Van een zaal vol naar een handvol


Regie houden, inleven in de belangen van anderen en transparantie in de communicatie. Het zijn de drie belangrijkste ingrediënten geweest in de succesvolle conditioneringsfase van de Rotterdamsebaan in Den Haag. Projectleider inpassing Binckhorst en Conditionering Henk Hogenbirk: “We hebben veel hindernissen moeten overwinnen, maar de operatie is binnen planning en budget uitgevoerd.”

Voor de Rotterdamsebaan, de nieuwe aansluiting van de A4/A13 op de Centrumring van Den Haag, waar de Victory Boogie Woogietunnel deel van gaat uitmaken, moest bijna vier kilometer aan kabel- en leidingtracés verlegd worden. Vijftien telecomaanbieders moesten in totaal vijftig kilometer glasvezelkabel en tien kilometer koperkabel verleggen. Henk Hogenbirk was de man die namens Ingenieursbureau Den Haag de touwtjes in handen had. Een logische keuze, omdat Ingenieursbureau Den Haag kennis heeft van de lokale omstandigheden en goed zicht heeft op de gewenste eindsituatie.

Samenwerking gezocht
Het grote aantal betrokken partijen op een lijn krijgen, bleek de grootste uitdaging. Het waren er twintig, die aanvankelijk niet eens in een vergaderzaal pasten. TenneT en Gasunie hebben hun eigen verleggingen in de markt gezet. Stedin en Dunea werkten samen met een aannemer. Met de telecomaanbieders werd uiteindelijk overeenstemming bereikt over één aannemer voor de centrale infrastructuur. Van een zaal vol partijen bleef zo nog een handvol over. Henk Hogenbirk: “Met name het aantal van vijftien telecomaanbieders was een probleem. Al die aanbieders hebben hun eigen wereld met hun eigen netwerk en hun eigen uitvoerende partners. Het is voor hen van levensbelang dat alles blijft werken. Voorwaarde voor de telecomaanbieders is dat er geen andere partijen aan hun netwerk komen. Daarbij komt dat zij veel hebben geïnvesteerd in hun netwerken en de kosten voor het verleggen volgens de Telecomwet altijd voor rekening van de eigenaar zijn.”

Voordat alle telecompartijen in de samenwerkingsmodus stonden, moest er heel wat gebeuren. Er was bijvoorbeeld onbegrip over het uitnodigen van alle betrokken partijen in een stadium dat er nog geen uitvraag was. Henk: “Het is in een project van deze omvang onontkoombaar dat het lang duurt. Je kunt niet wachten met overleg tot er een definitief ontwerp ligt. Je moet heel vroeg in het proces met elkaar in gesprek gaan, en je weet dat je pas echt aan het werk kunt gaan als er een definitief besluit is. Dan komt het vliegwiel op gang en resteert weinig tijd om alle conditioneringswerkzaamheden uit te voeren. Je moet gewoon op tijd beginnen.”


In de periode 2014-2016 zijn kabels, leidingen en riolering in de Binckhorst verlegd. (Foto: Peter van Oosterhout)


Zorgen wegnemen
Nieuwe tracés voor kabels en leidingen betekenden dat de zorgen over de beschikbaarheid van de netwerken konden worden weggenomen. De nieuwe infrastructuur kon immers worden aangelegd zonder de oude te verstoren. Om te voorkomen dat twintig partijen ieder voor zich zouden gaan werken, werd besloten dat een aannemer voor gas, water en elektriciteit (fa. Baas) en een telecomaannemer alle verlegwerkzaamheden zouden uitvoeren.

“Voor de telecom hebben hiervoor de grootste speler met bijbehorende aannemer gekozen. Dat bleken KPN en BAM Telecom te zijn”, vertelt Henk. “Sleuven aanbrengen in tracés moet je gezamenlijk doen. Anders wordt het een zeer langdurig traject en kan er van alles verkeerd gaan. Doorslaggevend voor de telecomaanbieders was dat we met een gezamenlijke aanpak met zekerheid op de goede diepte zouden werken en er geen risico’s zouden ontstaan voor de netzekerheid. Het kostte vervolgens wel maanden voordat er overeenstemming was over de verrekening van de kosten. Vanaf dat moment ging het vrij soepel. Na de centrale aanleg van de tracés is het inblazen en lassen wel door de eigen aannemers van de telecomaanbieders gedaan. De lasgaten hebben anderhalve maand opengelegen, zodat alle telecomaanbieders stuk voor stuk hun werk konden doen. Maar door de centrale aanpak van de infrastructuur was de planning behapbaar, bleef het aantal lasgaten beperkt, en daarmee ook de overlast voor de omgeving.”

Onzekerheid is een gegeven
“Het steeds weer motiveren van alle betrokken partijen is missionarissenwerk. Ondergrondse infrastructuur is nu eenmaal een lastig onderwerp. Er is maar een ding dat je zeker weet, en dat is dat elke verandering in de plannen impact heeft op de ondergrond. Onzekerheden zijn een gegeven. Het gaat zoals het gaat. Je moet vanaf het allereerste begin pragmatisch werken om een project als dit voor elkaar te krijgen. Ik vraag diezelfde instelling ook van anderen. Daarbij zorg ik er tegelijkertijd voor dat ik weet wat de verplichtingen en belangen van de betrokken partijen zijn, en dat ik altijd eerlijk ben over wat de verwachtingen zijn.”

“We hebben al met al heel wat weerstand moeten overwinnen”, concludeert Henk. “De telecomaanbieders waren bang voor een gefaseerde aanleg met veel onderbrekingen en dus extra kosten. Doordat wij vanuit de projectorganisatie Rotterdamsebaan de regie voerden, konden we het aantal fases beperken. Achteraf kunnen we concluderen dat de betrokken partijen de werkwijze prettig vonden, maar men bleef moeite houden met de lange duur van het proces. Maar ook achteraf zeg ik dat we de tijd echt nodig hadden. Bij een volgend project zou ik het precies zo doen. Je kunt nu eenmaal niet wachten met afstemmen tot er een definitief ontwerp ligt.”


Over een afstand van liefst een kilometer en tot vijfendertig meter diep onder de grond is met een gestuurde boring ruimte gemaakt voor nieuwe kabels. (Foto: Jurriaan Brobbel)

Ook interessant:



Henk Hogenbirk is projectleider inpassing Binckhorst en Conditionering bij de Rotterdamsebaan. Hij is gespecialiseerd in conditionering van grote complexe projecten voor de gemeente Den Haag. Eerder had hij de projecten Aardwarmte, Mauritshuis en Neherkade onder zijn hoede. Hij studeerde civiele techniek aan de Hogeschool Amsterdam en de TU Delft.

Meebuigen

De conditionering ten behoeve van de Rotterdamsebaan begon in 2011 vanaf een schetsontwerp. Er werd meteen een voorlopig ontwerp opgesteld voor het verleggen van kabels en leidingen. De stedenbouwkundige plannen die er in die periode lagen voor de Binckhorst, verdwenen tijdens de economische crisis van tafel. Daarmee werd het project Rotterdamsebaan leidend. De conditionering boog in goed overleg mee. In 2013 werd het raadsbesluit genomen dat de daadwerkelijke start van de conditionering in gang zette. Daarmee begon een krappe periode van drie jaar waarbinnen alle conditioneringswerkzaamheden moesten zijn afgerond, waaronder naast de ondergrondse infrastructuur bijvoorbeeld ook het verwerven van gronden, het regelen van kapvergunningen en het omgevingsmanagement in die fase.

Kennis delen

De regiefunctie van Henk Hogenbirk vergt flexibiliteit, diplomatie en technische kennis. Een combinatie van eigenschappen en competenties die in de praktijk moet worden aangeleerd. Henk Hogenbirk: “Het is moeilijk te omschrijven wat je hiervoor nodig hebt. Je hebt in ieder geval geen procesdenkers nodig. Je moet je zakelijk kunnen inleven in andere partijen. Je moet kunnen luisteren en meedenken. Als een partij een oplossing aandraagt die voor haar beter of goedkoper is en voor ons niet uitmaakt, dan moet je daarin mee durven gaan. En aan de andere kant moet je eerlijk en duidelijk durven zijn als het niet kan.”

Ingenieursbureau Den Haag probeert de opgedane praktijkkennis zo veel mogelijk te delen. Tijdens de conditioneringsfase van de Rotterdamsebaan is zo veel mogelijk met een vaste groep mensen gewerkt, zodat informatie en ervaring maximaal konden worden overgebracht.

Meer informatie

Kijk op de Flickr-pagina van de Rotterdamsebaan voor meer mooie foto's van het project. Om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen, kunt u zich via de website van de gemeente Den Haag aanmelden voor de nieuwsbrief.