Onderzoek naar kosten toont vooral complexe wereld


Gebiedsontwikkeling kan slimmer. Voorzieningen als mantelbuizen en kabels-en-leidingentunnels kunnen voorkomen dat de straat geregeld open moet, maar toch worden ze niet en masse aangelegd. Een belangrijke oorzaak lijkt een gebrek aan inzicht en balans tussen betalen en genieten: degene die moet investeren, krijgt er te weinig voor terug. Een COB/SKB-consortium probeerde de kosten en dekking van kosten inzichtelijk te krijgen.


Eind april 2013 werd de ontwerp-Rijksstructuurvisie Amsterdam-Almere- Markermeer aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin staat: 'Het Rijk kiest in deze structuurvisie voor een organische ontwikkeling met een gefaseerde aanpak. Dit betekent dat er geen vaststaand eindbeeld of vaste einddatum voor de ontwikkeling wordt vastgelegd, maar dat op adaptieve wijze, stap na stap, naar het toekomstperspectief wordt toegewerkt. De marktvraag naar woningen en bedrijfslocaties is sturend.' De vraag hoe zal worden omgegaan met de ondergrond, bijvoorbeeld voor het aanleggen van kabels en leidingen, komt niet ter sprake. Terwijl nutsvoorzieningen toch cruciaal zijn om te kunnen wonen, werken en recreëren.

“Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Bij het (her)inrichten van een gebied is het vaker de vraag of er een optimaal resultaat wordt behaald; misschien is er voor alle betrokken partijen meer winst te behalen als we slimmer zouden omgaan met de kosten. Niet alleen wat betreft financiële opbrengst, maar ook aan winst in comfort”, aldus Richard van Ravesteijn, coördinator Kabels en leidingen bij het COB. In 2010 is daarom een consortium van COB-partijen met deze probleemstelling aan de slag gegaan. Het doel was om inzicht te verschaffen in de kosten die gemoeid zijn met investeringen in energie- en nutsinfrastructuur in relatie met gebieds- en gebouwontwikkeling, inclusief een voldoende inzicht in de dekking van de kosten. Van Ravesteijn: “Dit inzicht is noodzakelijk om maatschappelijke optimalisatie bij gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.”

Onbekend maakt onbemind
Uit het onderzoek blijkt dat er grofweg drie partijen betrokken zijn bij gebiedsontwikkeling: de gebiedsontwikkelaar (vaak de gemeente), de netbeheerder en de vastgoedontwikkelaar. In praktijk hebben deze partijen echter verschillende belangen en eigen verdien- en exploitatiemodellen, wat het lastig maakt om gezamenlijke oplossingen en investeringen te realiseren.


Grondexploitatie (GREX), bouwexploitatie (BEX) en vastgoedexploitatie (VEX) komen samen bij gebiedsontikkeling. (Beeld: rapportage 'Verdienstelijke netwerken')

Voor het verwezenlijken van initiatieven als bundeling van kabels en leidingen moet de gemeente nu vaak het voortouw nemen, zowel in organisatie als financiering. De complexe situatie heeft ook tot gevolg dat het moeilijk is om inzicht te krijgen in de kosten en dekking van kosten. Om deze reden is er in het onderzoek uiteindelijk alleen naar de kwalitatieve kant van het vraagstuk gekeken.

Er zijn vijf projecten onderzocht waarbij de exploitatie van ondergrondse infrastructuur voor uitdagingen zorgde. “De centrale vraag lijkt te zijn: is bundeling goedkoper of duurder in dichtbebouwd gebied?”, vertelt Van Ravesteijn. “De nabijheid van consumenten kan een voordeel zijn voor conventionele aanleg van kabels en leidingen; mogelijk dat netbeheerders daarom terughoudend zijn met het investeren in hoogwaardige oplossingen. Het is de vraag of netbeheerders zich bewust zijn van de kosten van graven in de grond, eventuele graafschade en de extra kosten die daarmee gepaard gaan.”

Gemeenten en ingenieurs beoordelen bundeling in dichtbebouwde gebieden juist als gunstiger dan conventionele aanleg. Dit met name vanwege de grote hoeveelheid kabels en leidingen en de ordening die met bundeling in de ondergrond tot stand wordt gebracht. Een betere documentatie van gebiedsspecifieke informatie door de netbeheerder kan leiden tot een verhoogd bewustzijn van de kosten, waardoor het draagvlak voor hoogwaardige oplossingen voor kabels en leidingen (zoals bundeling) zal toenemen.

Oplossingen
Bij de onderzochte praktijkprojecten werd op verschillende manieren gezocht naar samenwerking. Zo is voor het project Nieuw Den Haag een convenant opgesteld, voor de Boulevard Scheveningen een intentieverklaring tot graafrust en voor de ILT Mahlerlaan een gebruikersovereenkomst. De manier waarop afspraken worden gemaakt, hangt samen met de verschillen tussen gemeenten ten aanzien van het beleid voor kabels en leidingen (verordening, precarioregeling en nadeelcompensatie). “Door het maken van afspraken komen de verschillende maatschappelijke belangen van gemeenten en netbeheerders samen (bijvoorbeeld: overlast omgeving en leveringszekerheid). Dit draagt bij aan een betere balans tussen betalen en genieten”, aldus Van Ravesteijn.


Lees meer over de integrale leidingtunnel voor Den Haag Nieuw Centraal in de Verdieping van december 2012. (Foto: IbDH)

Aanzet
De uitkomsten van het onderzoek worden in juni 2013 gepresenteerd in het rapport Verdienstelijke netwerken. Van Ravesteijn licht toe: “De rapportage richt zich met name op de beleidsmakers en economen vanuit overheid, netbeheerders en vastgoedontwikkelaars. Zij krijgen hiermee beter zicht op de omgeving waarin kabel- en leidingvraagstukken zich afspelen. Daarnaast hopen we dat het rapport zal aanzetten tot nadenken en discussie, zodat het mogelijk wordt alsnog een kwantitatief onderzoek uit te voeren. Daarmee kunnen we echt stappen zetten richting maatschappelijke optimaliteit bij de aanleg van kabels en leidingen bij gebiedsontwikkeling.”

Ook interessant:


Richard van Ravesteijn is werkzaam bij Hompe en Taselaar BV en sinds oktober 2007 actief als coördinator Kabels en Leidingen bij het COB. Neem contact op met Richard via richard.vanravesteijn@cob.nl of 085 4862 410.

Het onderzoek Kabels en leidingen in de grondexploitatie werd ondersteund door een bijdrage uit het SKB-programma Duurzame Ontwikkeling van de Ondergrond. Na publicatie is de rapportage gratis te downloaden vanaf website van SKB en de kennisbank van het COB.

Praktijkcases

Bij het project Den Haag Nieuw Centraal heeft de gemeente via een convenant vroegtijdig afspraken gemaakt met netbeheerders over het verleggen van kabels en leidingen en de kostenverdelingen bij te ontwikkelen voorzieningen zoals de ILT. Dit heeft veel discussies voorkomen.

In de wijk Kerk en Zanen van Alphen a/d Rijn wordt een woonstraat voor de helft ingericht met een kabel-en-leidinggoot of een systeem van mantelbuizen en de andere helft wordt op traditionele wijze aangelegd. Het doel is om ervaring op te doen met de aanpak en ontwikkeling van verschillende voorzieningen.

Voor de Zuidas Amsterdam is een Masterplan Energie en Nutsvoorzieningen (MENZ) opgesteld, waarin de hoofdstructuur voor de energie- en nutsvoorzieningen bepaald wordt. Er zijn verschillende typen bundelingen van kabels en leidingen bedacht om de bovengrondse leefkwaliteit te bevorderen.

Bij de herinrichting is de strandboulevard in Scheveningen verwerkt in een zeedijk, waardoor de kabels en leidingen buitendijks liggen. Met de voorwaarden van het waterschap in het achterhoofd is er gekozen voor een systeem van mantelbuizen met onderhoudsputten en meetbunkers.

Een van de doelen bij de herinrichting van het stationsgebied in Utrecht is vijftien jaar graafrust. Toch is niet voor bundeling gekozen. Dat komt enerzijds door de gescheiden werelden van de betrokken partijen, maar ook omdat bundeling in deze situatie niet tot meer uitgeefbaar gebied leidt.

Graafschade

Een van de conclusies van het onderzoek is dat de netbeheerder zijn gegevens over kabels en leidingen beter zou moeten vastleggen en combineren. Het gaat daarbij om gebiedsspecifieke informatie over het opbreken van en schade aan de openbare ruimte, overlast voor de omgeving, maken van nieuwe aansluitingen en leveringsonderbreking. Over de totale kosten die met graafschade gemoeid gaan (niet gebiedsspecifiek), is meer te lezen in de evaluatie van de Wet Informatieuitwisseling Ondergrondse Netten (WION) die op 8 mei jl. aan de Eerste Kamer is aangeboden.