Ordening is bovengronds een vanzelfsprekendheid; hoe zit dat ondergronds? Maken gemeenten ook plannen voor de bodem en zo ja, hoe pakken ze dat aan en wat is hun motivatie? We vroegen het een vijftal gemeenten.

Den Haag

John Nieuwmans, projectleider uitvoering subsidieprojecten

“In Den Haag is de ondergrond nog niet verwerkt in de standaardaanpak van gebiedsontwikkeling. Bij een nieuw project wordt de bodem wel geïnventariseerd en bijzonderheden verwerken we bijvoorbeeld in het bestemmingsplan. Daarnaast eist de gemeente een hoge ‘duurzaamheidsscore’, waardoor het interessant is te kijken naar bijvoorbeeld WKO en/of geothermie.”

“Helaas denken planners nog te vaak alleen aan de bovengrond. Zo ontwerpt men smalle straten, terwijl er voor ondergrondse voorzieningen extra breedte nodig is. Voor de organische ontwikkeling van de Binckhorst werken we echter in SKB/COB-verband samen met Rotterdam en Amsterdam aan een masterplan voor de ondergrond. We doen dit met behulp van een GIS, een geografisch informatiesysteem. Hierin verzamelen we informatie over allerlei ondergrondse aspecten en maken we een afweging op basis van wetgeving, beleid, kosten en onderlinge relaties. Bij een nieuw plan geeft dit inzicht in de consequenties van de ingreep in het gebied inclusief de bijbehorende kansen en risico’s. Binnen de gemeente kijkt men met groeiende interesse naar dit project; als het goed werkt, leidt het mogelijk tot een standaardaanpak waarin ondergrondse kansen en risico’s beter worden meegenomen.”

Haarlem

Wimmy Hengst, senior beleidsadviseur milieu

Haarlem wil in 2030 klimaatneutraal zijn en daar hebben we de bodem hard voor nodig, bijvoorbeeld voor WKO-installaties. Nu is het nog ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’, waardoor het potentieel van de ondergrond wellicht niet optimaal wordt benut. Voor bedrijventerrein Waarderpolder hebben we daarom een masterplan bodemenergie gemaakt. We hebben zoveel mogelijk belanghebbenden betrokken bij de ontwikkeling van het masterplan. Omdat de provincie de vergunningverlener voor open WKO-systemen is, zijn zij ook bij dat proces betrokken geweest.”

“De reacties op het masterplan bodemenergie zijn tot nu toe positief, het bedrijfsleven ziet het vooral als hulpmiddel.We kijken nog hoe we het masterplan juridisch kunnen verankeren. Zijn beleidsregels voldoende of willen we een bestemmingsplan voor de ondergrond? En in hoeverre nemen we dan andere aspecten mee, zoals archeologie en kabels en leidingen? Dat onderzoeken we binnen het SKB-project Ondergrond in het bestemmingsplan. Verder zijn we aan het bekijken of het zinvol is voor de hele stad een masterplan bodemenergie op te stellen.”

Rotterdam

Joost Martens, teamleider beheer ondergrond

“De ondergrond is vol in Rotterdam, zeker in de binnenstad. Hier kunnen projecten behoorlijk last van hebben. Je krijgt te maken met extra kosten of tijdsoverschrijdingen, of mooie plannen kunnen toch niet uitgevoerd worden. We zijn daarom bezig een masterplan voor de ondergrond te ontwikkelen. Er ligt al een visie op de ondergrond: een kort overzicht om het onderwerp op de agenda te zetten, met vier aanbevelingen voor verdere uitwerking. Daarnaast is er een masterplan bodemenergie voor de binnenstad.”

“In beide gevallen werken we samen met andere partijen, zoals de provincie, Rijk, SKB en Agentschap NL. Het lastige is dat je voor een integraal ondergronds masterplan te maken hebt met allerlei aspecten: bodemenergie, archeologie, kabels en leidingen, et cetera. Van elk gebied weten we veel, maar hoe zorg je dat alles op een goede manier in zo’n masterplan is verwerkt? Wat zijn de onderlinge verbanden, waar liggen de prioriteiten? Onze aanpak is om klein te beginnen, bijvoorbeeld met vijf thema’s, en het dan steeds verder uit te breiden.”

Arnhem

Marion Visser, senior beleidsadviseur milieu

“Als je de ondergrond niet meeneemt in plannen voor ruimtelijke ordening, loop je later tegen problemen aan. Bovendien is de kans dan groot dat je de bodem niet op een duurzame manier gebruikt. In Arnhem hebben we daarom in 2009 een visie op de ondergrond ontwikkeld. Dit was de basis voor onder andere de structuurvisie, het masterplan bodemenergie en het grondwaterbeheerplan. We gebruiken hierbij onze eigen expertise vanuit verschillende invalshoeken: milieu, ruimtelijke ordening, archeologie, etc. Daarnaast werken we samen met de provincie, waterschappen en externe adviseurs.”

“Arnhem was een van de eerste gemeenten die zo expliciet aandacht aan de ondergrond besteedde, dus het was echt pionieren. Nu is het nog zaak om ruimtelijk planners meer naar de ondergrond te laten kijken. Zij richten zich vaak alleen op de ruimte boven maaiveld en vergeten de consequenties voor de bodem. Structuurvisies en masterplannen helpen wel, maar zijn niet dwingend genoeg. In het project De ondergrond in het bestemmingsplan van SKB kijken we in hoeverre een bestemmingsplan voor de ondergrond een optie is.”

Maastricht

Hanneke Bootsma, beleidsmedewerker bodem

“De historie van de stad maakt dat we in Maastricht wel wat te beschermen hebben. Een bodemstrategieverkenning in 2005 heeft de meerwaarde van de ondergrond inzichtelijk gemaakt en dit heeft ons aangespoord de strategie te verbreden. We willen de ondergrond om verschillende redenen meenemen in ons beleid. Bijvoorbeeld vanwege de lokale problemen en kansen, zoals enerzijds wateroverlast en anderzijds de integrale aanpak van de A2. Daarnaast draagt beleid voor de ondergrond bij aan een duurzame en geleidelijke stadsontwikkeling, die nodig is vanwege het gewijzigde tijdsbeeld.”

“We willen dat ondergrondse aspecten en bovengrondse ontwikkelingen elkaar ontmoeten en inspireren. Dat inzicht heeft al geleid tot een hoofdstuk Ondergrond in de aankomende structuurvisie. Verder ontwikkelen we een ‘databank ondergrond’, die de vertaalslag maakt van data naar informatie. Daarvoor werken we samen met het waterschapde provincie en Rijkswaterstaat. Maar we hebben nog wel wat stappen te gaan. De integrale aanpak is voor veel mensen nieuw; men weet niet hoe ermee om te gaan. Wij zetten in op een gedragsverandering: een groei naar gemeentebreed driedimensionaal denken.”