Westerscheldetunnel
Door de Westerschelde is Zeeuws-Vlaanderen is afgescheiden van de rest van Nederland. De plannen voor een vaste verbinding tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen waren daarom ook niet nieuw. Al sinds de jaren dertig zijn initiatieven genomen om de oversteek makkelijker te maken. Tot voor kort leverde dat niets op. De Westerschelde vormt de verbinding naar de haven van Antwerpen en moet een vrije doorvaart hoogten hebben. Het plan om een geboorde tunnel onder de Westerschelde aan te leggen wordt nu toch uitgevoerd. In maart 2003 was de ondergrondse oeververbinding klaar. Sindsdien rijden naar schatting dagelijks 12.000 auto’s door de tunnel.
De Westerscheldetunnel is 6,6 kilometer lang en bestaat uit twee aparte tunnelbuizen. In iedere buis liggen twee rijstroken met een service kanaal daaronder. Onder het wegdek ligt de service kanaal. Hier liggen alle kabels voor de apparatuur in de tunnel zoals signalering communicatie systemen en lucht controle. De afmetingen zijn zo dat er zelfs een speciaal voertuig doorheen kan rijden. Helemaal onderin de tunnel is een extra drainage systeem, dit voor eventueel water dat in de tunnel terecht komt.
De tunnel is opgebouwd uit 53.000 segmenten met een dikte van 45 cm. Deze zijn direct na het boren door de tbm geplaatst. Het lokalen wegennet kon het transport van al de bouwmaterialen aan, het zou volledig dicht slippen. Daarom is er een speciale haven aangelegd zodat alle onderdelen per schip aangeleverd konden worden
Het oppervlak van de tunnel is qua oppervlakte te vergelijken met de gevel van een villa. De binnendiameter van de tunnel is 10,1 meter, de dikte van de tunnel segmenten en de groutlaag brengen de buiten diameter op 11,33 meter. Hier komt natuurlijk een hoop grond bij vrij. De opgeboorde grond zou aanvankelijk in de Westerschelde gestoord worden, door het bouwstoffenbesluit was dit niet toegestaan. Er moest uit gezocht worden tot in hoeverre de grond hergebruikt kon worden. De helft van de grond is voor een ander doeleinde gebruikt, dit was voornamelijk zand en wat klei. Een leuk detail is dat de klei aan een Belgische keramiek fabriek werd aangeboden. Zij wilden de klei alleen maar aannemen als ze er ook nog eens voor betaald werden. Dit maakte het hergebruik van de klei een stuk lastiger. De overige grond wordt alsnog in de Westerschelde gestort. Dit gebeurd echter wel op een plaats waar het als sediment naar de zee getransporteerd werd. Zo blijft het natuurlijke karakter behouden.
Er is veel aandacht besteed aan de veiligheid van de tunnel. Zo is er voor het geval van brand in de tunnel een hitte bestendige laag die een temperatuur van 1.350 graden celcius aan kan. Dit ter bescherming van de tunnel zelf. Voor de veiligheid van de gebruikers zijn er dwarsverbindingen tussen de twee tunnelbuizen. De 26 verbindingen liggen om de 250 meter. Dit werd gedaan met de vriestechniek, het grondwater en de grond wordt dan bevroren en vervolgens afgegraven. Bij de bouwmethode staat meer over deze techniek.
Locatie
Het tunnel tracé dat loopt van Ellewoutsdijk op Zuid-Beveland onder de Westerschelde door naar Terneuzen op Zeeuwsch-Vlaanderen.
Bouwmethode
Tunnelbuizen
Niet eerder is in West-Europa een dergelijk lange en diepe tunnel geboord in relatieve zachte grondsoorten als zand en klei. Speciaal voor dit project zijn in Duitsland twee boormachines gemaakt; De Sara voor de oostbuis en de Suzanna voor de westbuis. Deze dames boren met een snelheid van 12 meter per dag en werken volgens de hydroschildmethode. Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van een bentonietslurry (water met bentoniet) om aan het boorfront voldoende steundruk te geven. De bentonietslurry heeft een dubbele functie. Het dient als steunvloeistof en als transportmedium voor de afvoer van de ontgraven grond. De moeilijkheidsgraad van het werk is groot, vooral doordat zeer diep geboord en gebouwd moet worden. Met een diepte van 60 meter onder het zee niveau is dit ’s Werelds diepste boortunnel. Op de maximale diepte van 60 m heerst een druk van zeven bar.
Alle benodigde hulpapparatuur voor het boren van de tunnelschacht en het bouwen van de tunnelwand, bevindt zich op en in volgwagens achter het boorschild. Daarmee vormt zich als het ware een kruipende fabriek van 250 meter lengte.

