Toetsingsrichtlijn voor het ontwerp van boortunnels voor weg- en railinfrastructuur

Terug naar kennisbank
  • Document code: EAU-019.CT.07.D
  • Auteur: COB
  • Jaar: 2000

Samenvatting

Kennis en ervaring op het gebied van ondergronds bouwen in zachte grond is belangrijk als Nederland de actualiteit wil volgen en de (inter)nationale positie van de Nederlandse ontwerpers en bouwers wil handhaven. Door een breed forum van partijen uit bedrijfsleven, overheid en kennisinstituten is in 1994 het Impulsprogramma Kennisinfrastructuur Ondergronds Bouwen opgesteld.

Het onderzoek en ontwikkelingswerk van CUR/COB worden verricht in het kader van een veel omvattend uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma kent in eerste instantie vier thema’s, te weten “Boren in zachte grond”, “Verkennen, voorspellen en monitoren”, “Economische

tunnelbouw” en “Construeren, beheren en onderhouden”. De thema’s worden ingevuld met uit te voeren onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten. Een belangrijk project binnen het eerste thema is “Ontwerpmethoden en rekenmodellen voor boortunnels” (CUR/COB commissie L500). De kern van dit onderzoeksproject bestaat uit het optimaliseren van bestaande en het zonodig ontwikkelen van nieuwe toepassingsgerichte en gevalideerde ontwerpmethoden en

rekenmodellen op het gebied van ondergronds bouwen, in het bijzonder voor boortunnels in de Nederlandse situatie. Een belangrijk eindproduct vormt een Toetsingsrichtlijn Boortunnels, waarin deze methoden en modellen staan beschreven.

Het voorliggende rapport bevat deze richtlijn, welke is samengesteld op basis van de door L500 goedgekeurde werkrapporten. Een lijst van deze werkrapporten is achterin deze richtlijn opgenomen.