“The world is not a solid continent of facts sprinkled by a few lakes of uncertainties, but a vast ocean of uncertainties speckled by a few islands of calibrated and stabilized forms.” Dit citaat van de Franse filosoof Bruno Latour vat de ondergrondse infrastructuursector goed samen. De ondergrond is een gebied met veel onzekerheden, dat gecoördineerd moet worden door stabiele factoren boven de grond, zoals de organisaties die betrokken zijn in ondergrondse infrastructuurprojecten. Maar hoe werken deze organisaties samen en hoe kunnen zij nog beter met elkaar samenwerken? In dit afstudeeronderzoek is er gekeken naar de besturing van inter-organisationele projecten, waarbij er drie thema’s naar voren komen.

Volgens Lerner (2011) zal in het jaar 2050 zeventig procent van de wereldpopulatie in een stedelijke omgeving wonen. Door deze trend zijn er de afgelopen jaren ongelofelijk veel ontwikkelingen geweest op het gebied van de ondergrond, om zo in te spelen op deze groei. We kunnen niet ontkennen dat de ruimte in de ondergrond steeds schaarser wordt en dit druk oplevert voor de betrokken partijen zoals netbeheerders, aannemers en gemeentes.

Binnen ondergrondse infrastructuurprojecten garanderen de verordeningen, voorschriften en overlegprocedures niet dat de samenwerking tussen de vele organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp, de bouw en het beheer van kabels en leidingen soepel verloopt. De aard van dit soort projecten is namelijk vaak complex en vereist een buitengewone mate van structuur, samenwerking en governance. Dit soort projecten, waar meerdere organisaties bij zijn betrokken voor een bepaalde tijdsperiode, vallen onder de noemer inter-organisationele projecten. De tijdelijkheid en onzekerheden binnen zo’n project brengen nog weleens uitdagingen met zich mee. Voor mijn afstuderen aan de opleiding Culture, Organization & Management aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam heb ik onderzoek gedaan naar de besturing van interorganisationele projecten in de ondergrondse infrastructuursector.

Handvaten
Om dit vraagstuk af te bakenen, is er een praktijkproject onderzocht dat voldoet aan bepaalde criteria. Zo moest het project zich in een stedelijke omgeving bevinden en in de voorbereidende fase. Uiteraard moesten hier meerdere partijen bij betrokken zijn, om zo de samenwerking hiervan te onderzoeken. Uiteindelijk is hier gekozen voor de Ombouw Amstelveenlijn. Kwalitatieve interviews zijn afgenomen met betrokken organisaties, van netbeheerder tot aannemer, om de achterliggende verhalen naar voren te krijgen. Er komen geen technische oplossingen aan bod. Uit het onderzoek is gebleken dat er drie thema’s zijn te onderscheiden in de ondergrondse infrastructuursector:

  • Conflicterende belangen in de ondergrond.
  • De tijdelijkheid van het project.
  • Het coördineren van onzekerheden.

Nu mogen dit misschien voor de hand liggende thema’s zijn, maar waarom zijn er dan nog altijd problemen in dit soort projecten als het hierom gaat? Dit heeft veelal te maken met de mindset en de verschillende bedrijfsculturen binnen de sector. Door deze drie thema’s als handvaten te gebruiken in projecten kan er meerwaarde worden gecreëerd. Hier zal actiever op moeten worden gestuurd, vooral door de opdrachtgever en gemeentes.

Tussen de Zuidas en Amstelveen-Zuid wordt de bestaande Amstelveenlijn omgebouwd tot een hoogwaardige tramverbinding die aansluit op het bestaande tram- en metronet van Amsterdam en op het spoorwegnet. (Beeld: impressie halte Kronenburg, uit het beeldkwaliteitsplan door POSAD)

Een proactieve rol in de coördinatie van processen in de beginfase van een project is cruciaal, waarbij de laagst maatschappelijke kosten een gemeenschappelijk doel moet worden binnen het project. Door de korte- en langetermijnplannen van de betrokken organisaties met elkaar te bespreken, kan dit resulteren in zowel sociale als financiële waarde. De conflicterende belangen zullen vroegtijdig moeten worden besproken om zo genoeg tijd te hebben deze om te vormen naar gemeenschappelijke belangen. De gemeente zal hier een grotere rol in moeten spelen door samen met de netbeheerders te zoeken naar allianties. Hierdoor zal omgevingsmanagement de schakel zijn tussen enerzijds de technische oplossingen en anderzijds het streven naar de laagst maatschappelijke kosten. Voldoende kennis zal aanwezig moeten zijn over het betreffende gebied en de kabels en leidingen om zo onvoorziene situaties te voorkomen. Ten slotte zullen deze uitgangspunten over het gehele proces duidelijk gecommuniceerd moeten worden, ook naar de aannemer.

“De gemeente zal een grotere rol moeten spelen door samen met de netbeheerders te zoeken naar allianties.”

Al met al blijft de wereld van de ondergrondse infrastructuursector een technische wereld, wat soms ook een antwoord kan zijn op de vraag waarom er nog steeds onoplosbare problemen optreden in dit soort type projecten. Echter levert onderzoek naar de besturing van inter-organisationele projecten ons meer op over de complexiteit van onzekerheden en tijdelijkheid, aangezien deze sector ingewikkeld van karakter is met de verschillende (tegenstrijdige) belangen van de betrokken organisaties. Het biedt ons een geweldige kans om meer interessante inzichten bij te dragen aan de bouwsector en dit stap voor stap te verbeteren. Het COB is op dit moment dan ook bezig met een onderzoek naar grote en complexe infrastructuurprojecten en ook vanuit de VU zal er de komende jaren meer onderzoek worden gedaan naar de ondergrondse infrastructuursector.

Ik zou ervoor willen pleiten dat verandering bij jezelf begint, dus ook bij uw organisatie. Door met een open mindset te beginnen aan een project en zo meer de samenwerking op te zoeken met de concullega’s. Aan het einde van de rit, of tunnel in dit geval, moeten we het toch met z’n allen doen.