TBM een stukje heeft geboord in elkaar worden gezet. Zo vormt de tunnel in feite een grote bouwdoos. Steeds wanneer met behulp van de segmentenplaatser een nieuwe ring is geplaatst, kan de TBM zich hiertegen afzetten en weer een stukje naar voren boren. Daarna wordt er weer een ring geplaatst en zo gaat het proces 24 uur per dag door.


4) Hoeveel dagen per week wordt er geboord en wat is de gemiddelde snelheid van de boormachine?

Tijdens de bouw van de Tweede Heinenoordtunnel wordt er - onder normale omstandigheden - 24 uur per dag gedurende 5 dagen in de week geboord. Het tempo waarin dat gebeurt, is in hoge mate afhankelijk van de wijze waarop de aan- en afvoer van alle benodigde materialen is georganiseerd: het logistiek proces. Het monteren van een complete ring, die bestaat uit 8 geprefabriceerde betonnen segmenten, neemt ongeveer 25 tot 40 minuten in beslag. Bij een boorsnelheid van (gemiddeld) 5 centimeter per minuut staat de boor na elke 30 minuten (een tunnelring heeft een breedte van 1,5 meter) ongeveer een half uur stil voor het plaatsen van een volledige ring. Ook moeten tijdens deze perioden van ringbouw verschillende buizen en leidingen verlengd worden.
Bij het boren van de eerste buis van de noordoever naar de zuidoever, bedroeg de maximale dagproductie 21 meter (= 14 tunnelringen). De maximaal behaalde weekproductie was 81 meter (= 54 ringen), terwijl de gemiddelde snelheid bij het boren van de totale buis 9,5 meter per etmaal bedroeg.


5) Hoe wordt de tunnelboormachine (TBM) gestuurd, zodat de juiste lijn wordt gevolgd?

De tunnelboormachine is voorzien van een computerprogramma met daarin de informatie over de ideale lijn die de TBM moet volgen om exact op de juiste plaats de overkant te bereiken. De bestuurder van de boormachine kan met een besturingsprogramma de druk van de uitschuifbare vijzels op de segmenten (waartegen de boormachine zich afzet) variëren. Door deze drukverschillen is het mogelijk de machine te sturen. Iets meer druk op de linkervijzel betekent bijvoorbeeld dat de machine naar rechts beweegt. Mocht de TBM teveel uit koers raken, dan berekent het computerprogramma precies welke correcties - niet meer dan enkele centimeters - moeten worden uitgevoerd. Met behulp van laserapparatuur wordt voortdurend gemeten of de machine nog op de juiste plek is.


6) Wat gebeurt er met de grond die uit de TBM komt?

De grond die de tunnelboormachine afgraaft, wordt met een vloeistof (bentonietvloeistof) vermengd, afgezogen en teruggepompt naar een scheidingsinstallatie op het bouwterrein op de noordelijke oever. In deze scheidingsinstallatie wordt de bentonietvloeifstof vervolgens van de grond gescheiden. Aan de noordzijde van de Oude Maas bevindt de bouwplaats van de Tweede Heinenoordtunnel zich op de plaats van een voormalig baggerslibdepot. De daar opgeslagen verontreinigde grond is weggegraven bij het aanleggen van de start- en ontvangstschacht en opzij gezet. Met de grond die tijdens het boren van de tunnel vrijkomt - per buis gaat het om ongeveer 55.000 m3 - wordt dit baggerslib geïsoleerd. Uiteindelijk ontstaat daardoor een heuvel die zorgt voor een mooie landschappelijke inpassing van de tunnel.


7) Wat voor proeven worden er gedaan en wat gebeurt er met de kennis en ervaring die bij het project wordt opgedaan?

Alle proeven die bij de Tweede Heinenoordtunnel worden uitgevoerd, vinden plaats onder begeleiding van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB). De proeven zijn bijvoorbeeld bedoeld om te onderzoeken hoe de grond zich gedraagt voor, tijdens en na de passage van de tunnelboormachine. Ook zijn twee meetringen ingebouwd, waarmee de vervorming van de betonnen tunnelringen zelf kan worden vastgesteld. Daarnaast beschikt ook de tunnelboormachine over instrumenten die het boren en de handelingen die daarvoor noodzakelijk zijn, in de gaten houden.


8) Hoe is het probleem van de lekkage aan de staartafdichting opgelost?

In mei 1997 bleek de rubberen staartafdichting niet goed te functioneren, waardoor een lekkage ontstond. Deze afdichting moet voorkomen dat water en grond de tunnelboormachine instromen via de ruimte tussen de buitendiameter van de betonnen tunnelwand en de binnendiameter van de boormachine (TBM). Als oplossing is gekozen voor het inbouwen van een nieuw soort staartafdichting, een zogeheten staalborstelafdichting. Deze afdichting bestaat uit stalen borstels waartussen zich "kamers" bevinden die met vet zijn opgevuld. Tijdens het aanbrengen van de borstelafdichting is de grond rond de tunnelboormachine als extra veiligheidsmaatregel door middel van injecties gestabiliseerd.


9) Hoe is het probleem van de boorfront-instabiliteit opgelost?

Tijdens de bouw van de eerste buis van de Tweede Heinenoordtunnel werd eind augustus 1997 het boorproces voor de tweede maal stilgelegd. De reden hiervan was het ontstaan van een lekweg vanaf de tunnelboormachine naar boven tot de bodem van de rivier. Dit maakte het onmogelijk om de voor het boorproces noodzakelijke druk op te bouwen. Na dichting van de lekweg, ondermeer met behulp van enorme hoeveelheden kattenbakgrit, kon het boren - een kleine maand later - weer worden hervat. De ervaringen die met dit incident zijn opgedaan, zijn nauwkeurig geanalyseerd en hebben geleid tot aanpassing van de procedures die het mogelijk maken in dergelijke situaties adequaat te handelen. Ook is in nauwe samenwerking met het Centrum Ondergronds Bouwen onderzocht of er inmiddels detectiemogelijkheden bestaan, waarmee zwakke plekken (mogelijke lekwegen) in de bodem kunnen worden opgespoord. Dergelijke methoden blijken echter nog in de kinderschoenen te staan en zijn vooralsnog niet goed toepasbaar.


10) Wordt de machine na afloop nog gebruikt voor een ander project?

De tunnelboormachine (TBM) waarmee de Tweede Heinenoordtunnel wordt geboord, is speciaal voor dit project ontworpen en gemaakt. Dat wil zeggen dat bij het ontwerp van de machine rekening is gehouden met specifieke zaken als de grootte van de diameter en de grondgesteldheid onder de Oude Maas. Wanneer de tunnel af is en er twee buizen van elk een kilometer zijn geboord, is de machine niet versleten en kan zelfs nog wel een aantal kilometers mee. Maar of de TBM daadwerkelijk voor een ander project wordt ingeschakeld, hangt vooral af van de specifieke wensen en voorwaarden die bij dat project gelden. Met de aannemer van de Tweede Heinenoordtunnel is een afschrijving overeengekomen die afhankelijk is van de bestemming die de machine uiteindelijk krijgt.


Veelgestelde vragen



Externe links

Overheid

Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Ministerie van VROM


Ondergronds bouwen

COB
TU Delft/Ondergronds Bouwen
Zwarts & Jansma
International Society for Trenchless Technology
Tunnels & tunnelling
Digging Deep


Boorprojecten

Botlekspoortunnel
Noord/Zuidlijn
Westerscheldetunnel
Project Storebaelt Denemarken
Project Central Artery Tunnel Boston


Civiele technieken

CUR
Ballast Nedam
Wayss & Freytag
Hollandsche Beton Groep
Bouwweb
Van Hattum en Blankevoort


Overig

Hogesnelheidslijn Zuid
Port of Rotterdam
de Westerscheldetunnel



e-mail

veilig en comfortabel naar de overkant | oplossen van files | tunnelboortechniek getoetst in de praktijk | expertise biedt nieuwe perspectieven | verdient boren de voorkeur ? | ondergronds bouwen; de extra dimensie | de techniek verder uitgediept | projectpartners | veelgestelde vragen & externe links