Woensdag 21 januari 2015, op de jaarlijkse Marktdag, kondigde Jan Hendrik Dronkers (DG Rijkswaterstaat) het aan: Rijkswaterstaat wil dit jaar een nieuwe marktvisie ontwikkelen, sámen met de markt. Wat houdt dat in? Roger Mol, trajectleider en inkoopdirecteur bij Rijkswaterstaat, geeft een toelichting.

“We willen naar een nieuwe marktvisie vanuit verschillende behoeften. Allereerst verandert de wereld om ons heen. Er is bijvoorbeeld steeds meer sprake van gebiedsopgaven in plaats van enkelvoudige opgaven. Rijkswaterstaat en andere publieke opdrachtgevers (gemeenten, provincies, etc.) trekken vaker met elkaar op. We willen niet één probleem oplossen, maar met een oplossing meerdere opgaven aanpakken. Deze verschuiving heeft effect op de samenwerking met de markt, omdat je nu iets anders wilt bereiken. We merken dat de huidige marktvisie ‘De markt, tenzij’ langzamerhand aangepast moet worden naar meer ‘Samen met de markt’.”

“Ik denk niet dat er ooit gelijkheid zal zijn, maar gelijkwaardigheid is wel ons streven. Daarom willen we de marktvisie ook samen met de markt ontwikkelen. Als Rijkswaterstaat in z’n eentje bedenkt wat goed is voor de wereld, dan is er geen gelijkwaardigheid. En een nieuwe samenwerking vraagt zowel inzet van de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Het projectbelang – of beter gezegd, het opgavenbelang – moet meer voorop komen te staan. De zogeheten vechtcontracten van de laatste jaren zijn voor ons ook aanleiding om te veranderen. We willen af van de situatie waarbij partijen voor een (veel) te lage prijs inschrijven en je vervolgens alleen maar bezig bent met claims. Dat hoor je ook vanuit de markt. Men wil weer trots zijn op het vak; er worden prachtige dingen gebouwd, maar door al het gedoe raakt dat op de achtergrond. Er is vanuit marktpartijen commitment om het anders te gaan doen.”

Samen

“De marktvisie moet er onder meer aan bijdragen dat we (opdrachtnemers en Rijkswaterstaat) meer begrip voor elkaars rol krijgen. Enerzijds het besef dat wij als Rijkswaterstaat in een politieke context zitten en ook niet alles zelf kunnen bepalen. Er liggen complexe uitdagingen die moeten worden opgepakt in een maatschappij die veel van ons verwacht. Anderzijds begrip voor de markt, waar omzet gegenereerd moet worden omdat er anders mensen op straat komen te staan – zo is het in ieder geval op dit moment. We kunnen niet simpelweg zeggen ‘Volg ons beleid op’ als ons doel is meer samen te werken. We zullen ons meer in elkaar moeten verplaatsen. Daarom zoeken we bij de totstandkoming van de marktvisie al de samenwerking op.”

“Vanuit Rijkswaterstaat hebben we alleen hoofdlijnen geformuleerd, die overigens ook niet in beton gegoten zijn. Op meerdere manieren verzamelen we input vanuit de markt, bijvoorbeeld via Marktvisiecafés. Tijdens elke bijeenkomst staat een ander thema centraal, omdat je anders kans hebt dat het steeds over grote projecten gaat. Terwijl andere onderwerpen ook belangrijk zijn, zoals samenwerking in de keten: Rijkswaterstaat heeft meestal alleen een relatie met een hoofdopdrachtnemer, maar daar zit een hele keten onder en uiteindelijk is die hele keten van belang voor een goed project. Hoe kunnen we dit verwerken in de martkvisie?”

Om stakeholders de gelegenheid te geven om ideeën en wensen in te brengen organiseert Rijkswaterstaat Marktvisiecafés. (Foto: RWS)

Onderscheid

“We hebben inmiddels stapels Excelsheets met input. Twee weken terug zijn we in een rodedradensessie, samen met brancheorganisaties, gestart met het bepalen van de kernpunten. Dat gebeurt op twee niveaus. Er zijn op instrumentniveau veel dingen die we kunnen verbeteren, maar er zit ook een laag daarboven. Cultuur is zo’n overkoepelend aspect. Je brengt daarin geen verandering teweeg met een nieuw of aangepast instrument. En voor veel concrete, praktische problemen is het wel noodzakelijk dat er op een hoger niveau iets verandert. Daarom gaat de marktvisie ook in op deze meer metazaken. De visie kan zodoende bijvoorbeeld impact hebben op de samenstelling van teams, zowel bij Rijkswaterstaat als bij marktpartijen. Diversiteit in typen personen en competenties is van grote invloed op cultuur. De marktvisie kan daarnaast ook onderscheid maken tussen verschillende domeinen. Er zijn wellicht werkvelden die om een specifieke aanpak vragen en daar kan de marktvisie handvatten voor bieden.”

Anticiperen

“Er is een grote urgentie bij ons en bij de markt om de problemen van nu op te lossen, maar we moeten niet vergeten dat we ook ergens naartoe gaan: we leven nu in een bepaalde conjunctuur, hoe ziet die er over vijf jaar uit? Is dat wat we nu aan instrumenten veranderen dan nog wel houdbaar? Stel dat de economie aantrekt, en dat gebeurt in feite al, wat betekent dat dan voor de markt? En waar wil de markt zelf naartoe? Het gaat erom de problemen van nu op te lossen, maar wel met de blik op de toekomst. Bij een Marktcafé was er bijvoorbeeld discussie over intellectueel eigendom. Totdat iemand zei: ‘Waar maken jullie je druk om? De wereld verandert op het gebied van kennis- en informatiedeling zo snel dat intellectueel eigendom over twee jaar helemaal geen issue meer is.”

“Het is de bedoeling dat er aan het einde van dit jaar zowel een marktvisie als een implementatieplan op hoofdlijnen ligt. Daarin staan uitspraken waarmee we direct in projecten aan de slag kunnen. Er zullen ook voornemens zijn die tijd kosten. De implementatie wordt best een uitdaging, dat merken we nu al. Met Bouwend Nederland hebben we bijvoorbeeld een manier bedacht om transactiekosten te verminderen (de kosten die een onderneming maakt tijdens een aanbestedingstraject, red.). Het houdt onder meer in dat de doorlooptijd van de aanbesteding korter wordt. Bij de aanbesteding van Sluis Eefde, waar we dit plan uitproberen, reageerden enkele tendermanagers van marktpartijen echter niet direct positief, ze wilden juist meer tijd. Daaraan zie je dat er vanaf beide kanten veel managementaandacht nodig is om veranderingen door te voeren.”

“Het is daarom ook belangrijk dat we samen de kernpunten valideren die we uit alle input halen. Dat is de reden waarom brancheorganisaties deelnamen aan de rodedradensessie. Zij kunnen aangeven of we de juiste punten te pakken hebben, of dat er nog iets ontbreekt. Daarnaast hebben we Stichting Bouwreflectie gevraagd om een reflectiegroep samen te stellen. Dat zijn mensen die in praktijkprojecten te maken hebben met de onderwerpen van de marktvisie. Herkennen zij de rode draden? Op deze manier willen we achterhalen of dat wat we bedenken, ons daadwerkelijk gaat helpen. De top kan wel overtuigd zijn, maar als het daar blijft hangen, gebeurt er niets.”