zadel

Project aanpak
Voetgangers en (brom)fietsers
Agrarisch verkeer



1.1 Project aanpak

1.1.1 Historie

Jarenlang vormde de Barendrechtse brug de verbinding tussen de eilanden IJsselmonde en de Hoeksche Waard. De brug werd gebruikt door alle soorten verkeer: snelverkeer agrarisch verkeer, (brom)fietsers en voetgangers. Door het toenemende scheepvaartverkeer op de Oude Maas stond de Barendrechtse brug echter steeds vaker open. Samen met het toenemende autoverkeer zorgde dit voor files. De oplossing voor deze congestieproblemen werd halverwege de jaren '60 gevonden in de aanleg van een vaste oeververbinding onder de Oude Maas: de Heinenoordtunnel. Het langzaamverkeer, dat momenteel gebruik maakt van de Heinenoordtunnel, deelt deze met het snelverkeer. Voetgangers, (brom)fietsers en landbouwvoertuigen zijn momenteel aangewezen op het gebruik van één rijstrook in de westbuis van de tunnel. Deze situatie wordt door het langzaamverkeer als onplezierig en soms zelfs gevaarlijk ervaren. In 1999 krijgt het langzaamverkeer dan ook een eigen tunnel: de Tweede Heinenoordtunnel. Daarmee wordt voor deze verkeerscategorie een veiliger en comfortabeler oeververbinding gerealiseerd.

1.1.2 Gebruikers en belanghebbenden

De Tweede Heinenoordtunnel zal worden gebruikt door mensen en moet dus in de eerste plaats aan hun wensen en eisen voldoen. Het uitgangspunt is geweest om in samenspraak met alle belanghebbenden te komen tot een veilige, functionele en gebruikersvriendelijke tunnel. Zo is er in eerste instantie overleg gevoerd met de betrokken gemeenten: Barendrecht en Binnenmaas. Bovendien is er een gebruikersonderzoek verricht. Ook gebruikers van landbouwvoertuigen hebben aan deze enquête meegedaan. Gelijktijdig met de start van het gebruikersonderzoek is een klankbordgroep geformeerd, waarin vertegenwoordigers van regionaal betrokken instanties, de Veiling Holland/Zeeland en de Fietsersbond enfb zitting hadden. De resultaten van dit overleg met verschillende belanghebbenden hebben een grote rol gespeeld in het bepalen van de uiteindelijke uitvoering van de Tweede Heinenoordtunnel.

1.1.3 Landschappelijke inpassing en natuurontwikkeling

In het open landschap langs de Oude Maas mag de Tweede Heinenoordtunnel geen lelijk obstakel worden. Daarom wordt het tunnelcomplex zorgvuldig ingepast in de groene omgeving, waarin de rivier een bepalende factor is. Er is gekozen voor een eenvoudige vormgeving van de tunnelingangen, waarbij het landschappelijke karakter van de omgeving contrasteert met de high-tech architectuur van de tunnel. Belangrijk is ook dat de natuur kansen krijgt. Bij de Tweede Heinenoordtunnel worden vooroevers gecreëerd, met een overgang van een nat naar een droog milieu. Dat biedt alle ruimte aan planten en dieren. Ook krijgt de natuur vrij spel in de waterpartijen die de tunnelingangen omgeven. Zo kan de tunnel een waardevol element worden in een zich ontwikkelende omgeving.

 Project aanpak
Agrarisch verkeer




1.2 Voetgangers en (brom)fietsers

1.2.1 Veiligheid en ontwerp van de tunnel

Veiligheid en gebruiksvriendelijkheid stonden voorop bij het ontwerpen van de Tweede Heinenoordtunnel. Niet alleen moet de verkeersveiligheid zo groot mogelijk zijn, de gebruiker moet zich in de tunnel ook veilig voelen. Zeker op een plek als deze, ver van de bewoonde wereld. Voetgangers en (brom)fietsers krijgen in de tunnel de beschikking over een eigen tunnelbuis. Dit betekent dat zij niet meer geconfronteerd worden met het landbouwverkeer. Gekozen is voor een licht en ruimtelijk ontwerp van de tunnelingangen. Hier wordt veel glas gebruikt, zodat er zoveel mogelijk daglicht binnenkomt. Roltrappen en liften geven de voetgangers en (brom)fietsers op een verkeersveilige en comfortabele manier toegang tot de tunnel die 12,5 meter dieper ligt en een lengte heeft van 1350 meter. De tunnel zelf wordt voorzien van lichte wanden en goede verlichting. Het ontwerp is zodanig, dat niemand zich ongemerkt in de tunnel kan ophouden. In geval van nood kunnen de tunnelgebruikers door middel van het indrukken van de ruim aanwezige noodknoppen in contact treden met de tunnelbeheerder. Bovendien maakt de aanwezigheid van een camerasysteem het mogelijk de tunnel vanuit de continu bemande verkeerscentrale op elk gewenst moment te inspecteren.







1.2.2 Toeleidende route naar de tunnel

De locatie en vormgeving van de toeleidende routes zijn mede tot stand gekomen in overleg met de betrokken gemeenten, waterschappen, politie en de Fietsersbond enfb. Op de routes naar de tunnelingangen wordt zoveel mogelijk geprobeerd om duidelijkheid en overzicht te creëren. Hiertoe zal bestaande beplanting worden verwijderd en zullen de routes goed worden verlicht. In de routes is een onderscheid gemaakt tussen doorgaand (brom)fietsverkeer, en recreatieve fietsers en voetgangers. Fietsers en bromfietsers die van zuid naar noord gaan (en vice versa) zijn overwegend op weg naar school, werk, of weer naar huis. Voor hen worden de toeleidende routes zo ruim mogelijk opgezet: geen scherpe bochten en bredere paden dan strikt genomen noodzakelijk zou zijn. Voor het recreatieve fietsverkeer dat door de polders rijdt van oost naar west (en omgekeerd) en al dan niet van de tunnel gebruik maakt, wordt de breedte van de fietspaden wat kleiner gehouden.


 Project aanpak
Voetgangers en (brom)fietsers



1.3 Agrarisch verkeer

1.3.1 Veiligheid en ontwerp van de tunnel

Het agrarisch verkeer krijgt in de Tweede Heinenoordtunnel de beschikking over een eigen tunnelbuis. Dit betekent dat landbouwvoertuigen in de tunnel niet meer worden geconfronteerd met (brom)fietsers en voetgangers. De rijbanen zijn breed genoeg voor de meeste landbouwvoertuigen om elkaar te kunnen passeren. De afmetingen en de hellingshoek van de tunnel maken het mogelijk dat ook voertuigen met een aanhanger of oplegger van de tunnel gebruik kunnen maken. De lengte van de tunnel is 1.350 meter, waarvan de toegangsschacht 38 meter voor zijn rekening neemt. De helling van het wegdek in de tunnel is 1:30. De toerit tot de tunnel heeft een rechte vormgeving, is 155 meter lang en heeft een helling van 1:15. Met het oog op luchtverontreiniging beschikt de tunnel over een ventilatiesysteem. In geval van nood kunnen de tunnelgebruikers door middel van het indrukken van noodknoppen in contact treden met de tunnelbeheerder. Bovendien maakt de aanwezigheid van een camerasysteem het mogelijk de tunnel vanuit de continu bemande verkeerscentrale op elk gewenst moment te inspecteren.

1.3.2 Toeleidende route naar de tunnel

Het landbouwverkeer zal - vanuit het zuiden gezien - via de Blaaksedijk en de bestaande oostelijke parallelweg de tunnelbuis induiken. De toerit met een lengte van 155 meter heeft een helling van 1:15. Aan de overkant gekomen, maken de landbouwvoertuigen opnieuw gebruik van de reeds bestaande oostelijke parallelweg naar de parallelweg van de Kilweg. De tunnel is ruim genoeg om landbouwvoertuigen met een standaard breedte en hoogte elkaar te laten passeren. Mochten er zich incidenteel voertuigen aanmelden die groter zijn, dan wordt dat automatisch door middel van een zogeheten hoogte/breedte-detectiesysteem gesignaleerd. De betreffende voertuigen moeten dan wachten totdat de tunnel vrij is, waarna ze gebruik kunnen maken van beide rijstroken in de tunnelbuis.

veilig en comfortabel naar de overkant | oplossen van files | tunnelboortechniek getoetst in de praktijk | expertise biedt nieuwe perspectieven | verdient boren de voorkeur ? | ondergronds bouwen; de extra dimensie | de techniek verder uitgediept | projectpartners | veelgestelde vragen & externe links