Eisten te stellen aan stalen en composiet staalbeton tunnelconstructies

Terug naar kennisbank
  • Document code: M611-01
  • Auteur: T. Hurkmans; Commissie M 610
  • Jaar: 2000

Samenvatting

In dit rapport worden voor het eerst in Nederland specifieke eisen samengebracht voor het ontwerp van ondergrondse constructies met een stalen lining. Het document is geschreven met toelichtende tekst en dus niet in de vorm van een norm. Het document beoogt een aanzet te geven tot uniforme prestatie-eisen voor tunnelconstructies. De belangrijkste aspecten die voor stalen tunnels spelen zijn:

– de belastingen (opdrijven)

– de brandwerendheid

– de duurzaamheid

– rekenregels voor staalbeton constructies

Met name bovengenoemde aspecten zijn nader onderzocht en worden in dit document uitvoerig besproken. Andere aspecten die bij het ontwerp van een ondergrondse constructie van belang zijn, zijn niet wezenlijk verschillend voor betonnen of stalen tunnels.

Na een inleiding waarbij een aantal definities en begrippen worden verduidelijkt, worden in hoofdstuk 2 de ontwerpgrondslagen voor een tunnelconstructie genoemd. Aangegeven wordt welke onderverdeling in type tunnels gemaakt kan worden. In dit hoofdstuk wordt gesproken over de constructieve veiligheid van de constructie gedurende de levensduur. Er is geen veiligheidsstudie gemaakt van de gebruiksfase. Aangenomen is dat de constructieve veiligheid die geldt voor bovengrondse constructies ook vertaald kan worden naar ondergrondse constructies. Aspecten als vluchtgangen en dergelijke staan los van de toepassing van een stalen lining en komen dus niet aan de orde. Genoemd worden de eisen ten aanzien van de betrouwbaarheid en bruikbaarheid. De stijfheid van tunnels voor spoorwegen zijn opgenomen omdat flexibele stalen tunnels in ontwikkeling zijn die in lengterichting zeer geringe stijfheid bezitten. De belastingcombinaties die in dit hoofdstuk worden genoemd worden in hoofdstuk 3 nader gespecificeerd. De uitvoeringsfase wordt slechts summier belicht omdat bij stalen tunnels dezelfde uitgangspunten gelden als bij betonnen tunnels.

Uitvoerig wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de randbelastingen die in tunnels kunnen optreden. Voor het eerst wordt een brandbelasting afhankelijk van het type tunnel ter discussie gesteld. Tunnels werden in het verleden doorgaans ontworpen op een brandbelasting behorende bij een transport van gevaarlijke stoffen door de tunnel (b.v. een tankauto). Dat zal in de toekomst niet voor alle tunnels gelden. Er zullen ook tunnels komen waarin transport van niet gevaarlijke stoffen met onbemande voertuigen plaatsvindt. De COB commissie M 613 heeft het onderzoek hiernaar verricht.

In hoofdstuk 4 wordt in kwalitatieve zin de eisen besproken die aan voegen worden gesteld. In hoofdstuk 5 tenslotte wordt ingegaan op de duurzaamheid van de stalen lining met betrekking tot corrosie. De COB commissie M 612 heeft het onderzoek hiernaar verricht.