Boren met de tunnelboormachine
Logistiek
Voorzieningen
Ontwerp
Bodemonderzoek
Vergunningen
Bouwrijp maken
Bouw noordelijke start-
en ontvangstschacht

Brilwand / dichtblok noord
Rivierwerk
Boren


7.11 Het boorproces en veiligheid

Het boren van een verkeerstunnel met een relatief grote diameter, is in Nederland een nieuw fenomeen. Dat betekent ook dat toen het project van start ging, de regelgeving op verschillende terreinen nog in de kinderschoenen stond. De veiligheidsaspecten die bij het boren komen kijken, vormen zo'n nieuw gebied. Daarom zijn de voorschriften die bij de Tweede Heinenoordtunnel worden gehanteerd, deels ontleend aan de Duitse praktijk. Daar bestaat al veel meer ervaring met boren.

Op de bouwlocatie van de Tweede Heinenoordtunnel gelden bovengronds de standaard veiligheidsvoorschriften. De werkzaamheden onder de grond vormen een ander verhaal.
Voordat het project van start ging is eerst uitgebreid geïnventariseerd wat er allemaal fout kan gaan. Daarbij gaat het om de meest uiteenlopende rampenscenario's: een explosie, brand en instroming van grond en water. Vervolgens is gekeken hoe calamiteiten kunnen worden voorkomen en wat er gedaan moet worden als er toch iets gebeurt.

Op basis hiervan zijn veel voorzieningen getroffen om de veiligheid in de tunnel (en tunnelboormachine) te garanderen.
Om snel een brand te kunnen blussen, zijn overal in de tunnel brandslangen aangebracht. Wanneer de kwaliteit van de lucht verslechtert, hebben de mensen die in de tunnel werken de beschikking over luchtmaskers met gecomprimeerde lucht.
Om er voor te zorgen dat de verlichting in de tunnel altijd functioneert, zijn maatregelen genomen in de vorm van back-up voorzieningen. Wanneer de eigen stroomvoorziening op de bouwlocatie uitvalt, wordt direct overgeschakeld op het gewone elektriciteitsnet. Mocht ook dit het begeven, dan brandt de tunnelverlichting nog ongeveer drie kwartier op batterijen.

7.11.1 Duikers

Voor onderhoud of reparaties moeten duikers de boorkamer van de tunnelboormachine via een druksluis kunnen betreden. Daarom is het van wezenlijk belang dat de perslucht, die in de boorkamer de bentonietslurry op druk houdt, altijd van ademkwaliteit is. Bovendien moeten de werkzaamheden in de boorkamer onder overdruk worden uitgevoerd. Dat brengt het gevaar van caissonziekte met zich mee. Daarom is er altijd iemand aanwezig die in het bezit is van een speciaal duikdiploma (MAD-A), om eerste hulp te kunnen verlenen. Bovendien is op het moment dat een duiker de boorkamer betreedt, een arts gewaarschuwd. Deze moet binnen een uur aanwezig kunnen zijn. In principe vormt de decompressiekamer (een druksluis) de toegang tot de boorkamer. Wanneer iemand ziek is, wordt hij verder behandeld in een tweede decompressiekamer op de bouwplaats.

7.11.2 Slab

Aan het eind van de TBM zit een rubberen slab. Die vormt de staartafdichting en is uit veiligheidsoogpunt zeer belangrijk. Met de slab wordt voorkomen dat water en grond via de annulaire ruimte tussen de TBM en de tunnelwand de tunnel instromen. Voor het geval de slab het begeeft, is er een back-up voorziening in de vorm van een nooddichting.

7.11.3 Boorfrontstabilisatie door grout

In geval van een calamiteit kan het boorfront worden gestabiliseerd door inspuiting van grout. Hiertoe bevinden zich in het bovenste deel van het boorschild 14 injectie-openingen.

vorige pagina


veilig en comfortabel naar de overkant | oplossen van files | tunnelboortechniek getoetst in de praktijk | expertise biedt nieuwe perspectieven | verdient boren de voorkeur ? | ondergronds bouwen; de extra dimensie | de techniek verder uitgediept| projectpartners | veelgestelde vragen & externe links