Loading...

De Onderbreking

Duurzaamheid

Duurzaamheid

Leidingviaduct wegens te volle ondergrond

Den Haag Rotterdamsebaan

Visie van… Erik Lousberg

COB en Duurzaamheid

Kennis van de ondergrond sijpelt provincie in

Blog over duurzaamheid van tunnelprojecten

Volgende stap bij gebruik inspectietechnieken

Den Haag, Tramtunnel

Koplopergroep Integrale tunnelprojecten

Zo kan het ook: kennis in de kelders

Kennisbank

Duurzaamheid

Van een ondergrondse constructie die iets kost, naar een ondergrondse constructie die iets oplevert. Dat is in een notendop wat het COB voor ogen heeft bij het thema Duurzaamheid. Het inspiratiedocument Duurzaamheid (juni 2014) biedt een kader dat om verdere uitwerking in de praktijk vraagt. De Rotterdamsebaan was de eerste, wie neemt het stokje over? Hoe gaan we iedere tunnel in Nederland een beetje duurzamer maken?

Het veranderende energielandschap is binnen duurzaamheid een belangrijk element. Het gebruik van duurzame energievormen neemt toe, wat ook gevolgen heeft voor het gebruik van de ondergrond. Participanten van het COB spelen een rol in de transitie naar een duurzame omgeving. Het COB ziet het dan ook als taak om bij te dragen aan kennisontwikkeling op dit gebied. Wat zijn de kansen en risico’s?

Kennisvraag Doel in 2020
Hoe kunnen nutsvoorzieningen effectief ingepast worden bij duurzame gebiedsinrichting? Er is een toolbox voor slimme regie waarmee winstmaximalisatie en waardecreatie worden bereikt.
Hoe zorgen we ervoor dat de ingezette trend naar geheel duurzame tunnels wordt uitgebouwd? Noodzakelijke innovaties zijn ontwikkeld en worden in combinatie met opgestelde duurzaamheidsaspecten toegepast in praktijkprojecten.
Hoe vertalen we de begrippen ‘flexibiliteit’ en ‘adaptief gebruik’ naar ondergrondse toepassingen? Er is een visie op flexibiliteit en deze komt tot uitdrukking in praktijkprojecten.
Wat zijn de kansen en risico’s voor ander bodemgebruik wanneer er gebruikgemaakt wordt van bodemenergie? Gebruikmaken van bodemenergie is een vanzelfsprekende afweging bij ondergronds bouwen.

Bovengronds omdat de ondergrond vol is

Een vanuit ondergronds perspectief bijzondere situatie in de Rotterdamse haven. De ondergrondse leidingenstraat langs de A15 is zo vol, dat voor in de toekomst benodigde capaciteit moet worden uitgeweken naar… de bovengrond. Havenbedrijf Rotterdam bouwt langs de A15 bij Hoogvliet een leidingenviaduct van circa achthonderdvijftig meter.

Kabels en leidingen vormen een belangrijk en essentieel onderdeel van de totale haveninfrastructuur. Het havengebied telt vierhonderdvijftig hectare aan leidingstroken. De ‘backbone’ loopt van west naar oost en heeft veel aftakkingen. De aanwezigheid van pijpleidingen is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor bedrijven in het havengebied. Voor de verdere ontwikkeling van de haven is het dan ook van belang dat er ruimte blijft om dit netwerk uit te breiden. Havenbedrijf Rotterdam streeft ernaar vrije capaciteit te hebben voor twintig jaar. De A15 ter hoogte van Hoogvliet was met een restcapaciteit van circa vijf jaar een knelpunt in het systeem. De resterende ruimte ondergronds wordt nu benut voor het fundament van het leidingenviaduct.

Projectleider Age Buitenrust Hettema: “Ik ken geen tweede voorbeeld van een oplossing als deze, niet in Nederland, niet in Europa en misschien wel nergens ter wereld. We moesten zelf het wiel uitvinden. Niet omdat we bijzondere technieken hebben gebruikt, maar omdat het zo complex was. We moesten zorgen voor een veilige oplossing, werken in combinatie met de verbreding van de A15, binnen de geluidscontouren blijven, een vluchtroute en een fietsdoorgang in de constructie uitsparen en een eindproduct leveren dat voldoet aan de gewenste beeldkwaliteit van objecten in de Rotterdamse haven.”

Het leidingviaduct in aanbouw. (Foto: Havenbedrijf Rotterdam)

Een echt alternatief was er niet. Ruimte voor kabels en leidingen is essentieel voor de verdere ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Age Buitenrust Hettema: “Alles wat er doorheen gaat, hoeft niet via weg, spoor of water. Het uitgangspunt is dat we de infrastructuur voor kabels en leidingen voor twintig jaar willen garanderen. Bij knelpunt Hoogvliet was dat niet mogelijk. De leidingenstraat ligt daar tussen de A15 en het spoor en had nog maar een restbreedte van vijf meter. Normaal gaan de alarmlichten aan als er drie meter of minder resteert. Maar met de verbreding van de A15 (project Maasvlakte-Vaanplein) voor de deur, moesten we iets doen.”

Combinatie van factoren

“We stonden voor de opgave om binnen de resterende vijf meter iets te bouwen met twintig meter capaciteit. Een geboorde ondergrondse leidingentunnel, zoals we die ook hebben onder het Calandkanaal en de Oude Maas, zou volgens berekeningen dertig tot veertig miljoen euro hebben gekost. Het leidingenviaduct werd bij aanvang begroot op iets meer dan tien miljoen euro. Bovendien was voor ondergrondse aanleg de aanwezige 380kV-leiding een complicerende factor. We moesten werken binnen het invloedsgebied van die kabel. Druk op de leiding als gevolg van vervorming van de ondergrond zou kunnen leiden tot schade, ook pas maanden of jaren na dato. Overigens hebben we om die reden de fundering van het leidingenviaduct aan moeten passen. En de 380kV-leiding had invloed op de planning. We moesten kunnen aantonen dat er geen grondverdringing zou plaatsvinden. Daar hadden we echter geen tijd voor, omdat we de verbredingswerkzaamheden voor de A15 voor wilden blijven.”

“Uiteindelijk hebben we het leidingenviaduct gebouwd met een gat erin. Dat deel is af, en nu hebben we toestemming om het laatste stuk op te vullen. Eind van het jaar wordt het viaduct opgeleverd, zodat het begin volgend jaar in gebruik kan worden genomen.”

Randvoorwaarden

“Ter hoogte van het leidingenviaduct komen allerlei functies bij elkaar. Dat heeft geleid tot tal van complicerende randvoorwaarden. Zo mochten de werkzaamheden aan het leidingenviaduct geen vertraging opleveren voor de werkzaamheden aan de A15. De reeds aanwezige kabels en leidingen moesten blijven functioneren. Om al die kabels in kaart te brengen en ervoor te zorgen dat de fundering kon worden aangelegd zonder kabels of leidingen te raken, zijn meer dan zeshonderd proefsleuven gegraven. De geluidsnormen voor de aan de andere kant van de A15 gelegen woonwijk Hoogvliet hebben geleid tot een bijzonder ontwerp. Benthem Crouwel Architekten heeft advies gegeven over de vormgeving van de lamellenconstructie, die de scheiding vormt met de A15, toch de lucht doorlaat en voorkomt dat geluid van de A15 wordt weerkaatst.”

Rotterdamsebaan

De gemeente Den Haag werkt aan een nieuwe verbindingsweg tussen knooppunt Ypenburg (A4/A13) en de Centrumring: de Rotterdamsebaan. Deze weg wordt 3,8 kilometer lang en doorkruist het grondgebied van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Den Haag. Onderdeel is een geboorde tunnel, de Victory Boogie Woogietunnel, die tweemaal twee rijstroken krijgt en ongeveer 1.860 meter lang wordt.

De Utrechtsebaan is de belangrijkste toegangsweg van Den Haag. Van het verkeer dat de stad dagelijks in- en uitgaat, rijdt veertig procent via deze weg. Dat leidt elke dag tot files die zich vaak uitbreiden naar de omringende snelwegen zoals de A12, A13 en A4. De aangrenzende woonwijken hebben veel last van sluipverkeer. De nieuwe Rotterdamsebaan zorgt ervoor dat de druk op de Utrechtsebaan afneemt en het verkeer zich beter verdeelt. Met de nieuwe weg krijgt het verkeer van en naar Rotterdam, Delft en Ypenburg een alternatief.

Tracé

De Rotterdamsebaan loopt van het knooppunt Ypenburg richting het noorden, kruist met een tunnel het groene gebied de Vlietzone, het water de Vliet en de woonwijk Voorburg-West en komt uit op de Binckhorstlaan. Daar sluit de nieuwe weg bij de Neherkade direct aan op de Centrumring. Het tracé komt grotendeels overeen met de ligging van de tweede toegangsweg die architect Dudok – die na de Tweede Wereldoorlog de leiding had over de wederopbouw van Den Haag – in zijn plannen had opgenomen. De inpassing van de nieuwe verbindingsweg was een complexe opgave. Uiteindelijk heeft de inspraakprocedure ertoe geleid dat het ondergrondse deel van het tracé driehonderd meter langer wordt dan technisch gezien noodzakelijk is. Met de verlenging is de gemeente tegemoetgekomen aan bezwaren van omwonenden en andere belanghebbenden.

Artist impression van de skyline vanuit de Vlietzone. Op het dak van de tunnel zijn de geplande zonnepanelen te zien. (Beeld: Rotterdamsebaan)

Victory Boogie Woogietunnel

De tunnel, die Victory Boogie Woogietunnel gaat heten, wordt geboord. Hiervoor maakt de aannemerscombinatie (zie rechts) gebruik van de tunnelboormachine waarmee eerder de Sluiskiltunnel is aangelegd. De tunnel wordt 1.860 meter lang, waarbij het geboorde deel een lengte heeft van circa 1.640 meter. De twee tunnelbuizen komen op ongeveer vier meter van elkaar te liggen, krijgen een diameter van ruim tien meter en liggen op het diepste punt 29 meter onder de grond. In iedere buis komen twee rijstroken en tussen de buizen komt om de 250 meter een dwarsverbinding.

Duurzame infrastructuur

De Rotterdamsebaan moet hét voorbeeld van duurzame infrastructuur in Nederland worden. De Combinatie Rotterdamsebaan heeft in het ontwerp veel aandacht besteed aan de verschillende duurzaamheidsaspecten, zoals vormgeving en inpassing in het landschap, luchtkwaliteit en energiegebruik. Een goed voorbeeld is de tunnelmond in de Vlietzone. Hier komt over het dienstgebouw en de tunnelmond een grote overkapping die bestaat uit zonnepanelen. De elektriciteit die hiermee wordt opgewekt, zal worden gebruikt in het dienstgebouw. Een ander voorbeeld is het fine dust reduction system, een systeem waarmee vijftig procent van het fijnstof bij de tunnelmonden wordt afgevangen.

Planning

In 2014 is de gemeente gestart met het bouwrijp maken van het tracé en in 2015 is een aantal wegen in de Binckhorst opnieuw ingericht. Eind 2015 is de aanbesteding afgerond en is de opdracht, in de vorm van een design-, built- en maintenancecontract met vijftien jaar onderhoud, gegund aan de Combinatie Rotterdamsebaan. In 2016 heeft de gemeente de laatste voorbereidende werkzaamheden afgerond, waarna de aannemerscombinatie van start kon met het inrichten van de werkterreinen in de Vlietzone, de Binckhorst en het knooppunt Ypenburg.

Het boren van de Victory Boogie Woogietunnel startte half januari 2018. Vanuit de startschacht op het werkterrein in de Vlietzone graaft tunnelboormachine Catharina-Amalia haar weg naar de Binckhorst. Naar verwachting komt ze daar in juni 2018 aan. Vervolgens wordt de machine gedemonteerd en teruggebracht naar de Vlietzone. Nadat de machine weer is opgebouwd, start het boren van de tweede tunnelbuis. De opening van de Rotterdamsebaan staat gepland voor 1 juli 2020.

Voorbereiding

Om onder de grond alvast ruimte te maken voor de tunnel van de Rotterdamsebaan, moesten grote stroomkabels verlegd worden. De gemeente Den Haag maakte een video over deze indrukwekkende klus. Over een afstand van liefst een kilometer werd tot vijfendertig meter diep onder de grond een gestuurde boring uitgevoerd.

Kiezen en combineren

“Een groeiende bevolking, verdichting van de steden, toenemende automobiliteit, zelfrijdende voertuigen en relatief goedkoper wordende ontwikkelkosten voor ondergrondse ruimten: de ondergrond wordt steeds belangrijker. Met lef en creativiteit halen we de waarde naar boven.

We reizen meer en meer door weg- en/of spoortunnels, via ondergrondse railstations. We parkeren auto’s en fietsen in parkeergarages ver onder het maaiveld. En, net als boven de grond, willen we ons ook ondergronds prettig voelen in een fysiek en sociaal veilige, comfortabele omgeving. Een omgeving waarin we geen hinder ondervinden en die vierentwintig uur per dag beschikbaar is.

Soms lijken thema’s als veiligheid en duurzaamheid elkaar te bijten, zoals bij rijkstunnels op het moment aan de hand lijkt te zijn: tegen de doelstellingen in stijgt het elektriciteitsverbruik. Toch is een veilige én duurzame, energiezuinige omgeving zeker mogelijk. In andere marktsectoren hebben we daarvoor met elkaar oplossingen gevonden. Het vergt anders denken en vooral keuzes durven maken. De status quo aan de kaak stellen. Als relatieve nieuwkomer in de markt voor ondergronds bouwen kunnen en willen wij daaraan bijdragen. Onder andere via het COB, waar we in eerste instantie actief zijn in de werkgroep Energiereductie tunnels en het KIBO-kennisproject: thema’s waar Deerns veel affiniteit mee heeft.

Deerns werkt al jaren samen met partners aan projecten waarin veiligheid, betrouwbaarheid, continuïteit en duurzaamheid een grote rol spelen. Door brede kennis in installatietechniek en expertise op het gebied van bouwfysica, veiligheid, beveiliging en communicatienetwerken zijn we een voorloper in de markt. Zowel op gebouw- als gebiedsniveau werken wij wereldwijd aan duurzame oplossingen. Bijvoorbeeld door het creëren van Smart Utility Networks, waarbij de mogelijkheden, maar ook beperkingen van de ondergrond een belangrijke rol spelen. Een groot compliment dat we ooit van een opdrachtgever kregen, is dat hij ons graag wilde betrekken bij een nieuw project, omdat hij van ons had geleerd dat je de toepassing van installaties moet zien te beperken als er andere oplossingen mogelijk zijn. ”

Erik Lousberg is algemeen directeur bij Deerns. Ook is hij lid van de raad van toezicht van ISSO, kennisinstituut voor de installatiesector.

(Foto: Vincent Basler)

Duurzaamheid

Programma bodem en ondergrond

Kennis- en innovatieprogramma Bodem en ondergrond

Een juist gebruik van bodem en ondergrond biedt kansen bij het oplossen van maatschappelijke opgaven. Met het kennis- en innovatieprogramma Bodem en ondergrond (KIBO) wil het ministerie van Infrastructuur en Milieu ervoor zorgen dat deze kansen beter worden benut. Veel stakeholders maken deel uit van het COB-netwerk. Daarom heeft het COB samen met de participanten in juli 2015 een plan ingediend voor het kennisproject Duurzaam assetmanagement van kleine ondergrondse infrastructuur.

Voor een samenhangend beleid voor de ondergrond is actuele kennis nodig over het ruimtegebruik. Hiervoor ontwikkelt het ministerie van IenM het kennis- en innovatieprogramma Bodem en ondergrond. Het doel is om op het vlak van klimaatverandering, gezonde leefomgeving, water, energie, infrastructuur, grondstoffen en voedselveiligheid en -zekerheid beter gebruik te maken van de kansen die bodem en ondergrond bieden.

Voor KIBO heeft het COB in 2014-2015 samen met de participanten een projectplan opgesteld gericht op kleine ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen), zie hieronder. Helaas bleek na de indiening dat KIBO niet ingericht was op de beoordeling van ingediende voorstellen en het koppelen van voorstellen aan verschillende, mogelijke financieringsbronnen. Inmiddels heeft het ministerie besloten om een nieuwe richting in te slaan en de toekenning van financiering vanuit het Bodemconvenant (in totaal tien miljoen euro) te laten verlopen via een publieke aanbesteding in vijf tranches. Hierbij zijn slechts vier van de negen thema’s van de Kennisagenda Bodem en ondergrond geselecteerd, waardoor er geen aansluiting meer is met de onderwerpen in het COB-voorstel.

De consequentie is dat er op korte termijn geen zicht is op een financiële bijdrage aan het COB-voorstel vanuit KIBO. Ook is onduidelijk of bij de volgende KIBO-aanbestedingstranches de relevante onderwerpen aan bod zullen komen. Het COB werkt daarom op andere manieren verder aan (onderdelen van) het projectplan en houdt de ontwikkelingen rondom KIBO in de gaten met het oog op eventuele aansluiting.

Kennisproject

Betrouwbare netwerken voor gas, elektriciteit, drink- en afvalwater en datacommunicatie vormen de levensaders van onze moderne maatschappij. Ze hebben dan ook een grote maatschappelijke en economische waarde. En doordat de ondergrond vol is, zeker in stedelijk gebied, ontstaan er steeds dringender opgaven rondom kabels en leidingen. Voor het slim inpassen van de infrastructuur en het voorkomen van overlast, is goed overheidsbeleid en samenwerking tussen eigenaren van netwerken nodig.

Overheidsbeleid staat bovendien niet stil. Hoewel weinig overheden specifiek voor de ondergrond beleid maken, maken zij wel beleid dat consequenties heeft voor ondergrondse netwerken. Verduurzaming is bijvoorbeeld een onderwerp dat bij zowel centrale als decentrale overheden hoog op de agenda staat. De invulling hiervan, met onder meer collectieve warmtenetten, decentrale productie van elektriciteit en (groen) gas, en initiatieven rond ‘smart cities’ leidt tot andere eisen voor kabels en leidingen.

Het ingediende kennisproject van het COB sluit nauw aan bij kennisvragen rond het beheer en de toekomstige ontwikkeling van ondergrondse netwerken. Wat het COB-netwerk wil bereiken:

Zekerheid, betrouwbaarheid, veiligheid
Nu en in de toekomst
De hoogste maatschappelijke waarde met minimale kosten

Werkpakketten

In overleg met COB-participanten en andere stakeholders zijn de doelstellingen vertaald in drie samenhangende werkpakketten.

Werkpakket 1: Slim beheer bestaande netwerken

Veel bestaande kabels en leidingen zijn zo’n vijftig jaar oud. Dit betekent volgens de gangbare inzichten en modellen voor de technische levensduur dat ze in de komende jaren aan vervanging toe zijn: een kostenpost van meer dan honderd miljard euro. Maar kloppen de inzichten en modellen wel? Bij sommige leidingen die zijn vervangen, bleek achteraf dat ze eigenlijk nog een tijd hadden kunnen meegaan. Er kunnen bovendien onverwachte storingen en breuken optreden. Een probleempunt bij het beheer van ondergrondse netwerken is dat niet altijd bekend is wat waar in de ondergrond ligt. In recente jaren is de registratie van de ligging van kabels en leidingen sterk verbeterd, maar van veel oude infrastructuur is de locatie nooit vastgelegd. Er wordt nog weinig gebruikgemaakt van detectie. Deels komt dit doordat de toepassing voor grotere gebieden relatief duur is en de betrouwbaarheid nog niet bewezen. Daarnaast is er een gebrek aan bereidheid bij stakeholders om te investeren in de ontwikkeling van technieken en het beheer van de verkregen data.

Typerend voor deze onderwerpen is dat er al veel projecten lopen of zijn afgerond, maar dat echte doorbraken uitblijven vanwege de gefragmenteerde ontwikkeling. Het COB-kennisproject brengt een groot aantal partijen samen die bereid zijn om kennis te delen en samen kansrijke onderwerpen hebben gekozen voor verdere ontwikkeling.

Het ingediende kennisproject richt zich op twee vraagstukken: enerzijds het ontwikkelen van betrouwbare lokaliseringstechnieken voor ondergrondse kabels en leidingen, anderzijds het verbeteren van de voorspellingsmodellen voor de restlevensduur van leidingen. Voor het eerste wil het COB aanhaken bij de ontwikkeling van een geavanceerde grondradar door ProRail. Het tweede vereist uitgebreider vooronderzoek. Er zal eerst een inventarisatie gemaakt worden van de verschillende modellen en hun sterktes en zwaktes. Vervolgens zullen ervaringen uitgewisseld worden in een expertgroep. Daarnaast zal er worden gekeken naar het koppelen van modellen en gegevens, en het inschatten van de risico’s van falende leidingen. De resultaten zullen gebundeld worden in praktische handreikingen en rapportages.

Werkpakket 2: Netwerken van de toekomst

Er zijn verschillende maatschappelijke trends die hogere en andere eisen stellen aan de ondergrondse kleine infrastructuur. Bijvoorbeeld de verstedelijking: hierdoor zijn er op een beperkt oppervlak meer voorzieningen nodig, waardoor het risico dat die voorzieningen elkaar hinderen, stijgt. Daarnaast is er voor zowel energie als water een verschuiving van centrale naar decentrale activiteiten. Dit betekent dat er geen grote vertakte netwerken met een centraal punt nodig zijn, maar kleine regionale netwerken, die soms onderling verbonden moeten zijn om schommelingen in vraag en aanbod te kunnen compenseren.

Naar aanleiding van deze trends wil het COB-netwerk via het kennisproject ten eerste ruimtegebruik verbeteren door bundeling van kabels en leidingen. Deze aanpak is al een aantal jaren onderwerp van onderzoek en experimenten. Stakeholders blijken echter te weinig bereidwillig om actief mee te werken. De knelpunten (technisch en niet-technisch) zullen aan de hand van praktijkcases in kaart worden gebracht. Pilotprojecten moeten uitwijzen hoe en onder welke voorwaarden kleine ondergrondse infrastructuur met bundeling goedkoper en zonder hinder aan te leggen, te beheren, te onderhouden en weer af te breken is.

De tweede onderzoeksrichting is de transitie naar ‘netwerken van de toekomst’. De ontwikkeling van toekomstige netwerken is gekoppeld aan verschillende doelstellingen, waaronder flexibiliteit. Als gebieds(her)ontwikkeling leidt tot andere eisen aan nutsvoorzieningen, zou het idealiter mogelijk moeten zijn de ondergrondse infrastructuur met behoud van efficiency en met minimale transitiekosten aan te passen. Wat betekent dit voor de inrichting? In welke mate moeten netwerken gekoppeld zijn? Aan de hand van praktijkcases zullen een aantal kennisvragen onderzocht worden. De geleerde lessen zullen vertaald worden in handreikingen voor overheden en marktpartijen die nieuwe netwerken willen ontwikkelen.

Werkpakket 3: Maximale waarde tegen minimale kosten

Bij investeringen in kleine ondergrondse infrastructuur (zowel voor aanleg als beheer) zijn stakeholders betrokken die vanuit verschillende belangen keuzes moeten maken. Dit is een complex proces, waarbij inzicht nodig is in kosten en baten. Wanneer helder is wie de baathouders zijn, kan er een goede toedeling van kosten gemaakt worden. Dat draagt eraan bij dat investeringen vanuit de overheid verdedigbaar en politiek acceptabel worden, doordat duidelijk is wanneer de maatschappelijke baten groter zijn dan de private. Het COB-onderzoek Verdienstelijke netwerken wees echter uit dat het speelveld bij het aanleggen en beheren van kabels en leidingen dermate complex is, dat het lastig is een goede maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) te maken.

Doelstelling van het kennisproject van het COB is een evenwichtig afwegingshulpmiddel te ontwikkelen dat breed inzetbaar is bij de besluitvorming rond kleine ondergrondse infrastructuur. Praktijkcases uit de andere werkpakketten dienen daarvoor als basis. Daarnaast zal er gebruikgemaakt worden van kennis van en ervaring met MKBA’s voor grote ondergrondse infrastructuur.

Flexival 2017

Flexival 2017

‘Onze ondergrondproblemen konden wel eens veel oplossingen veroorzaken’

Omdenken! Daar draaide het om op het Flexival 2017. Omdenken rondom de ondergrond en maatschappelijke opgaven. Deze rode draad zorgde voor een dag vol verrassende inzichten en praktische oplossingen. Ook de locatie viel in de smaak bij de deelnemers: ‘Een bijzonder ambiance, zeer passend bij het onderwerp’.

Het Flexival biedt altijd een verrassend en afwisselend programma met hoorcolleges, interactieve sessies, excursies, film, muziek en een goede ondergrondse lounge. Er is volop ruimte om van elkaar te leren en elkaar te inspireren. Dat is ook het doel van het Flexival: voor één dag een inspirerende leeromgeving rondom de ondergrond en ruimte!

Lunch in cultuurhuis Rozet. (Foto: COB)

De editie op 15 februari 2017 stond in het teken van omdenken. Berthold Gunster, de grondlegger van het omdenken, vat het concept samen in twee stappen: 1) maak van een probleem een feit en 2) maak van een feit een mogelijkheid. Oftewel: van problemen naar kansen. Maar omdenken is niet synoniem met Tjakka-denken. Het is geen happy-clappy-verhaal. Het omvat vijftien (!) strategieën van liefde en spel tot werk en strijd. Ook collaboreren met de vijand behoort bijvoorbeeld tot de strategieën. HUH!?

Op het Flexival kwam omdenken in alle sessies als rode draad terug. Telkens waren er problemen. Problemen met de ondergrond, kabels en leidingen, stadsplanning, klimaatverandering, met de Omgevingswet en met sokken. Telkens weer veroorzaakte het probleem tal van oplossingen. Elke ronde kozen de deelnemers hun favoriete probleem en werkten ze actief mee aan oplossingen.

9.45-11.00 uur | Plenair: de Omdenkshow

The hardest thing to see is what is in front of your eyes – Goethe

Bij hoge uitzondering een plenaire sessie. Nou ja, sessie? Het is een show: een ultieme mix van theater, cabaret en voordracht. De show is gebaseerd op het gedachtegoed van Berthold Gunster, de grondlegger van het Omdenken en auteur van negen bestsellers hierover.

Waarom deze show op het Flexival? Omdat wij geloven dat een meer proactieve manier van kijken enorm kan helpen bij het agenderen en waarderen van de ondergrond. En deze show gaat iets losmaken bij u…

De essentie van de Omdenkshow: niet denken in termen van bedreigingen en beperkingen (ja-maar-denken), maar denken in kansen en mogelijkheden (ja-en-houding). Het verschil tussen pechvogels en geluksvogels. De show is populair in trainingsland: al 500.000 deelnemers en volgens velen de beste training. De Omdenkshow laat in 75 minuten op indringende en onontkoombare manier de voordelen zien van omdenken: innovatie, creativiteit en inspiratie.

11.00-12.30 uur | Sessieronde 1

Stadsplanning Arnhem (hoorcollege)

Van problemen naar (ondergrondse) mogelijkheden in stadsplanning

Arnhem werd in 2006 benoemd tot ‘Ondergrondse Hoofdstad van Nederland’. Die eretitel had de stad te danken aan ambitieuze ondergrondse projecten zoals het Watermuseum, de Dansacademie van ArtEZ, de Historische Kelders en het ondergrondse afvaltransportsysteem (OAT) van station Arnhem Centraal. We zijn ruim tien jaar verder. Hoe functioneren nu al die ondergrondse projecten? Welke waarde voegen zij toe aan de stad? Dragen ze bij aan de uitdagingen waarvoor de stad anno nu gesteld staat, waarbij duurzaamheid, concurrentiekracht en ontmoetingsruimte de sleutelwoorden zijn? En tot slot: hoe gaat Arnhem de toekomstige uitdagingen aan en welke rol speelt de ondergrond daarbij?

Uw docent: Jos Verweij was tot voor kort werkzaam bij de gemeente Arnhem als senior adviseur stedelijke planning, onder meer als projectmanager structuurvisie, projectmanager gebiedsontwikkeling. Ook was Jos betrokken bij de programma’s ‘Energy made in Arnhem’ en ‘Attractive Innercity’. Jos Verweij is nu gepensioneerd en werkzaam als adviseur ruimtelijke planning in zijn bedrijf met de toepasselijk naam ‘De vrije ruimte’.

Waardedenken bij Haagse tramtunnel (debat)

Miljoenen batenoverschrijding bij Haagse tramtunnel

Nederland kent honderden ondergrondse gebouwen en tunnels. Wat dat in euro’s gekost heeft, kunnen we met een rekenmachine uitrekenen. Maar wat is de waarde van al die ondergrondse projecten? Wat is meervoudig ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit en een goede bereikbaarheid waard? Het COB brengt die waarde momenteel in beeld door een flink aantal gerealiseerde projecten achteraf te bekijken (‘ex post mkba’ heet dat). We kijken niet alleen naar geld, maar ook naar besluitvorming en gehanteerde argumenten. Op het Flexival komen de eerste resultaten van de Haagse tramtunnel aan bod en wordt u gevraagd te reflecteren en mee te denken op het vervolg. Werk actief mee aan dit groeiboek!

Uw docenten: Lidwien Besselink is managing partner bij Triple Bridge en senior adviseur op het werkveld ondergrond, water, energie en governance. Ze richt zich op het ondersteunen van opdrachtgevers, zowel op inhoud als proces. Lidwien is projectleider van het COB-project Waarde van ondergronds bouwen. Bert van Eekelen is proces- en programmamanager, adviseur, trainer, mediator en medeoprichter van VPR consultants. Hij verbindt inhoud, proces en relaties bij opgaven binnen infrastructuur, gebiedsontwikkeling en bouw. Bert was ruim negen jaar betrokken als manager Integraal Ontwerp bij Zuidasdok. Sebastiaan Buisman is student Technische bestuurskunde aan de TU Delft. In het kader van zijn masterscriptie heeft hij het besluitvormingsproces en de ruimtelijke effecten van Het Souterrain in Den Haag in beeld gebracht. Olaf Koops is regionaal econoom en medeoprichter van Netherlands Economic Observatory (NEO). Hij heeft ruime ervaring in het opstellen van maatschappelijke kosten-batenanalyses bij gebiedsontwikkeling. Olaf trekt spoor A binnen het COB-project Waarde van ondergronds bouwen.

Beleid voor kabels en leidingen? (presentatie én gesprek)

Te midden van de moeilijkheid ligt de mogelijkheid – Einstein

In deze sessie veel moeilijkheden rondom kabels en leidingen. Maar ook (gerealiseerde) mogelijkheden! Bij een bodemsanering is in schone grond een kabelbed aangelegd. Waarom leggen partijen hun kabels buiten dit schone bed in de vervuilde grond? Dit vraagt om beleid! Arnhem werk daaraan en deelt de gedachten hierover. En Arnhem hoort graag uw gedachten! Vervolgens duiken we in een zeer complex project. ‘De moeder aller Arnhemse riolen’ verkeert in zeer slechte staat. Dit negentiende-eeuwse monument (1870) heeft een stevige renovatie ondergaan. Nu op het Flexival en later dit jaar op National Geographic (echt waar!). Tot slot: op veel plekken wordt erover gesproken, maar Arnhem hééft gewoon een ondergronds afvaltransportsysteem (OAT). Wat zijn nu de ervaringen van de gemeente Arnhem hiermee? En wat kunnen andere partijen hiervan leren?

Uw docenten: Hein den Hartog is werkzaam als adviseur beheer bij de gemeente Arnhem. Hij is onder meer betrokken bij het volledige proces van kabels en leidingen in Arnhem en het tegengaan van verrommeling en onnodige objecten in de openbare ruimte. Clemens Berntsen is senior beleidsmedewerker afvalbeheer bij de gemeente Arnhem. Hij was betrokken bij de realisatie van het ondergronds afvaltransportsysteem.

13.30-15.00 uur | Sessieronde 2

De sokkenshow

Als je loslaat, heb je twee handen vrij

Trek uw stofjas aan en ga direct aan de slag bij ‘De gebroeders Sok’. De klant wil namelijk nu sokken. NU! Zakjes en elastieken, inputjes en outputjes vliegen alle kanten op. En de klant blijft maar vragen: meer, sneller, beter. Sokken vallen van de lopende band. De klant vraagt om uitleg. Uw collega’s gaan steeds harder werken. Ze gedragen zich vreemd, maar toch ook zo… bekend! Pas als de stroom van orders afneemt, is er tijd om de prestaties te evalueren. Het leek nog wel zo simpel. De praktijk is weerbarstig. De Sokkenshow laat u de basisprincipes van processen, procesontwerp en processturing ervaren. Als het niet direct lukt om een optimaal proces te organiseren, krijgt u een herkansing. Als u de klant en het werkproces wat beter kent, kunt u slimmere keuzes maken. Meestal helpt dat: de samenwerking verbetert en de klanttevredenheid neemt toe. De Sokkenshow is een must voor iedereen die omdenken aan den lijve wil ervaren.

Uw sokkenkoning: Philippe van Hees is een ervaren consultant op het gebied van proces- en ketenmanagement. Hij heeft veel projecten gedaan in de zakelijke dienstverlening en bij (decentrale) overheden zoals gemeenten, waterschappen en het openbaar ministerie. Hij is mede-initiatiefnemer, -oprichter en -eigenaar van De Processpecialisten.

De Maand van de Onderwereld Rotterdam (interactief)

Om gelukkig te zijn moet je iets doen waar je gelukkig van wordt – Johan Cruijf

De gemeente Rotterdam organiseert voor de vijfde keer de Maand van de Onderwereld. Wat ooit begon als experiment om de ondergrond als kans op de kaart te zetten (resultaat van omdenken!), is uitgegroeid tot een volwassen evenement met tal van activiteiten rondom de ondergrond. De grondleggers van de Maand van de Onderwereld nemen u in hun verhaal. We bepalen gezamenlijk de meerwaarde van het concept en verkennen de mogelijkheden om het te kopiëren naar andere organisaties en naar concrete projecten. En: kunnen we een nationale Maand van de Ondergrond organiseren? De resultaten van deze sessie worden na het Flexival verder uitgewerkt in een kleine werkgroep.

Uw docenten: Joost Martens is adviseur beheer ondergrond bij de gemeente Rotterdam en de drijvende kracht achter het concept van de Maand van de Onderwereld. John de Ruiter is adviseur ondergrond bij de gemeente Rotterdam en de initiatiefnemer van de Maand van de Onderwereld. Joost en John zijn daarnaast betrokken en enthousiaste leden van de Carrousel Ondergrond en ordening.

Klimaatuitdagingen in Waasstad (gaming)

In het verleden gebeurt niets meer – Eckhart Tolle

Een van de grote maatschappelijke uitdagingen van deze eeuw: klimaatbestendigheid! Ook Waasstad staat voor deze uitdaging. Vandaag gaan we hieraan samenwerken. Dat betekent compromissen sluiten, maatschappelijk draagvlak zoeken en maatregelen nemen. Je ziet direct hoe beslissingen uitwerken. Je ziet hoe de rivier verandert, je krijgt te horen hoe de bevolking reageert op gebeurtenissen binnen en buiten het Waasgebied en hoe het maatschappelijk draagvlak voor maatregelen zich ontwikkelt. Zo moet je in samenwerking een eeuw de rivier beheren. De serious game Waasstad en het achterliggende model werden ontwikkeld door Deltares, Universiteit Maastricht, Universiteit Utrecht, Universiteit Twente, Carthago Consultancy, Pantopticon en het KNMI.

Uw docent: Willem van Deursen is adviseur op het gebied van water en ruimte. Hij heeft veel projecten gedaan rondom klimaatadaptatie, zowel nationaal als internationaal (met name Azië). Hij is oprichter en eigenaar van adviesbureau Carthago.

Excursie Arnhem CS en meer…

Als het geschied is, komt ook de dwaas tot inzicht – Erasmus

Niet veel woorden, gewoon meegaan: excursie met heel veel ondergrond: Erfgoedhuiscentrum, het Moerriool, kabels-en-leidingentunnel, ondergronds afvalsysteem, Arnhem CS… Wow! We vertrekken vanuit Rozet naar de terminal van het ondergrondse afvaltransportsysteem. Daar starten we de toer.

Uw excursieleider: Clemens Berntsen is adviseur Beheer openbare ruimte en was nauw betrokken bij de realisatie van het ondergrondse afvaltransportsysteem.

15.00-16.30 uur | Sessieronde 3

De mens als stadsdier (hoorcollege)

Je kunt de golven niet stoppen, maar je kunt wel leren surfen – Lao Tze

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in de stad. En Nederland kan gezien worden als één groot stadslandschap. Niet vreemd dat er in dat perspectief veel gezegd en geschreven wordt over de stad. Filosoof Jan-Hendrik Bakker brengt voor ons veel van dat alles samen en legt verbanden tussen filosofie, literatuur, architectuur en populaire cultuur. Krijg zicht op het stadsleven, op onze veranderende stijl van wonen en het stempel dat de stad drukt op ons bewustzijn. Na een kort hoorcollege gaan we samen verder filosoferen. Samen omdenken: zoeken, tasten en ontdekken wat de stad ons heeft gebracht en zal brengen. Welke uitdagingen staan er te wachten? En wat is de verhouding tussen stad en ommeland? En wat willen we onderstrepen of toevoegen vanuit het perspectief van de ondergrond? Welkom in Megapolis!

Uw docent: Jan-Hendrik Bakker studeerde filosofie, psychologie en literatuur. Hij publiceerde onder meer de boeken ‘Welkom in Megapolis – Denken over wonen, stad en toekomst’ en ‘Grond – Pleidooi voor aards denken en een groene stad’.

Pilot Omgevingswet en ondergrond

Niet kleuren binnen de lijntjes, maar je eigen lijnen trekken

We weten het allemaal: in 2019 treedt de Omgevingswet in werking. Dé kans voor omdenken: proactief aan de slag om de ondergrond in de omgevingsvisie te integreren. Als u dit moment mist, als u de ondergrond niet weet te verbinden met de omgevingsvisie, dan lukt het u nooit. Diverse gemeenten zijn al voorgesorteerd en delen vandaag hun ideeën en beoogde aanpak, maar ook hun vragen en twijfels. We gaan in gesprek en formuleren bouwstenen voor de pilot Ondergrond in de omgevingsvisie. Na de sessie zullen we in een kleiner werkverband de pilot handen en voeten geven.

Uw docenten: Henk Puylaert is een ervaren adviseur op het terrein van gebiedsontwikkeling en ondergrond. Hij is nauw betrokken bij de vraag hoe de ondergrond te verbinden met leefomgeving (mede in het licht van de Omgevingswet). Hij is mede-oprichter en -eigenaar van H2Ruimte. Jeroen Brouwer is beleidsmedewerker Omgevingskwaliteit bij de gemeente Katwijk. Hij is de initiatiefnemer van tal van projecten op het raakvlak van ondergrond en ruimte binnen de gemeente, waaronder het Bodemboek Katwijk en de CoP Netwerk bodem en ondergrond Leidse regio.

Excursie Arnhem CS en meer…

Je wensen zijn een voorgevoel van wat je in staat bent daadwerkelijk te realiseren – Goethe

Niet veel woorden, gewoon meegaan: excursie met heel veel ondergrond: Erfgoedhuiscentrum, het Moerriool, kabels-en-leidingentunnel, ondergronds afvalsysteem, Arnhem CS… Wow!We vertrekken vanuit Rozet naar de terminal van het ondergrondse afvaltransportsysteem. Daar starten we de toer.

Uw excursieleider: Clemens Berntsen is adviseur Beheer openbare ruimte en was nauw betrokken bij de realisatie van het ondergrondse afvaltransportsysteem.

Carrousel Ondergrond en Ordening

Carrousel Ondergrond en Ordening

Status: Gereed
Type: Platform - koplopergroep - expertteam

Vraagarticulatie
Het COB heeft tot en met 2016 onder de naam Carrousel Ondergrond en Ordening een community of practice voor integrale vraagstukken rond de ruimtelijke ordening en ontwikkeling van de ondergrond georganiseerd. Inmiddels is deze community samengegaan en gaat nu verder onder de naam platform eerwaarde ondergrond.

Resultaat
De carrousel en het platform ordening en waarde zijn per januari 2017 samengevoegd in het Platform Meerwaarde ondergrond (O75).

Vakgebieden
Ordening en waarde

Bijeenkomsten

16-04-2015 - Opzet en programma voor 2015

30-06-2015 - Belangen: afwegen, onderhandelen en/of fuseren?

Binnen STRONG (programma Bodem en Ondergrond) is een afwegingssystematiek ontwikkeld. De eerste ervaringen in de praktijk zijn inmiddels opgedaan. Een cruciale stap in de systematiek is ‘ambit


03-09-2015 - De kost gaat voor de baat uit.

Dat geldt zeker voor investeringen in ruimtelijke kwaliteit. En voor ondergrondse investeringen. Hoe daarmee om te gaan? De economen Walter Manshanden en Olaf Koops (Netherlands Economic Obser


12-11-2015 - Afstemmen en samenwerken binnen eigen organisatie.

Afstemmen en samenwerken gaat niet vanzelf. Zeker niet binnen de eigen organisatie. Hoe lopen de hazen? Waar zitten de ratten? De gemeente ’s-Hertogenbosch geeft de aftrap voor nieuwe inzichte


21-01-2016 - Flexival

Het jaarlijkse congres dat net even anders is dan alle andere congressen. Een dag lang bieden we alle ruimte om met elkaar in gesprek te gaan over zaken die ertoe doen. De verbindende factor i


20-01-2015 - Flexival 2015: Bodembeats

Op het Flexival gaat het net altijd even iets anders dan op reguliere bijeenkomsten, sessies en congressen. Net wat losser, leuker en levendiger. Maar dat zonder verlies aan inhoudelijke kwali


24-11-2016 - Carrouselbijeenkomst


Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Provincie Zuid-Holland

Locatie: Den Haag, Zuid-Hollandplein 1
Clemens Kester, rol: Lid

Rijkswaterstaat Leefomgeving Bodem+

Locatie: Rijswijk, Lange Kleiweg 34
Irma Kerkhof-de Vos, rol: Lid
Jan Frank Mars, rol: Lid

Gemeente Nijmegen Gemeentehuis

Locatie: Nijmegen, Korte Nieuwstraat 6
Henk Jan Nijland, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
John de Ruiter, rol: Lid
Joost Martens, rol: Lid

Gemeente 's-Hertogenbosch

Locatie: 'S-hertogenbosch, Wolvenhoek 1
Harke Tuinhof, rol: Lid
Ine Flinkers, rol: Lid

H2Ruimte B.V.

Locatie: Rotterdam, Schiekade 189
Henk Werksma, rol: Begeleider/Facilitator
Interprovinciaal Vakberaad Bodem

Interprovinciaal Vakberaad Bodem

Locatie: 'S-hertogenbosch, Postbus 90151
Astrid Slegers, rol: Lid
Omgevingsdienst Midden-Holland

Omgevingsdienst Midden-Holland

Locatie: Gouda, Thorbeckelaan 5, Midden-Hollandhuis
Bernd van den Berg, rol: Lid

Provincie Zeeland Directie Ruimte, Milieu en Water

Locatie: Middelburg, Het Groene Woud 1
Walter Jonkers, rol: Lid

Provincie Zuid-Holland

Locatie: Den Haag, Zuid-Hollandplein 1
Werncke Husslage, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Edith Boonsma, rol: Lid

Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer

Locatie: Den Haag, Spui 70
John Nieuwmans, rol: Lid

Gemeente Dordrecht

Locatie: Dordrecht, Spuiboulevard 300
Rob Mank, rol: Lid

Gemeente Haarlem Afdeling Milieu

Locatie: Haarlem, Zijlvest 39
Marc van Someren, rol: Lid

Gemeente Haarlem Stedelijke Ontwikkeling

Locatie: Haarlem, Zijlvest 39
Rolf Tjerkstra, rol: Lid

Gemeente Katwijk

Locatie: Katwijk, Koningin Julianalaan 3
Jeroen Brouwer, rol: Lid

Slimme regie op de ondergrond

Slimme regie op de ondergrond

Status: Gereed
Type: Onderzoek - commissie - werkgroep

Vraagarticulatie
We realiseren ons nog vaak onvoldoende dat elke ontwikkeling bovengronds zijn weerslag kent in de ondergrond. Hoe we het beste regie moeten voeren is samen met de platformleden van ordening en ondergrond uitgekristalliseerd.

Onderzoek
Een werkgroep vanuit het platform Ordening en Ondergrond heeft eigen ervaringen, successen en mislukkingen benoemd en projecten bezocht en op basis hiervan aanbevelingen en randvoorwaarden geformuleerd voor het voeren van slimme regie.

Resultaat
De handreiking Slimme regie op de ondergrond is gratis te downloaden vanaf de kennisbank. Het COB werkt aan projecten waarin het gedachtengoed wordt toegepast in de praktijk. Zo is tijdens een praktijkbezoek aan de A2 maastricht de handreiking toegepast en verrijkt.

Vakgebieden
Ordening en waarde

Thema's
Waardering

Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer

Locatie: Den Haag, Spui 70
John Nieuwmans, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
John de Ruiter, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Ingenieursbureau

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
Petra van der Lugt, rol: Lid

Gemeente Utrecht Dienst Stadsontwikkeling

Locatie: Utrecht, Rachmaninoffplantsoen 61
Albert Jan de Vries, rol: Lid

Movares

Locatie: Utrecht, Daalseplein 100
Mark Koningen, rol: Lid

Omgevingsdienst Veluwe IJssel

Locatie: Apeldoorn, Marktplein 1
, rol: Lid

Rijkswaterstaat Leefomgeving Bodem+

Locatie: Rijswijk, Lange Kleiweg 34
Gerd de Kruif, rol: Lid

Antea Group

Locatie: Oosterhout, Beneluxweg 125
Léon Verhoeven, rol: Lid

APPM Management Consultants B.V.

Locatie: Hoofddorp, Spicalaan 8
Jantien van den Berg, rol: Coordinator

ARCADIS Nederland BV

Locatie: Amersfoort, Piet Mondriaanlaan 26
Bert van Eekelen, rol: Lid

Enexis B.V.

Locatie: 'S-hertogenbosh, Magistratenlaan 116
Theo Penders, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau

Locatie: Amsterdam, Weesperstraat 430
Martijn Simons, rol: Lid

Platform Beheer en onderhoud

Platform Beheer en onderhoud

Status: Lopend
Type: Platform - koplopergroep - expertteam

Vraagarticulatie
In samenwerking met Rijkswaterstaat en het COB-platform Niet-rijkstunnels worden mensen aan elkaar verbonden die beroepsmatig te maken hebben met het beheer, onderhoud of renovatie van ondergrondse infrastructuur. Onder meer beheerders van te renoveren tunnels kunnen hier gemeenschappelijke opgaven bespreken.

Onderzoek
COB heeft een brede uitvraag gedaan aan haar netwerk. Via deze weg krijgt het netwerk de mogelijkheid zich aan te sluiten bij dit platform. Daarnaast heeft het COB een 40 tal geïnteresseerden benaderd om aan te sluiten bij dit platform. De eerste bijeenkomst is op 5 november 2015 in Amsterdam geweest.

Vakgebieden
Tunnels en veiligheid

Thema's
Assetmanagement

Bijeenkomsten

05-11-2015 - Eerste bijeenkomst platform Beheer en Onderhoud

Tijdens deze bijeenkomst maken we kennis met elkaar en gaan we kijken wat de agenda wordt voor het komende jaar.


26-01-2016 - Startbijeenkomst agendacommissie T400A

Op donderdag 5 november 2015 was de eerste bijeenkomst van de commissie Beheer en Onderhoud. Tijdens deze bijeenkomst is er een agendacommissie samengesteld. Op 26 januari 2016 komt de agendac


31-03-2016 - Tweede bijeenkomst platform Beheer en onderhoud

De agendacommissie heeft 3 thema’s voor het platform geïnventariseerd en geprioriteerd. Wij gaan op 31 maart met elkaar het thema: ‘Samenwerking tussen beheerder en markt’ behandelen. Beheer


21-06-2016 - Derde bijeenkomst Platform Beheer en onderhoud

Op 21 juni 2016 staat de derde bijeenkomst van het platform Beheer en onderhoud gepland. Het thema voor deze bijeenkomst is informatiemanagement: uitgangspunten, organisatie en werkwijze om co


29-09-2016 - Vierde bijeenkomst platform Beheer en onderhoud

Op 29 september 2016 staat de vierde bijeenkomst van het platform Beheer en onderhoud gepland. Het thema voor deze bijeenkomst is ‘Onderhoudsconcept als onderdeel van de langetermijnvisie op t


09-05-2017 - Vijfde bijeenkomst platform Beheer en onderhoud

In deze bijeenkomst kijken we naar het beheer en onderhoud van het ziekenhuis, en alles wat daar bij komt kijken – en hoe wij daar als tunnelbranche van kunnen leren!


07-12-2017 - Zevende bijeenkomst platform Beheer en onderhoud

Op 7 december kijken we met het platform naar de predictive maintenance, big data en de invloed op beheer en onderhoud van tunnels


22-06-2018 - Negende bijeenkomst platform beheer en onderhoud

Eén sessie van het COB-congres staat in het teken van het platform Beheer en onderhoud. De onderwerpen zijn nog niet gekozen, maar we houden u op de hoogte.


22-02-2018 - Minisymposium tunnellekkages

Op 22 februari 2018 organiseert het platform Beheer en onderhoud een minisymposium over tunnellekkages. Twee nieuwe publicaties staan centraal: een vervolg op het rapport Lekkages in tunnels v


22-03-2018 - Achtste bijeenkomst platform Beheer en onderhoud

Op 22 maart 2018 gaan de platformleden in de ochtend naar Fokker Techniek in Woensdrecht. Voor verschillende luchtvaartmaatschappijen worden op deze locatie vliegtuigen onderhouden of omgebouw


14-09-2017 - Zesde bijeenkomst platform Beheer en onderhoud

De platformleden zijn op 14 september 2017 bijeengekomen voor een sessie over ‘de schutting tussen projectrealisatie en –exploitatie’. De beleving is dat er gedurende de bouw of renovatie van



Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Volker Rail Nederland BV

Locatie: Vianen, Lange Dreef 7
Marco Stouten, rol: Lid

Wegschap Tunnel Dordtse Kil

Locatie: Dordrecht, Provincialeweg 43-nr 102
Arie Bras, rol: Lid

Sogeti Nederland B.V.

Locatie: Vianen, Lange Dreef 17
Johan Beikes, rol: Lid
Stephan Luik, rol: Lid

Strukton Civiel BV

Locatie: Utrecht, Westkanaaldijk 2
Oscar Vos, rol: Lid
Carlos Bosma, rol: Lid

Sweco Nederland B.V.

Locatie: De Bilt, De Holle Bilt 22
Erik Schermer, rol: Lid
Mello Lindner, rol: Lid

Van der Worp Infra Consult B.V.

Locatie: Tull En 'T Waal, Waalseweg 76a
Jacco van der Worp, rol: Lid

Vialis BV Houten

Locatie: Houten, Loodsboot 15
Michiel Berkheij, rol: Lid
Marco Anker, rol: Lid

Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid

Locatie: Rotterdam, Boompjes 200
Willy Dekker, rol: Lid
Hans Lazeroms, rol: Lid

Royal HaskoningDHV

Locatie: Nijmegen, Jonkerbosplein 52
Peter Alink, rol: Lid
Gerben Tornij, rol: Lid
Pim Lodestijn, rol: Lid
Abel de Vries, rol: Lid
Geert Fuchs, rol: Lid

Siemens Nederland NV

Locatie: Zoetermeer, Werner von Siemensstraat 1
Harald Hofstede, rol: Lid
Chek Lee, rol: Lid
Waldeck Podgorski, rol: Lid

Provincie Noord-Holland

Locatie: Haarlem, Houtplein 33
Albert Kandelaar, rol: Lid

Rijkswaterstaat Zuid-Holland

Locatie: Rotterdam, Boompjes 200
Hendri van Muiswinkel, rol: Lid

Rijkswaterstaat Dienst Limburg

Locatie: Maastricht, Avenue Ceramique 125
Willy van Laanen, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Jan van der Sluis, rol: Lid
Mark Zwaan, rol: Lid
Giel Klanker, rol: Lid
Jan Verbrugge, rol: Lid
Ronald Mante, rol: Lid
Harry Dekker, rol: Lid

Rijkswaterstaat PPO Programma's, Projecten en Onderhoud

Locatie: Haarlem, Toekanweg 7
Hans Bruinsma, rol: Lid

Movares

Locatie: Utrecht, Daalseplein 100
Pieter Zijlmans, rol: Lid
Jan Jonker, rol: Lid

Nebest B.V.

Locatie: Vianen, Marconiweg 2
Jan Kloosterman, rol: Lid
Leo Leeuw, rol: Lid

NedMobiel

Locatie: Breda, Haagweg 1
Erwin Kamp, rol: Lid
Omgevingsdienst NZKG

Omgevingsdienst NZKG

Locatie: Zaandam, Ebbehout 31
Pascal Hoogewoonink, rol: Lid

Proficium B.V.

Locatie: Breukelen, De Corridor 14T
Johan Bel, rol: Lid
Bram ten Klei, rol: Lid

ProRail

Locatie: Utrecht, Moreelsepark 3
Dirk Jan Menger, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau

Locatie: Amsterdam, Weesperstraat 430
Tjitse van Dijk, rol: Lid

Gemeente Amsterdam, Metro en Tram

Locatie: Amsterdam, Stationsplein 7
Erik Bijlsma, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsbeheer

Locatie: Rotterdam, Kleinpolderplein 5
Nabila Abdellaoui, rol: Lid
Anton Ruiter, rol: Lid

Heijmans Infra Techniek B.V.

Locatie: Rosmalen, Graafsebaan 67
Herman Pruisken, rol: Lid
ICT Business Development Manager

ICT Business Development Manager

Locatie: Barendrecht, Kopenhagen 9
Frans Lambregts, rol: Lid
MaxGrip Head Office

MaxGrip Head Office

Locatie: Utrecht, Papendorpseweg 100
Marcel Morsing, rol: Lid

Mobilis TBI infra Vestiging West

Locatie: Rotterdam, Fascinatio Boulevard 522
Jan de Waard, rol: Lid

Movares

Locatie: Utrecht, Daalseplein 100
Jacco Kroese, rol: Lid
Peter Overduin, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Maarten van Riel, rol: Coordinator
Ronald Gram, rol: Adviseur

Covalent

Locatie: Amersfoort, Displayweg 3
Siert Saes, rol: Lid
Ad Rabenort, rol: Lid

Croonwolter&dros

Locatie: Rotterdam, Schiemond 20-22
Dolf van der Meij, rol: Lid
Celeste de Jong, rol: Lid

Deltares

Locatie: Delft, Boussinesqweg 1
Peter van den Berg, rol: Lid

ENGIE Nederland N.V.

Locatie: Dordrecht, Laan van Barcelona 800
Ton van Gageldonk, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte

Locatie: Amsterdam, Weesperplein 8
Wilco Renkema, rol: Lid
Jeroen Schrijver, rol: Lid

Altran Netherlands B.V.

Locatie: Utrecht, Herculesplein 24
Lambert Verhagen, rol: Lid
Jeroen Kersten, rol: Lid
Peter Hendriks, rol: Lid

ARCADIS Nederland BV

Locatie: Arnhem, Beaulieustraat 22
Gerben Quirijns, rol: Lid

BAM Infra

Locatie: Gouda, H.J. Nederhorststraat 1
Jaco Kreber, rol: Lid
Vincent van den Broek, rol: Lid

Besix Infra

Locatie: Schelle, Steenwinkelstraat 640
Jan Parmentier, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Merten Hinsenveld, rol: Lid
Ellen van Eijk, rol: Begeleider/Facilitator

www.handboektunnelbouw.nl

Expertteam Duurzaamheid

Expertteam Duurzaamheid

Status: Gereed
Type: Platform - koplopergroep - expertteam

Vraagarticulatie
De stad Den Haag wil in 2040 energieneutraal zijn en de Rotterdamsebaan is hierbij een belangrijk project. De ambitie is van de Rotterdamsebaan een icoon van duurzaamheid te maken en een inspiratiebron voor toekomstige (tunnel)projecten. Er bestaan echter nog geen EMVI-criteria voor duurzaamheid.

Onderzoek
Een team van experts op het gebied van duurzaamheid, milieu, tunnelveiligheid, civiele techniek en geowetenschappen heeft onder leiding van de TU Delft en het COB beschreven hoe een tunnel duurzaam gerealiseerd kan worden.

Resultaat
Het Inspiratiedocument Duurzaamheid presenteert negen aspecten die een tunnel duurzaam maken. Het document wordt gebruikt bij de aanbesteding van de Rotterdamsebaan. In 2015 voert het expertteam de waardering voor het EMVI-criteria Duurzaamheid uit. Hierna zal het resultaat van de aanpak worden geevalueerd, en doorvertaald worden naar andere praktijkprojecten.

Thema's
Duurzaamheid

Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Jones Lang LaSalle

Locatie: Amsterdam, Strawinskylaan 3103
Claudia Heimensen, rol: Lid

Rendemint

Locatie: Ridderkerk, Pruimendijk 113
René de Klerk, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Joris Vijverberg, rol: Lid

TU Delft Faculteit Civiele Techniek & Geowetenschappen

Locatie: Delft, Stevinweg 1
Marcel Hertogh, rol: Voorzitter

Universiteit Utrecht Faculteit Geowetenschappen

Locatie: Utrecht, Heidelberglaan 2
Jasper Griffioen, rol: Lid
Individuele deelnemers

Jan van Vliet, rol: Lid

Bierman Henket Architecten

Locatie: Vught, Hal 13a "Den Eikenhorst"
Henk van Laarhoven, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Karin de Haas, rol: Coordinator

EcoChain Technologies B.V.

Locatie: Amsterdam, Oostenburgermiddenstraat 202
Jochem Mos, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
Léon Dijk, rol: Lid

kieninnovatiemeesters.nl/

Den Haag Rotterdamsebaan

Rotterdamsebaan

De gemeente Den Haag werkt aan een nieuwe verbindingsweg tussen knooppunt Ypenburg (A4/A13) en de Centrumring. Deze Rotterdamsebaan wordt 3,8 kilometer lang en doorkruist het grondgebied van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Den Haag. Onderdeel is een geboorde tunnel, de Victory Boogie Woogietunnel, die tweemaal twee rijstroken krijgt en ongeveer 1.860 meter lang wordt.

De Utrechtsebaan is de belangrijkste toegangsweg van Den Haag. Van het verkeer dat de stad dagelijks in- en uitgaat, rijdt veertig procent via deze weg. Dat leidt elke dag tot files die zich vaak uitbreiden naar de omringende snelwegen zoals de A12, A13 en A4. De aangrenzende woonwijken hebben veel last van sluipverkeer. De nieuwe Rotterdamsebaan zorgt ervoor dat de druk op de Utrechtsebaan afneemt en het verkeer zich beter verdeelt. Met de nieuwe weg krijgt het verkeer van en naar Rotterdam, Delft en Ypenburg een alternatief. De Utrechtsebaan zal in de toekomst wel de belangrijkste toegangsweg zal blijven.

Tracé

De Rotterdamsebaan loopt van het knooppunt Ypenburg richting het noorden, kruist met een tunnel het groene gebied de Vlietzone, het water de Vliet en de woonwijken van Voorburg-West en komt uit op de Binckhorstlaan. Daar sluit de nieuwe weg bij de Neherkade direct aan op de Centrumring. Het tracé komt grotendeels overeen met de ligging van de tweede toegangsweg die architect Dudok – die na de Tweede Wereldoorlog de leiding had over de wederopbouw van Den Haag – in zijn plannen had opgenomen. De inpassing van de nieuwe verbindingsweg was een complexe opgave. Uiteindelijk heeft de inspraakprocedure ertoe geleid dat het ondergrondse deel van het tracé driehonderd meter langer wordt dan technisch gezien noodzakelijk is. Met de verlenging is de gemeente tegemoetgekomen aan bezwaren van omwonenden en andere belanghebbenden.

Visualisatie van de tunnelingang bij Familiepark Drievliet, aan de zuidkant van Den Haag. (Beeld: Facebook Rotterdamsebaan)

Victory Boogie Woogietunnel

De tunnel, die Victory Boogie Woogietunnel gaat heten, wordt geboord. Hiervoor maakt de aannemerscombinatie (zie rechts) gebruik van de tunnelboormachine waarmee eerder de Sluiskiltunnel is aangelegd. De tunnel wordt 1.860 meter lang, waarbij het geboorde deel een lengte heeft van circa 1.640 meter. De twee tunnelbuizen komen op ongeveer vier meter van elkaar te liggen, krijgen een diameter van ruim tien meter en liggen op het diepste punt 29 meter onder de grond. In iedere buis komen twee rijstroken en tussen de buizen komt om de 250 meter een dwarsverbinding.

Duurzame infrastructuur

De Rotterdamsebaan moet hét voorbeeld van duurzame infrastructuur in Nederland worden. Combinatie Rotterdamsebaan heeft in het ontwerp veel aandacht besteed aan de verschillende duurzaamheidsaspecten, zoals vormgeving en inpassing in het landschap, luchtkwaliteit en energiegebruik. Een goed voorbeeld is de tunnelmond in de Vlietzone. Hier komt over het dienstgebouw en de tunnelmond een grote overkapping die bestaat uit zonnepanelen. De elektriciteit die hiermee wordt opgewekt, zal worden gebruikt in het dienstgebouw. Een ander voorbeeld zijn de filters in de tunnel waarmee fijnstof wordt afgevangen.

Planning

In 2014 is de gemeente gestart met het bouwrijp maken van het tracé en in 2015 is een aantal wegen in de Binckhorst opnieuw ingericht. Eind 2015 is de aanbesteding afgerond en is de opdracht, in de vorm van een design-, built- en maintenancecontract met vijftien jaar onderhoud, gegund aan de Combinatie Rotterdamsebaan. Als de gemeente mei 2016 de laatste voorbereidende werkzaamheden heeft afgerond, start de aannemerscombinatie met het inrichten van de werkterreinen in de Vlietzone en de Binckhorst waar de boorschachten komen. Ook wordt dan een tijdelijke weg aangelegd om de route Binckhorstlaan in beide richtingen open te houden. Het boren van de tunnelbuizen begint eind 2017 en 1 juli 2020 gaat de Rotterdamsebaan open voor verkeer.

Voorbereiding

Om onder de grond alvast ruimte te maken voor de tunnel van de Rotterdamsebaan, moesten grote stroomkabels verlegd worden. De gemeente Den Haag maakte een video over deze indrukwekkende klus. Over een afstand van liefst een kilometer werd tot vijfendertig meter diep onder de grond een gestuurde boring uitgevoerd.

Inspiratiedocument Duurzaamheid

Zero Energy tunnel-onderzoek opmaat voor praktijkproef

Zero Energy tunnel-onderzoek opmaat voor praktijkproef

Energieneutrale tunnels zijn mogelijk. Niet alleen in nieuwbouw, ook bij renovatie. Dat blijkt uit het onderzoek Zero Energy Tunnel: renewable Energy Generation and Reduction of Energy Consumption van Rimma Dzuhusupova aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Een combinatie van bewezen technieken op het gebied van energiebesparing, toepassing van ter plaatse duurzaam opgewekte energie en ventilatiesystemen die de luchtkwaliteit binnen en buiten tunnels verbeteren, kan nu al een energieneutrale tunnel opleveren. Niets staat volgens promovenda Rimma Dzuhusupova (TU Eindhoven) en KIEN-directeur Adrie van Duijne een praktijktoepassing nog in de weg.

De conclusie dat een energieneutrale tunnel haalbaar is met bestaande, bewezen technologie, kan voor opdrachtgevers een eyeopener zijn, denkt Rimma Dzuhusupova.

“Opdrachtgevers zijn vaak niet geïnteresseerd in het investeren in energiebesparende maatregelen, in de veronderstelling dat het niet rendabel is. Met mijn eenjarig onderzoek heb ik aangetoond dat het mogelijk is om met behulp van bewezen technologie een energieneutrale tunnel te bouwen die past binnen de rendementseisen; een terugverdientijd van maximaal 25 jaar.”

“Verder onderzoek moet overigens nog wel duidelijk maken welke techniek je in welke situatie moet toepassen. In een praktijksituatie waar de omstandigheden bekend zijn en je niet hoeft te rekenen op basis van een virtuele standaardtunnel, kun je preciezer rekenen. Er is nog veel te onderzoeken. Ik hoop dat anderen dit onderwerp oppakken en er verder mee willen gaan.”

Adrie van Duijne, directeur van het Knooppunt Innovatie Elektrotechniek Nederland (Stichting KIEN): “KIEN wil verder met dit onderzoek. Alle grote installatiebedrijven zien het belang ervan. De volgende stap is een pilottunnel. De contacten daarvoor zijn gelegd. Rijkswaterstaat heeft zich in ieder geval al zeer betrokken getoond. Daar ziet men met name de luchtkwaliteit als een groot probleem. Na de zomer willen we met opdrachtgevers, waaronder ook gemeenten, en de installatiewereld een werkgroep vormen die zo’n praktijkproject mogelijk moet maken. Doel is een productconcept te ontwikkelen waar we als BV Nederland ook exportkansen mee creëren. We zien de grootste problemen in bestaande tunnels en verwachten dan ook dat de grootste kansen in renovatieprojecten liggen.”

Tunnelinstallaties

Rimma Dzuhusupova onderscheidt in haar onderzoek verschillende systemen die van invloed zijn op het totale energieverbruik van een tunnel. Naast grootverbruikers verlichting en ventilatie zijn dat pompen, verkeersinstallaties, brandbestrijdings-systemen, communicatiemiddelen, energiesubsystemen en gebouwgebonden installaties (o.a. verwarming en koeling kantoren).

Gemiddelde Nederlandse tunnel

Met behulp van Rijkswaterstaat en Croon Elektrotechniek heeft Rimma Dzuhusupova voor haar berekeningen een virtuele tunnel gedefinieerd met twee tunnelbuizen met een lengte van een kilometer, die tijdens de spits 5.000 voertuigen per uur te verwerken krijgt. Doel was om die tunnel zo te ontwerpen en in te richten dat deze het milieu niet belast en aantoonbare voordelen biedt voor opdrachtgevers. Er is ook gekeken naar de nieuwe Tunnelstandaard. “Rijkswaterstaat was een van de participanten in het onderzoek en heeft mij gedurende de totstandkoming van de Tunnelstandaard al inzicht gegeven in onderliggende documenten, zodat ik daar rekening mee kon houden”, aldus Rimma Dzuhusupova. Of het ontwerp daadwerkelijk binnen de standaard past, moet ook blijken uit de pilot.

Energiereductie

Tunnels hebben een veel groter geïnstalleerd vermogen dan dat er daadwerkelijk wordt gebruikt. Dat surplus zit grotendeels in de voorzieningen voor de ventilatievoorzieningen die alleen bij calamiteiten volledig worden ingezet. Kijkend naar het gemiddelde van de data van de DrechttunnelHeinenoordtunnelBeneluxtunnel en Coentunnel, komt Dzuhusupova tot de conclusie dat 53% van de daadwerkelijke energieconsumptie in tunnels voor verlichting wordt gebruikt. Toepassing van led-verlichting verlaagt de totale energieconsumptie van een tunnel met 12%, met een redelijke terugverdientijd. Op basis van door Croon Elektrotechniek ter beschikking gestelde data blijkt dat een gemiddelde tunnel 6,6 MWh/km per jaar verbruikt.

Het jaarlijks verbruik van een tunnel met gangbare verlichting en ventilatie (links) en van een tunnel met o.a. LED-verlichting en ventilatie ter bevordering van de luchtdoorstroom (rechts).

Het jaarlijks verbruik van een gangbare tunnel (rechts) en van een tunnel met energiezuinige installaties en eigen windturbines om energie op te wekken (links).

Naast beperking van energieverbruik en CO2-uitstoot betekent toepassing van led-verlichting ook dat de beschikbaarheid van de tunnel toeneemt als gevolg van een lagere onderhoudsinterval. Bovendien kan de intensiteit van led-verlichting gemakkelijker worden aangepast aan weersomstandigheden, het lichtniveau buiten de tunnel en de verkeersintensiteit. In Nederland is led-verlichting overigens al toegepast in onder andere de Vlaketunnel en de Heinenoordtunnel.

Luchtkwaliteit

Onderzoek naar beperking van energieverbruik voor ventilatiedoeleinden heeft Dzuhusupova gekoppeld aan de mogelijkheden om de luchtkwaliteit buiten de tunnel te verbeteren. Tot heden is alleen bij de Coentunnel een ventilatiesysteem geïnstalleerd met 25 meter hoge emissieschachten, dat voorkomt dat emissiewaarden direct buiten de tunnel te hoog oplopen. Rimma Dzuhusupova: “De daarvoor benodigde energie bedraagt veertig procent van het totale energieverbruik in de tunnel. Ik heb onderzoek gedaan naar systemen met filters, zoals die in onder andere Oostenrijk, Japan en Noorwegen al zijn toegepast. Mechanische filters en koolfilters zijn vanuit energieoogpunt de beste oplossing, maar vergen veel onderhoud. Een combinatie met elektrostatisch filter of koudeplasmatechnologie kan, afhankelijk van de situatie, tot optimalisatie leiden. Verder kan luchtreiniging gecombineerd worden met warmtecirculatie, waardoor de door voertuigen in de tunnel opgewekte warmte kan worden gewonnen voor hergebruik.”

Energieopwekking

Na optimalisatie van de bestaande systemen is er nog geen sprake van een volledig energieneutrale (zero energy) tunnel. Daarvoor is opwekking van hernieuwbare energie nodig. In de modeltunnel die voor de berekeningen is gebruikt, zou sprake moeten zijn van 1.000 m2 photovoltaïsche cellen (zonnepanelen) en twee windturbines met een vermogen van 0,5 MW. Dzuhusupova stelt in het onderzoek: “De introductie van hernieuwbare energiebronnen is technisch gezien een uitdaging. We kunnen echter concluderen dat met het voorgestelde nieuwe ontwerp het beoogde doel wordt bereikt: reductie van energiegebruik, verbetering van de luchtkwaliteit binnen en buiten de tunnel en opwekking van hernieuwbare energie om de tunnel daadwerkelijk energieneutraal te maken.”

‘Meningen worden zo weer eens ter discussie gesteld’

William van Niekerk

Directeur Corporate Social Responsibility bij de Koninklijke BAM Groep
Ambassadeur Tunnels en Bouwputten bij het COB

“Goed dat in een tijd waarin duurzaamheid steeds belangrijker wordt, dit soort onderzoeken plaatsvinden, waarin wordt gekeken of met de laatste stand van de techniek energieneutrale objecten zoals tunnels haalbaar zijn voor marktpartijen. Met een contractvorm waarbij de aannemer niet alleen de tunnel bouwt, maar ook voor langere tijd verantwoordelijk is voor het beheer en de energieconsumptie van een object, kan een kostenoptimalisatie over een groot gedeelte van de levenscyclus plaatsvinden en worden dit soort toepassingen haalbaar. Meningen gevormd op basis van verouderde technieken worden zo weer eens ter discussie gesteld en dit kan tot verrassende inzichten leiden.

Door het betrekken van zowel opdrachtgevers als bouwbedrijven in het onderzoek kan er een reëel beeld van de te verwachten besparingen worden verkregen. Het integreren van de energievoorziening van infra-objecten in smart grids en aansluiting zoeken bij initiatieven zoals die van het Smart Energy Collective kan misschien nog meer mogelijkheden bieden tot het beperken van energieconsumptie.”

Energiereductie tunnels

Energiereductie tunnels

Status: Gereed
Type: Onderzoek - commissie - werkgroep

Vraagarticulatie
Samen met het netwerk wil het COB toewerken naar een langetermijnvisie voor een energieneutrale tunnel. De eerste stap is het meewerken aan de doelstelling van Rijkswaterstaat: het reduceren van de energiebehoefte van alle bestaande en nieuwe tunnels.

Onderzoek
In 2015 zijn er twee expertteams ingericht om maatregelen voor energiereductie in kaart te brengen, zowel voor technische aspecten, het proces en voor contracten. In de zomer van 2016 is het concept van de maatregelencatalogus gereviewed door ca. 30 experts. De feedback is verwerkt in het eindresultaat.

Resultaat
De maatregelencatalogus is opgezet als groeiboek: een digitale rapportage die in de loop der tijd kan worden aangevuld en verbeterd. Tijdens het COB-congres op 8 december 2016 is het groeiboek officieel gelanceerd en te vinden is via https://www.cob.nl/groeiboek/maatregelencatalogus-voor-energiereductie-in-tunnels

Vakgebieden
Tunnels en veiligheid

Bijeenkomsten

01-01-1970 -


Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

SPIE Nederland BV

Locatie: Breda, Huifakkerstraat 15
Maarten Hellemans, rol: Lid
Jacco Saaman, rol: Lid

TEC Tunnel Engineering Consultants

Locatie: Amersfoort, Laan 1914 No 35
Ron van Beek, rol: Voorzitter

Vialis BV Houten

Locatie: Houten, Loodsboot 15
Leo Speksnijder, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Johan Naber, rol: Lid

Rijkswaterstaat Waterdienst

Locatie: Lelystad, Zuiderwagenplein 2
Joost Bouten, rol: Lid

Soltegro

Locatie: Capelle Aan Den Ijssel, Rivium Quadrant 159
Leen van Gelder, rol: Lid

SPIE Nederland BV

Locatie: Breda, Huifakkerstraat 15
Leen van Rij, rol: Lid

NedMobiel

Locatie: Breda, Haagweg 1
Henry van der Pluym, rol: Lid
PricewaterhouseCoopers Advisory N.V

PricewaterhouseCoopers Advisory N.V

Locatie: Amsterdam, Thomas R. Malthusstraat 5
Max ten Cate, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Dik de Weger, rol: Lid

Gemeente Den Haag p/a projectorganisatie

Locatie: Den Haag, Laan van Hoornwijck 80
Cynthia Sewbalak, rol: Lid

Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling

Locatie: Den Haag, Spui 70
Paul Janssen, rol: Lid

Heijmans Wegen B.V.

Locatie: Rosmalen, Graafsebaan 67
René Valkenburg, rol: Lid
Willem van Ooijen, rol: Lid

Movares

Locatie: Utrecht, Daalseplein 100
Arie-Peter Hijkoop, rol: Lid

ARCADIS Nederland BV

Locatie: Amersfoort, Piet Mondriaanlaan 26
Verali von Meijenfeldt, rol: Secretaris

Covalent

Locatie: Amersfoort, Displayweg 3
Frank de Vries, rol: Lid

Croonwolter&dros

Locatie: Roosendaal, Ettenseweg 20
Harry Engwirda, rol: Lid
Individuele deelnemers

Vincent Leclercq, rol: Lid
Casper van Nie, rol: Lid
Carolina Lantinga, rol: Lid

Afwegingskader ondergronds bovengronds

Afwegingskader ondergronds bovengronds

Kiezen we voor een bovengrondse of (deels) ondergrondse oplossing? De vraag is eenvoudig, maar het antwoord zeker niet. De afweging wordt onder andere bemoeilijkt door de immateriële aspecten die meegenomen moeten worden, zoals kwaliteit van de leefomgeving en gevolgen voor het milieu.

Begin 2011 heeft Rijkswaterstaat het COB gevraagd om een afwegingskader te ontwikkelen om de keuze tussen boven- en ondergrondse oplossingen te ondersteunen. Zo’n afwegingskader is wenselijk en nodig omdat meervoudig ruimtegebruik kansen geeft om RO-, verkeers- en omgevingsknelpunten in harmonie aan te pakken. We maken nu ook wel afwegingen – gebruiken ook instrumenten –, maar zien dit niet altijd gevolgd worden door een afgewogen besluit.

Zoals bij elke afweging is het van belang zowel nadelen en risico’s, als kansen en mogelijkheden goed en transparant in beeld te brengen. Maar er komt meer kijken bij de afweging ondergrond/bovengronds, zoals het langetermijnperspectief, strategische overwegingen, evenwichtige financiering en integraliteit in het ontwikkelen van het gebied. Het gaat dus niet alleen om de techniek en de harde kosten en baten, maar ook, en misschien wel juist, om het gezamenlijk verkennen van financieringsstructuren, ontwerpmethodieken, samenwerkingsstructuren en besluitvormingsprocessen.

Rapportage gereed

Op het COB-congres 2013 heeft Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal Rijkswaterstaat, de publicatie Zeven sleutels voor een waardevolle afweging gepresenteerd. Dit document vormt het antwoord op de oorspronkelijke vraag naar een afwegingskader voor ondergronds vs. bovengronds bouwen.

‘Zeven sleutels’ is een handreiking voor bestuurders en hun adviseurs om het gesprek te voeren over het afwegen van ondergrondse en bovengrondse oplossingen. Het zijn aandachtspunten voor het vormgeven van inhoud, proces en relatie in een zogeheten ‘multi-level, multi-actor’-arena, ofwel aandachtspunten in een omgeving met vele betrokkenen met elk hun eigen kader voor afwegen en besluiten. Het rapport is geïllustreerd met praktijkvoorbeelden.

Presentatie tijdens Diner van de Ondergrond

Tijdens het Diner van de Ondergrond 2013 praatte Bert van Eekelen (Arcadis) ons bij over het onderzoek naar het afwegingskader. De werkgroep is uitgekomen bij zeven inzichten die later dit jaar worden gepresenteerd in een laagdrempelig boekje met veel voorbeelden. Van Eekelen: “Het kader biedt geen kant-en-klare methodiek die kan worden doorlopen. De insteek wordt ‘wat kom je allemaal tegen bij de afweging ondergronds/bovengronds?’. De zeven inzichten, aangevuld met tips en inspiratie, laten zien onder welke voorwaarden binnen een project een optimaal resultaat kan worden bereikt.”

Diner van de Ondergrond 2013. (Foto: Chiel Epskamp)

Vervolg

In 2014 zijn er met diverse partijen gesprekken gevoerd over een vervolg op de zeven sleutels. Dat heeft geresulteerd in een overleg tussen Rijkswaterstaat, het ministerie IenM (STRONG) en het COB, waarbij mogelijke vervolgstappen zijn verkend.

Platform Kabels en leidingen

Platform Kabels en leidingen

Status: Lopend
Type: Platform - koplopergroep - expertteam

Vraagarticulatie
Binnen het platform Kabels en leidingen komen participanten van het COB bij elkaar om actuele onderwerpen en (toekomstige) vraagstukken te bespreken. De deelnemers zoeken naar gezamenlijke opgaven en initiëren projecten. Ook worden projecten er geëvalueerd.

Onderzoek
Dit platform richt zich op het bevorderen van samenwerking tussen partijen uit verschillende sectoren: energie en nuts-voorzieningingen, ruimtelijke ordening, vastgoed en overheid.

Resultaat
Het platform komt gemiddeld vier keer per jaar bij elkaar en bestaat uit een grote groep enthousiaste en vaste deelnemers. Veel diverse onderwerpen komen tijhdens de bijeenkomsten aan bod, waarvan er sinds de oprichting in 2003 al vele zijn opgepakt.

Vakgebieden
Kabels en leidingen

Bijeenkomsten

06-12-2018 - Platformbijeenkomst kabels en leidingen

10-09-2014 - Platformbijeenkomst bij Enexis in Den Bosch

13-02-2014 - Platformbijeenkomst bij Gemeente Amsterdam

13-05-2014 - Platformbijeenkomst gehouden bij COB

14-01-2015 - Platformbijeenkomst bij Gemeente Rotterdam

10-04-2013 - Platformbijeenkomst bij Hobas in Tiel

12-09-2013 - Platformbijeenkomst bij Dunea in Scheveningen

26-11-2013 - Platformbijeenkomst bij LSNed in Roosendaal

22-09-2015 - Platformbijeenkomst, locatie Zuidas Amsterdam

Bijeenkomst met onder andere een bezoek aan de expositie Zuidas Ondergronds onder het WTC in Amsterdam. De verdere bijeenkomst vindt plaats in de Thomaskerk waar gesproken wordt over Plastic R


03-12-2015 - Platformbijeenkomst bij Liander in Duiven

Donderdag 3 december is het platform kabels en leidingen op bezoek geweest bij Liander in Duiven. Geïnspireerd door deze locatie waar circulair bouwen hét centrale thema’s was van de herontwik


09-03-2016 - Platformbijeenkomst bij het COB in Delft

Deze bijeenkomst is goed bezocht door 26 platformleden die met elkaar spraken over de volgende onderwerpen:1 De tussenstand rondom de nieuwe richtlijnen voor zorgvuldig grondroeren (Richard va


31-05-2016 - Platformbijeenkomst bij de Gemeente Alphen ad Rijn

Op de agenda staan onder andere de pilot Mantelbuizen-put-constructie/ het verbeteren van de rol van bodem en ondergrond in ruimtelijke afwegings- en besluitvormingsprocessen/de handreiking aa


05-10-2016 - Platformbijeenkomst

17-11-2017 - Maak kennis met….

De nieuwe coordinator, de onderwerpen die aan bod komen, onze gastheer DNV-GL en veel meer…..


22-06-2018 - Platformbijeenkomst op het COB-congres

Tojdens het COB-congres wordt een speciale sessie ingericht voor het platform Kabels en leidingen



Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Siers Infraconsult B.V

Locatie: Oldenzaal, Schuttersveld 22
Harry Moek, rol: Lid

Sweco Nederland B.V.

Locatie: De Bilt, De Holle Bilt 22
John Driessen, rol: Lid
Berno Lievers, rol: Lid

Tauw bv

Locatie: Utrecht, Australiëlaan 5
Frank van Gennip, rol: Lid

Tauw bv

Locatie: Deventer, Handelskade 37
Thijs Wessels, rol: Lid

TU Delft Faculteit Civiele Techniek & Geowetenschappen

Locatie: Delft, Stevinweg 1
Wout Broere, rol: Lid

Visser & Smit Hanab B.V.

Locatie: Papendrecht, Rietgorsweg 6
Dennis in 't Groen, rol: Lid

VolkerWessels Telecom Infra

Locatie: Amersfoort, Modemweg 33
Theo Ellenbroek, rol: Lid

Netbeheer Nederland

Locatie: Den Haag, Anna van Buerenstraat 43
Henk van Bruchem, rol: Lid

ProRail

Locatie: Utrecht, Moreelsepark 2- de Tulpenburgh
David Elbers, rol: Lid
John Sandbrink, rol: Lid
Mahesh Ghoerbien, rol: Lid
Ted Slump, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Dick Beentjes, rol: Lid
Rick van Vliet, rol: Lid

Rijkswaterstaat WVL Water Verkeer en Leefomgeving

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Jasper Snippe, rol: Lid

Saxion Hogeschool

Locatie: Deventer, Handelskade 75
Geert Roovers, rol: Lid

Kragten B.V.

Locatie: Herten, Schoolstraat 8
Thijs Pepels, rol: Lid
Hub Diederen, rol: Lid
Carel Peeters, rol: Lid
Liandon

Liandon

Locatie: Duiven, Dijkgraaf 2-4
Bart Noordhoek, rol: Lid

LievenseCSO Infra B.V.

Locatie: Breda, Tramsingel 2
Gert Jan ter Haar, rol: Lid
Tjeerd van der Laag, rol: Lid

MH Poly Consultants & Engineers bv

Locatie: Bergen Op Zoom, Peter Vineloolaan 46b
Dennis Hut, rol: Lid
Marco Buijsen, rol: Lid

Movares

Locatie: Utrecht, Daalseplein 100
Mark Koningen, rol: Lid
Wessel Arnold, rol: Lid

HOBAS Benelux B.V.

Locatie: Tiel, Marconistraat 11-10
Duco van Rijsbergen, rol: Lid
Rob Schrijver, rol: Lid
George van Halteren, rol: Lid
Erik Niks, rol: Lid

Hogeschool Utrecht

Locatie: Utrecht, Nijenoord 1
Ursula Backhausen, rol: Lid

Hompe & Taselaar

Locatie: Amsterdam-duivendrecht, Van Marwijk Kooystraat 1
Frans Taselaar, rol: Lid
Richard van Ravesteijn, rol: Lid
Ingrid Bavelaar Management ondersteuning

Ingrid Bavelaar Management ondersteuning

Locatie: Leiderdorp, Hoofdstraat 174
Ingrid Bavelaar, rol: Secretaris

Kragten B.V.

Locatie: Herten, Schoolstraat 8
Peter van den Akker, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
Stanley Tjan, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsbeheer

Locatie: Rotterdam, Kleinpolderplein 5
Henk van der Maas, rol: Lid
Micha van Engelen, rol: Lid

Gemeente Utrecht Dienst Stadsontwikkeling

Locatie: Utrecht, Rachmaninoffplantsoen 61
Sieb van der Weide, rol: Lid

GPKL Gemeentelijk Platform K&L

Locatie: Ede, Galvanistraat 1
Berry Kok, rol: Lid
Enrico van den Bogaard, rol: Lid

Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 909
Sjaak Verburg, rol: Lid

Heijmans Infra Techniek B.V.

Locatie: Rosmalen, Graafsebaan 67
Paul de Koning, rol: Lid

Heijmans NV

Locatie: Rosmalen, Graafsebaan 67
René Frinks, rol: Lid

Enexis B.V.

Locatie: 'S-hertogenbosh, Magistratenlaan 116
Jos Lemmens, rol: Lid
Evides Waterbedrijf

Evides Waterbedrijf

Locatie: Rotterdam, Schaardijk 150
Hein Herbermann, rol: Lid
Christian Kivit, rol: Lid

Gemeente Alphen aan den Rijn

Locatie: Alphen Aan Den Rijn, Stadhuisplein 1
Taco Noordenbos, rol: Lid
Martin van Vianen, rol: Lid
Ed Wesenaar, rol: Lid
Hugo Hoenders, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte

Locatie: Amsterdam, Weesperplein 8
Michiel Wentholt, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau

Locatie: Amsterdam, Weesperstraat 430
Paul Elzenaar, rol: Lid

Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer

Locatie: Den Haag, Spui 70
Hans Meijer, rol: Lid

Alliander N.V.

Locatie: Duiven, Dijkgraaf 4
Ben Lambregts, rol: Lid

Antea Group

Locatie: Almere, Monitorweg 29
Pedro Kooistra, rol: Lid
Mark Deuring, rol: Lid

Bilfinger Tebodin

Locatie: Den Haag, Laan van Nieuw Oost-Indië 25
Stanley Hunte, rol: Lid

Bouwend Nederland

Locatie: Zoetermeer, Zilverstraat 69
Edgar van Niekerk, rol: Lid

Deltares

Locatie: Delft, Boussinesqweg 1
Henk Kruse, rol: Lid

DNV GL

Locatie: Arnhem, Utrechtseweg 310
Wim Boone, rol: Lid

Dunea NV Duin & Water

Locatie: Zoetermeer, Plein van de Verenigde Naties 11
Mark Janssen Lok, rol: Lid

Dura Vermeer Infra landelijke projecten

Locatie: Hoofddorp, Taurusavenue 100
Jeroen Baars, rol: Lid

Data delen

Data delen

Status: Afrondende fase
Type: Onderzoek - commissie - werkgroep

Vraagarticulatie
Er wordt steeds meer data verzameld en openbaar beschikbaar gesteld. Er is momenteel nog weinig zicht op de waarde van deze data voor nutsbedrijven en de bijdrage die assetdata kan leveren aan de maatschappij en andere netbeheerders. Het COB zet in op een inspiratieboek met \'datakansen\', waarmee netbeheerders zich kunnen ontwikkelen in het vrijgeven van data.

Onderzoek
Een werkgroep bevraagd betrokken partijen bij dit onderzoek, legt de resultaten van de enquetes naast elkaar zoekt rode draden. In maart 2016 is gestart met het samenstellen van het concept inspiratiedocument.

Resultaat
Een verkennende studie dat laat zien wat data delen inhoudt voor het aanleggen, beheren en onderhouden van kabel- en leidinginfrastructuur. Teven is dit een aanzet om het open stellen van data op gang te krijgen en dit onderwerp te agenderen. In februari 2017 is het rapport gereed.

Vakgebieden
Kabels en leidingen

Bijeenkomsten

03-03-2016 - Bijeenkomst Data delen

De verzamelde input wordt besproken voor het concept document en vervolgstappen worden bepaald.



Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Frans van Dam, rol: Product geïnterviewd

Stichting RIONED

Locatie: Ede, Galvanistraat 1
Hugo Gastkemper, rol: Product geïnterviewd

VolkerWessels Telecom Infra

Locatie: Amersfoort, Modemweg 33
Theo Ellenbroek, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsbeheer

Locatie: Rotterdam, Kleinpolderplein 5
Wil Kovács, rol: Product geïnterviewd

Gemeente Utrecht Dienst Stadsontwikkeling

Locatie: Utrecht, Rachmaninoffplantsoen 61
Sieb van der Weide, rol: Product geïnterviewd

Hompe & Taselaar

Locatie: Amsterdam-duivendrecht, Van Marwijk Kooystraat 1
Frans Taselaar, rol: Lid

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Locatie: Heerhugowaard, Stationsplein 136
Mark Broos, rol: Product geïnterviewd

KWR Watercycle Research Institute

Locatie: Nieuwegein, Groningenhaven 7
Ralph Beuken, rol: Lid

Marmos Bodemmanagement

Locatie: Rotterdam, Geert Adegeeststraat 4
Marnix Mosselman, rol: Lid

ProRail

Locatie: Utrecht, Moreelsepark 2- de Tulpenburgh
John Sandbrink, rol: Product geïnterviewd
Ruud Kamp, rol: Product geïnterviewd

Provincie Limburg

Locatie: Maastricht, Limburglaan 10
Frank Lonnee, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Herman Winkels, rol: Product geïnterviewd

Brabant Water N.V.

Locatie: 'S-hertogenbosch, Magistratenlaan 200
Daan Os, van, rol: Product geïnterviewd
Roel Diemel, rol: Product geïnterviewd

Deltares

Locatie: Delft, Boussinesqweg 1
Paul Schaminée, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau

Locatie: Amsterdam, Weesperstraat 430
Patricia Byrne-de Meijer, rol: Product geïnterviewd
Paul Elzenaar, rol: Product geïnterviewd

Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer

Locatie: Den Haag, Spui 70
Hans Meijer, rol: Product geïnterviewd
Freek Verhoef, rol: Product geïnterviewd

Gemeente Rotterdam Stadsbeheer

Locatie: Rotterdam, Kleinpolderplein 5
Micha van Engelen, rol: Lid
Karin de Goederen, rol: Lid

Alliander N.V.

Locatie: Duiven, Dijkgraaf 4
Jan Bruinenberg, rol: Lid
Christian Klep, rol: Lid

AT Osborne B.V.

Locatie: Baarn, J.F. Kennedylaan 100
Sandra Brouwer, rol: Lid

Bouwend Nederland

Locatie: Zoetermeer, Zilverstraat 69
Edgar van Niekerk, rol: Product geïnterviewd

Hoogspanning ondergronds

Hoogspanning ondergronds

Status: Afrondende fase
Type: Onderzoek - commissie - werkgroep

Vraagarticulatie
Dit project richt zich op het benoemen van aspecten die een rol spelen bij het maken van de afweging om hoogspanning ondergronds te brengen. Er worden hierbij kennisleemten vastgesteld die tot vervolgonderzoeken kunnen leiden.

Onderzoek
In het eerste kwar5taal van 2017 wordt de eindrapportage verwacht van de werkgroep

Vakgebieden
Kabels en leidingen

Thema's
Duurzaamheid

Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

TenneT Holding B.V.

Locatie: Arnhem, Utrechtseweg 310
Patrick van de Rijt, rol: Lid
Henk Sanders, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Richard van Ravesteijn, rol: Projectleider
Richard van Ravesteijn, rol: Coordinator

DNV GL

Locatie: Arnhem, Utrechtseweg 310
Wim Boone, rol: Lid

Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 909
Sjaak Verburg, rol: Lid

Rijkswaterstaat GPO Grote Projecten en Onderhoud

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
John Weebers, rol: Lid

TenneT Holding B.V.

Locatie: Arnhem, Utrechtseweg 310
Peter Sibbald, rol: Lid

Kabels en leidingen reconstructie N213

Kabels en leidingen reconstructie N213

Status: Lopend
Type: Pilot - praktijkonderzoek - evaluatie

Vraagarticulatie
Het COB en de provincie Zuid-Holland onderzoeken hoe bij verbreding of reconstructie van provinciale wegen op vernieuwende wijze omgegaan kan worden met ondergrondse netwerken. De reconstructie van de N213 wordt hiervoor aangegrepen als pilotproject. Hoe kan de markt uitgedaagd worden om kabels en leidingen innovatief te verwerken?

Onderzoek
Tijdens twee workshops hebben de nutsbedrijven constructief samengewerkt aan een concrete en innovatieve oplossing. Momenteel wordt deze aanpak uitgewerkt zodat deze kan worden toegepast in het lopende project.

Vakgebieden
Kabels en leidingen

Thema's
Duurzaamheid

Bijeenkomsten

26-03-2015 - Innovatie kabels en leidingen provincie ZH

Workshop over de belangen, uitdagingen en dicussiepunten rondom verleggingen van kabels en leidingen bij provinciale wegen.


10-06-2015 - 2e workshop innovatie kabels en leidingen

Deelnemers werken samen aan gedragen innovatieve oplossingen bij verlegging kabels en leidingen.



Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

Provincie Zuid-Holland

Locatie: Den Haag, Zuid-Hollandplein 1
Bjorn Olsthoorn, rol: Lid
Tanja Haring, rol: Financier
Patricia Rozenblad, rol: Opdrachtgever

APPM Management Consultants B.V.

Locatie: Zoetermeer, Röntgenlaan 19c
Emiel Stal, rol: Lid
Jean de Nijs, rol: Lid
Marcel Touset, rol: Begeleider/Facilitator

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Karin de Haas, rol: Coordinator
Edith Boonsma, rol: Lid
Richard van Ravesteijn, rol: Coordinator

Hompe & Taselaar

Locatie: Amsterdam-duivendrecht, Van Marwijk Kooystraat 1
Frans Taselaar, rol: Adviseur
ProCap Adviseurs en Projectmanagers

ProCap Adviseurs en Projectmanagers

Locatie: Utrecht, Savannahweg 71
Steven ten Hove, rol: Lid

Stichting A.M. Schreuders

Stichting A.M. Schreuders

Ondergronds bouwen stimuleren en inspireren: dat is het voornaamste doel van Stichting A.M. Schreuders. Zo wil de stichting een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke inrichting van Nederland.

Elk jaar reikt Stichting A.M. Schreuders een prijs uit voor een bijzondere prestatie op het gebied van ondergronds bouwen. Het ene jaar is dit de Schreudersprijs, die bestemd is voor een bedrijf of instelling. De winnende organisatie ontvangt de prijs bijvoorbeeld voor een innovatieve bouwtechniek of een creatieve ondergrondse oplossing. Het andere jaar wordt de Schreudersstudieprijs uitgereikt. Daarvoor komen studenten van Nederlandse hogescholen of universiteiten in aanmerking. Zij verdienen de prijs met een succesvol afstudeerproject dat te maken heeft met ondergronds bouwen.

Eer en erkenning

Met het winnen van de prijs wordt het bedrijf of de student in het zonnetje gezet en krijgen zij eer en erkenning voor hun opvallende idee of prestatie. Daarnaast ontvangt de winnaar van de Schreudersprijs een cheque van 25.000 euro. Voor de winnende student ligt 2.500 euro klaar.

Hoe kun je winnen?

Beide prijzen kennen een open inschrijving: wie denkt voor de prijs in aanmerking te komen, wordt van harte uitgenodigd zijn of haar project in te sturen. Een onafhankelijk jury van deskundigen buigt zich over alle inzendingen en selecteert de vijf beste projecten. Een van hen zal de prijs mee naar huis nemen. De overige genomineerden maken kans op een eervolle vermelding.

Over de Stichting

De Stichting A.M. Schreuders is in 1998 opgericht om vernieuwend ondergronds bouwen te stimuleren en te inspireren. Op deze manier wil de stichting haar bijdrage leveren aan het oplossen van ruimtelijke problemen in ons dichtbebouwde land in een tijd van overvolle wegen, dichtbebouwde stadskernen en groengebieden die steeds kleiner worden.

De Schreudersprijs 2013 werd op het COB-congres uitgereikt aan de projectorganisatie van de boortunnels van de Noord/Zuidlijn. (Foto: COB)

Platform Meerwaarde ondergrond

Platform Meerwaarde ondergrond

Status: Lopend
Type: Platform - koplopergroep - expertteam

Vraagarticulatie
Het platform Meerwaarde ondergrond is een praktijkgemeenschap gericht op het creëren van meerwaarde met de ondergrond. In de praktijk wordt veel gesproken over integrale gebiedsontwikkeling, maar men vergeet vaak de potentie van de bodem. De ondergrond kan een kwaliteitsimpuls geven aan de bovengrond; dat is waar het binnen dit platform om draait.

Onderzoek
De platformbijeenkomsten zijn altijd gericht op het uitwisselen en vergaren van kennis waar de praktijk om vraagt. Dagelijkse worstelingen krijgen zo een plek evenals het uitdiepen van strategisch relevante onderwerpen. Denk aan vraagstukken als: Welke waarde voegt ondergronds ruimtegebruik toe? Kunnen we die meerwaarde ook hard economisch neerzetten?

Resultaat
Het platform Meerwaarde ondergrond bedient een breed pallet van verschillende interesse en werkzaamheden van deelnemers. De een heeft interesse in beleid, de ander meer in uitvoering, de een in filosoferen, de ander in praktische tools. Het platform houdt daar rekening mee door bijeenkomsten te organiseren waar deze aspecten bij elkaar komen, of juist door bijeenkomsten gericht op specifieke onderwerpen.

Vakgebieden
Ordening en waarde

Bijeenkomsten

09-05-2017 - Bijeenkomst Platform Meerwaarde

Deze bijeenkomst ging over de vragen ‘wat betekent dan die omgevingswet, hoe pas ik dat in de paraktijd van alledag en wat kunnen overheden en de uitvoerende partijen van elkaar leren?


21-07-2017 - Museonder

De ondergrondse waarde van het Museonder en de nieuwe plannen van het park de Hoge Veluwe zijn na deze bijeenkomst geen geheim meer voor de gasten. Tijdens de middag is er volop gelegenheid vo


28-09-2017 - Wetenschap en praktijk komen in Leiden samen.

Hoe leer je als techneuten en planvormers elkaars taal spreken. Centraal hierbij staat de praktijkcasus in het stationsgebied Leiden waar Fransje Hooimeijer (TU) met haar studenten informatie


10-10-2017 - werkgroep informatie en omgevingswet

Op 9 mei heeft het platform onderwerpen benoemd waar we verder aan gaan werken, informatie (data) is er daar een van.


22-06-2018 - Platformbijeenkomst op het COB-congres

Eén sessie van het COB-congres staat in het teken van het platform Meerwaarde Ondergrond. Het onderzoeksproject de waarde van ondergronds bouwen, zal hier de resultaten met de gasten delen.


06-09-2018 - Platformbijeenkomst Meerwaarde ondergrond

De impact van de energietransitie voor ondergrondse ruimte staat op de agenda. De inpassing van ondergrondse functies in dynamisch stedelijk gebied in momenteel al een hele opgave, straks als



Deelnemers
Klik op het bedrijfslogo voor de deelnemende personen

SPIE NEDERLAND Voorheen Ziut Installatietechniek

Locatie: Arnhem, Nieuwe Plein 1b
Irene Bruines, rol: Lid
Joop Weijenbarg, rol: Lid

Triple Bridge B.V.

Locatie: Utrecht, Nieuwegracht 32
Lidwien Besselink, rol: Lid

Universiteit Utrecht Faculteit Geowetenschappen

Locatie: Utrecht, Heidelberglaan 2
Jasper Griffioen, rol: Lid

Witteveen+Bos Raadgevende Ingenieurs

Locatie: Deventer, Leeuwenbrug 8
Jasper Lackin, rol: Lid

ProRail

Locatie: Utrecht, Moreelsepark 3
Paul Siderius, rol: Lid
Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur

Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur

Locatie: Den Haag, Koningskade 40
Kees Bergen, rol: Lid
Taco Querens, rol: Lid

Provincie Zuid-Holland

Locatie: Den Haag, Zuid-Hollandplein 1
Rogier Pronk, rol: Lid
Werncke Husslage, rol: Lid

Rijkswaterstaat Leefomgeving Bodem+

Locatie: Rijswijk, Lange Kleiweg 34
Nicole Hardon, rol: Lid
Remco de Boer, rol: Lid
Jan Frank Mars, rol: Lid

Rijkswaterstaat WVL Water Verkeer en Leefomgeving

Locatie: Utrecht, Griffioenlaan 2
Edwin van der Wel, rol: Lid

Saxion Hogeschool

Locatie: Deventer, Handelskade 75
Geert Roovers, rol: Lid

Gemeente 's-Hertogenbosch

Locatie: 'S-hertogenbosch, Wolvenhoek 1
Ine Flinkers, rol: Lid
Harke Tuinhof, rol: Lid

Gemeente Utrecht Dienst Stadsontwikkeling

Locatie: Utrecht, Rachmaninoffplantsoen 61
Marianne Langenhoff, rol: Lid

Heijmans Integrale Projecten B.V.

Locatie: Rosmalen, Graafsebaan 67
Leendert de Bruin, rol: Lid

Movares

Locatie: Utrecht, Daalseplein 100
Ron de Puy, rol: Lid
Maarten van Riel, rol: Lid

Movares regio Noordwest

Locatie: Amsterdam, Rhijnspoorplein 36
Nienke van de Lune, rol: Lid
Omgevingsdienst Midden-Holland

Omgevingsdienst Midden-Holland

Locatie: Gouda, Thorbeckelaan 5, Midden-Hollandhuis
Bernd van den Berg, rol: Lid

ProRail

Locatie: Utrecht, Moreelsepark 2- de Tulpenburgh
Jan Willem Lammers, rol: Lid

Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer

Locatie: Den Haag, Spui 70
John Nieuwmans, rol: Lid

Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling

Locatie: Den Haag, Spui 70
Nico van den Heuvel, rol: Lid

Gemeente Dordrecht

Locatie: Dordrecht, Spuiboulevard 300
Rob Mank, rol: Lid

Gemeente Haarlem Afdeling Milieu

Locatie: Haarlem, Zijlvest 39
Marc van Someren, rol: Lid

Gemeente Haarlem Stedelijke Ontwikkeling

Locatie: Haarlem, Zijlvest 39
Rolf Tjerkstra, rol: Lid

Gemeente Katwijk

Locatie: Katwijk, Koningin Julianalaan 3
Jeroen Brouwer, rol: Lid

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling

Locatie: Rotterdam, Wilhelminakade 179
Petra van der Lugt, rol: Lid
Stanley Tjan, rol: Lid
Joost Martens, rol: Lid
Jo Janssen, rol: Lid

Dunea NV Duin & Water

Locatie: Zoetermeer, Plein van de Verenigde Naties 11
Mark Janssen Lok, rol: Lid
Ans Groenewegen, rol: Lid

Enexis B.V.

Locatie: 'S-hertogenbosh, Magistratenlaan 116
Jos Lemmens, rol: Lid

Gemeente Alphen aan den Rijn

Locatie: Alphen Aan Den Rijn, Stadhuisplein 1
Sytze Fokkema, rol: Lid
Ab van der Schans, rol: Lid
Martin Groen, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte

Locatie: Amsterdam, Weesperplein 8
Michiel Wentholt, rol: Lid

Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau

Locatie: Amsterdam, Weesperstraat 430
Paul Elzenaar, rol: Lid
Leendert Flier, rol: Lid

Antea Group

Locatie: Oosterhout, Beneluxweg 125
Léon Verhoeven, rol: Lid

ARCADIS Nederland BV

Locatie: Arnhem, Beaulieustraat 22
Willy Theunissen, rol: Lid
Edwin van der Knoop, rol: Lid

Brandweer Amsterdam-Amstelland

Locatie: Amsterdam, Karspeldreef 16
Ron Beij, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 1
Edith Boonsma, rol: Projectleider
Gijsbert Schuur, rol: Coordinator

Croonwolter&dros

Locatie: Roosendaal, Ettenseweg 20
Harry Engwirda, rol: Lid

Deltares

Locatie: Delft, Boussinesqweg 1
Derk van Ree, rol: Lid

Dunea NV Duin & Water

Locatie: Zoetermeer, Plein van de Verenigde Naties 11
Jurgen Bosch, rol: Lid
Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur

Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur

Locatie: Den Haag, Koningskade 40
Theo Verstege, rol: Lid

Kennis van de ondergrond sijpelt steeds dieper de provincie in

De twaalf provincies in Nederland maken steeds meer werk van de ondergrond. In 2012 hebben zij samen met andere partners de Innovatie- en Kennisagenda bodem en ondergrond (IKBO) opgesteld. Het doel is daarmee de bijdrage vanuit bodem en ondergrond aan de maatschappelijke opgaven, zoals mobiliteit, landschap, leefomgevingskwaliteit, gezondheid, energievoorziening en veiligheid te versterken .

“Sinds 2012 zijn de provincies al een heel eind gevorderd in hun visieontwikkeling op de ondergrond”, vertelt Astrid Slegers, voorzitter van de beleidsgroep Duurzame Ondergrond (DOG) van het Interprovinciaal Overleg (IPO). “De overall kennisagenda is een optelsom van ambities. Nadat er een prijskaartje aan werd gekoppeld moesten we keuzes maken. We zitten immers in een situatie waarin organisaties afslanken en er minder budget beschikbaar is. Kennisontwikkeling is dan vaak één van de laatste postjes. Maar tegelijkertijd zien we de urgentie van bijvoorbeeld de aardbevingen in Groningen. Of die van de naweeën van het gebruik van de ondergrond voor mijnbouw in Limburg. De verdiensten van de mijnen zijn uiteraard allang vervlogen. Daar kun je geen beroep meer op doen. We weten dus dat we de benodigde financiering van kennisprogramma’s niet vandaag of morgen kunnen oplossen. Maar we moeten wel verder vooruitkijken. In een bredere context kijken naar wat het gebruik van de ondergrond betekent voor de toekomst.”

Keuzes maken

“We bevinden ons nu in de fase waarin we inventariseren welke onderzoeken we willen starten. Waar is de noodzaak het hoogst? Waar komen we echt kennis tekort? Daarbij zullen we wellicht wat verder kijken dan Nederland. Daarnaast zijn er aanknopingspunten bij bijvoorbeeld de klimaatdoelstelling. Duidelijk is dat onderzoek kapitaalintensief is en jaren duurt. We hebben echt een lange adem nodig.”

“Gelukkig is er al heel veel kennis. In het bij elkaar brengen van die kennis en het interpreteren ervan kunnen we nog een reuzenslag maken. Dat geldt overigens niet alleen voor de provincies. Dit is een opgave voor iedereen die in een gebied ambities heeft. Dus ook waterschappen, gemeenten en marktpartijen. Want als je wilt bouwen of ingrijpen in de waterhuishouding, heb je nu eenmaal rekening te houden met de ondergrond. We moeten dit echt gemeenschappelijk oppakken. Dat gebeurt overigens al steeds meer. Er wordt meer aan de voorkant nagedacht. Dat is nog niet genoeg, maar anticiperen op de ondergrond wordt wel al veel vaker dan voorheen als noodzaak gezien. De komende tijd zullen we dat gaan terugzien in concrete businesscases. In de tussentijd blijven wij aangeven dat de ondergrond belangrijk is, en blijven wij aandacht vragen voor de ondergrond.”

Provinciale visies

“We houden de ondergrond levend via de werkgroep DOG en van daaruit binnen de provincies zelf. In de kennisagenda zie je terug wat voor de bodem en de ondergrond de belangrijkste opgaven zijn en waarvoor de provincies aan de lat staan. De visieontwikkeling binnen provincies op basis daarvan is al ver, alhoewel er zeker ook verschillen zijn. In de ene provincie zie je een echte ondergrondvisie; in de andere is het een omgevingsvisie waarin aspecten van de ondergrond zijn meegenomen. De vorm is minder belangrijk. Waar het om gaat, is dat je als provincie keuzes kunt maken. Je schetst aan de voorkant een redelijk totaalbeeld, brengt stakeholders in kaart, inventariseert de belangen en maakt vervolgens keuzes op basis van de eigen bestuurlijke ambitie, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, mobiliteit of werkgelegenheid. Concrete projecten kunnen vervolgens bottom-up worden uitgevoerd op basis van de centrale visie op de ondergrond, waarbij de provincies in hun regio de verbindende rol spelen.”

“In ons proces hebben we baat bij het opstellen van de Structuurvisie Ondergrond (STRONG). Het is om te beginnen een mooi instrument. Een groot voordeel zit in het proces. Onderwerpen met betrekking tot de ondergrond krijgen aandacht. Er mag over gediscussieerd worden. Met andere woorden: de bestuurlijke aandacht leidt tot discussie en helpt overheidspartijen om het gesprek aan te gaan met de markt en aan te sluiten op initiatieven die daar ontwikkeld worden.”

“Het besef groeit dat overheden het niet in hun eentje kunnen oplossen. En daarmee het besef dat je samen aan oplossingen moet werken, dat je ruimte moet krijgen om fouten te mogen maken, en dat er een vangnet moet zijn. Met een schil van partijen met andere, aanvullende expertise kun je vervolgens ervaring opbouwen. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek dat het COB in kader van het programma Bodem en ondergrond wil uitvoeren naar onbekende baten van de ondergrond. Vanuit governance is dit hetzelfde vraagstuk als waar we met DOG mee bezig zijn. We sluiten hier goed op elkaar aan in het aanpakken van een grote opgave van de overheid.”

Blog over duurzaamheid van tunnelprojecten

Darinde Gijzel, winnaar Schreudersstudieprijs 2014 in de categorie Conceptueel, heeft op 3 februari jl. een nieuw weblog gelanceerd. Op www.tunnelvisions.eu schrijft ze over duurzaamheidsaspecten binnen tunnelprojecten en presenteert ze visies van experts. Ook andere onderwerpen op het gebied van duurzaamheid, infrastructuur en planologie komen aan bod.

Gepubliceerd op: 6 februari 2015

Voor haar afstuderen aan de TU Delft deed Darinde Gijzel onderzoek naar het specificeren van duurzaamheid bij EMVI-aanbestedingen van wegtunnelprojecten. Dit resulteerde onder meer in een overzicht van drieëndertig duurzaamheidscriteria die opdrachtgevers kunnen gebruiken om de duurzaamheid van een tunnelproject specifiek en meetbaar te maken. De grote belangstelling en waardering voor de afstudeerscriptie hebben Darinde geïnspireerd om een blog te beginnen.

Darinde: “Ik heb tijdens mijn afstudeerproject heel veel mensen geïnterviewd en projecten bestudeerd. Het is jammer dat ik in mijn scriptie niet op alles even diep kon ingaan. Nu er best veel interesse voor mijn scriptie is, lijkt het me leuk in een blog de verschillende rollen en visies op het gebied van duurzame ontwikkeling in deze sector verder uit te diepen. Ik wil de best practices die ik in verschillende projecten ben tegengekomen, delen en daarmee anderen inspireren.”

Sinds 3 februari 2015 is het blog online te vinden op www.tunnelvisions.eu. Er zijn onder andere artikelen die ingaan op de duurzaamheid van praktijkprojecten. Zo beschrijft Darinde de duurzaamheidsmaatregelen bij het project A2 Maastricht en vertelt ze over de ‘Stormwater Management And Road Tunnel’ in Kuala Lumpur. Het blog bevat daarnaast interviews met experts, zoals William van Niekerk, directeur Corporate Social Responsibility bij BAM en ambassadeur van het COB.

'We kunnen de BV Nederland een dienst bewijzen'

Het permanent inzetten van inspectietechnieken om het beheer van (ondergrondse) kunstwerken te verbeteren of vergemakkelijken, is nog geen gemeengoed. De snelle ontwikkelingen in de ICT, waardoor veel grotere hoeveelheden data snel en gemakkelijk kunnen worden verwerkt, maken wel veel meer mogelijk. Michiel Post en Ingar Luttik, twee van de drie directeuren van Nebest, constateren dat de tijd rijp is voor een volgende stap.

Juni 2013

“Inspecties worden vooral ingezet in de bouwfase en bijvoorbeeld om aan te tonen dat renovatie of vervanging nodig is. Je zou een stap verder kunnen gaan door duurzaamheidsparameters te meten gedurende de levensduur van een kunstwerk. Technisch is er al veel mogelijk, maar het valt nog niet mee opdrachtgevers te overtuigen dat het zinvol is”, aldus Michiel Post. “Toch denk ik dat we de BV Nederland daarmee een dienst zouden bewijzen. Bij tunnels kun je bijvoorbeeld vervorming meten. Elke geotechnicus weet dat zetting plaatsvindt. Dat kun je ook eens per jaar meten, maar dan heb je geen gegevens over bijvoorbeeld seizoensinvloeden of gebeurtenissen in de omgeving. Continu meten lijkt duur, maar kan een relevant systeem zijn.”

“Het valt op dat we in Nederland sterk op de theorie vertrouwen. Analyse van het feitelijk functioneren – hoe stevig is het nou écht – vindt veel minder plaats, terwijl het best zou kunnen. Je ziet het bijvoorbeeld terug in het ijkdijkproject, waarbij met sensoren wordt gemeten hoe een dijk onder bepaalde omstandigheden reageert. Met tunnels zouden we ook die kant op kunnen. In de civiele techniek is er niet van nature de houding om het gelijk van de sommetjes ook in de praktijk te willen bewijzen. Daar staat tegenover dat iedere beheerder zich meer en meer bewust is van de risico’s die zijn gebruikers lopen.”

ICT maakt het verschil

Ingar Luttik: “Meetdata zijn dankzij ICT toegankelijker. We kunnen veel meer data verstouwen. Eerst konden we alleen aflezen, daarna de data mee naar huis nemen en nu kunnen we op afstand realtime aflezen. Er zijn al systemen waarmee je een tunnel in z’n geheel kunt scannen door erdoorheen te rijden. Je combineert dan visuele inspectie met infrarood en laser. Dat levert elke keer een totaalbeeld op dat je als het ware over de vorige meting heen kunt leggen. Je kunt ook permanent meten en daar een signalering aan koppelen als bepaalde waarden overschreden worden. Kortom, je kunt de werkelijkheid bijhouden, zowel de degradatie op termijn als acute ontwikkelingen. Een calamiteit als het opdrijven van de Vlaketunnel had je met het juiste permanente inspectiesysteem vermoedelijk kunnen zien aankomen.”

Dat inspectietechnieken nog weinig of niet als beheerinstrument worden gebruikt, heeft onder meer te maken met kinderziektes uit het recente verleden. Michiel Post: “De beschikbare systemen moeten nog verder ontwikkeld worden en betrouwbaarder worden. We hebben bijvoorbeeld bij diverse tunnels gezien dat valse meldingen van hoogtedetectie de geloofwaardigheid van beheer op afstand aantasten.”

“Tegelijkertijd zien we al wel dat we in een beperkte pilot permanente inspectie toepassen ten aanzien van chloride-indringing bij de Westerscheldetunnel, omdat dat daar als reële bedreiging wordt gezien. De ultieme vraag is immers of een kunstwerk veilig beschikbaar is. Dat wordt meer en meer bepaald door een integrale benadering, waarbij inventarisatie van de grootste risico’s vanzelf tot de meest rationele uitrol leidt. In theorie kun je een heel systeem continu bewaken. De risico’s bepalen de keuzes daarin.”

Sluiskiltunnel
Nebest is onder meer actief bij de Sluiskiltunnel. Het bedrijf houdt daar toezicht op het boorproces, waarbij recent de eerste mijlpaal werd bereikt. Na ongeveer drieënhalve maand boren, arriveerde tunnelboormachine Boorbara op 15 mei jl. aan de overkant van het Kanaal van Gent. Daarmee is de noordbuis (1140 meter lang) voor een groot deel af. Onderstaande video legt het boorproces uit:

Betrekkelijk nieuw

Inspectie van kunstwerken is nog betrekkelijk nieuw, maar neemt in belang toe naarmate Nederland meer oudere constructies telt. “Toen Nebest vijfentwintig jaar geleden met inspecties van kunstwerken begon, was er nog geen sprake van een systematische landelijke aanpak. Wij hebben nog meegeholpen aan het opzetten van het Data Informatiesysteem Kunstwerken (DISK), weet ik uit overlevering”, vertelt Michiel Post. “Inmiddels wordt er systematisch gewerkt vanuit een analysekader, waar de faalkans uitgangspunt is voor de aanpak. De mbo-opgeleide visueel inspecteurs van vroeger zijn nu instandhoudingsadviseurs met een hbo-opleiding. Zij analyseren en adviseren vervolgens over de wenselijke aanpak.”

“Visueel inspecteren is nog steeds de basis, maar kan aanleiding geven voor nader onderzoek met allerlei verschillende inspectietechnieken. Langdurig onderzoek naar zettingen kun je doen met landmeetkundig gereedschap, maar inmiddels ook met geavanceerde sensoren.”

Technische ontwikkelingen

De belangrijkste ontwikkelingen zijn ICT-gerelateerd. Het gebruik van betonradar is niet nieuw, maar toepassing met behulp van een handzaam apparaat, waarbij de dataverwerking in het apparaat zelf plaatsvindt, is een optimalisatie die te danken is aan ontwikkelingen in de ICT. “Innovatie zie ik vooral in gebruik en analyse”, zegt Ingar Luttik. “We hebben het niet echt over noviteiten, anders dan dat verschillende technieken geïntegreerd worden.”

Tramtunnel

In 1996 begon de bouw van het Souterrain in Den Haag, een 1.250 meter lange tramtunnel onder de Grote Marktstraat met twee ondergrondse stations en tussen deze stations een 600 meter lange ondergrondse parkeergarage met twee parkeerlagen.

Volgens de planning zou het project voor het jaar 2000 gereed zijn, maar door grondwaterproblemen kwam het project ruim twee jaar stil te liggen en moest voor de afbouw gebruik worden gemaakt van een speciale bouwtechniek. Uiteindelijk werd de tunnel in 2004 in gebruik genomen. Sindsdien wordt hij gebruikt voor diverse tramlijnen en inmiddels ook door RandstadRail.

Tot de bouw van de tunnel werd besloten om het bovengrondse winkelgebied leefbaar en goed bereikbaar te houden. Dat is ondanks de problemen tijdens de bouw uitstekend gelukt. De drukke Grote Marktstraat is veranderd in een rustige, chique winkelpromenade en de ruim dertig trams per uur vervoeren dagelijks duizenden bezoekers naar en van de ondergrondse stations Spui en Grote Markt.

De Haagse tramtunnel, ook wel het Souterrain genoemd. (Foto: Flickr/Marco Raaphorst)

Bouwmethode

De tunnel is gebouwd volgens de wanden-dakmethode om overlast op maaiveld zoveel mogelijk te voorkomen. De wanden bestaan voor het grootste deel uit diepwanden en alleen ter plaatse van de Kalverstraat uit stalen damwanden. Op de meeste plaatsen staan de wanden zeer dicht op de bestaande bebouwing, die voornamelijk op staal is gefundeerd.

Over het grootste deel van het tracé bedraagt de afstand tussen de wanden ongeveer 15 meter, alleen ter plaatse van de stations staan ze circa 25 meter uit elkaar. Op de plekken waar de tunnel 15 meter breed is, is de bouwput aan de onderzijde voorzien van een groutboog, die bestaat uit korte elkaar overlappende jetgroutkolommen in de vorm van een afgevlakte ‘U’. De jetgroutboog is aangebracht om het grondwater tegen te houden en om de verticale kracht op de bouwputbodem door de opwaartse waterdruk naar de wanden te leiden. Verder functioneerde de boog tijdens de bouw als stempel voor de wanden. Hiervoor was het nodig dat de boog zo hoog mogelijk in de grond zat, zodat de stempelfunctie optimaal was en de wanden zo min mogelijk zouden vervormen. Het toepassen van een groutboog voor deze drie functies was nieuw.

Ter plaatse van de stations was de bouwput te breed om een groutboog te kunnen toepassen. Hier is gebruik gemaakt van een gellaag voor de verticale stabiliteit en het tegenhouden van het grondwater. Deze oplossing was in ons land al diverse keren met succes toegepast.

Groutboog niet waterdicht

De bouw startte in maart 1996. Het aanbrengen van de diepwanden en damwanden verliep vrijwel zonder verzakkingen van de nabijgelegen bebouwing. Toen het dak was aangebracht werd begonnen met het ontgraven van de bouwput. In februari 1998 was de bouwput op de Kalvermarkt bijna volledig ontgraven, toen er via wellen grondwater omhoog kwam. De groutboog bleek niet waterdicht. Er werd nog geprobeerd om de wellen te dichten met injecties en het aanbrengen van geotextiel en ‘big bags’ als ballast, maar dit bleek niet te werken. Nadat er naast de damwand een gat in de straat ontstond door weggespoeld zand, werd besloten om de lekkage te stoppen door de bouwput onder water te zetten. Hierdoor kwam de bouw stil te liggen.

Deze situatie duurde uiteindelijke ruim twee jaar. In deze periode werd beoordeeld of de lekkage aan de Kalvermarkt een incident was of dat de onbeheersbare welvorming inherent was aan de in het bestek voorgeschreven bouwmethode met de groutboog. Uit een faalkansanalyse bleek dat de kans om meer lekken in de groutboog groot was en dat het weggraven van grond boven een lekke groutboog alleen veilig is als er voldoende grond achterblijft op de boog. Bij de tramtunnel was een dergelijke gronddekking niet haalbaar, omdat de grond op sommige plekken vrijwel tot op de boog ontgraven moest worden.

Tramkom heeft daarom gezocht naar een alternatieve methode voor het afbouwen van de tunnel. Na verschillende opties te hebben bekeken, is besloten om de delen met een groutboog onder verhoogde luchtdruk (1,14 bar) af te bouwen om te zorgen dat er nauwelijks een verschil zou zijn met de waterdruk onder de groutboog. In juni 2000 werd voor de delen met een groutboog het contract omgezet in een ‘design & construct’. Tramkom nam daarmee de verantwoordelijkheid op zich voor het gewijzigde ontwerp. Verder werd afgesproken dat de overige delen van de tunnel volgens het bestek werden afgebouwd.

Verhoogde luchtdruk

Het afbouwen onder verhoogde luchtdruk, had ingrijpende gevolgen. Zo moesten er luchtsluizen worden gemaakt voor mensen en materieel en moest alle afgegraven grond via deze sluizen worden afgevoerd. Om de luchtkwaliteit in de compartimenten met hoge luchtdruk goed te houden werd er alleen met elektrisch materieel gewerkt. Verder konden de bouwers minder lang werken en moesten elke keer bij het verlaten van het compartiment maatregelen worden genomen om ‘caissonziekte’ te voorkomen.

Ook constructief waren er extra maatregelen nodig om geen problemen te krijgen door de hogere druk. Bij tunnel onder de Kalvermarkt moest de vloer boven de eigenlijke tramtunnel – die al was gestort – tijdelijk met een staalconstructie worden verstevigd. Verder moesten hier groutankers worden aanbracht om te voorkomen dat de stalen damwanden omhooggedrukt zouden worden. Onder de Grote Marktstraat was de vloer boven de tunnel nog niet gestort. Om deze vloer geschikt te maken voor de verhoogde luchtdruk werd hij veel zwaarder uitgevoerd en werd gekozen voor een andere verbinding met de diepwanden. Verder werd er tijdelijk ballast op de vloer geplaatst.

Bemalingsproblemen

In de zomer van 2000 werd ook het ontgraven van de bouwput voor station Spui hervat. In juli ontstond hier een wel, vlakbij het compartimenteringsscherm dat de bouwput van station Spui en de bouwput van de Kalvermarkt scheidde. Deze laatste stond nog onder water. Na enkele uren bezweek het scherm en liep ook de bouwput bij het Spui onder. Om dit probleem te verhelpen werd eerst het scherm versterkt en vervolgens grond tegen het scherm aangebracht. Daarna kon het water uit de bouwput Spui worden gepompt.
De maanden daarna bleef de bemaling – die gedurende de tweejarige bouwstop steeds had gefunctioneerd en water wegpompte tussen de gellaag en een daar boven gelegen veenlaag – problematisch. Filters slibden dicht waardoor onvoldoende grondwater kon worden weggepompt. Daardoor dreigde de waterspanning onder de veenlaag zo hoog te worden dat deze zou opbarsten en vervolgens de diepwanden zouden vervormen.

Om de bemaling weer op het gewenste niveau te krijgen, zijn verschillende maatregelen genomen. De grond uit de bouwput is in sleuven van ongeveer zes meter afgegraven over de breedte van de bouwput. Nadat een sleuf was ontgraven is hierin een werkvloer gestort die tegelijkertijd als stempel diende. Voor de bemaling is een groot aantal grondpalen aangebracht, die op de hoogte van de veenlaag waren ‘afgestopt’ en daaronder waren voorzien van een filter. Dat maakte het mogelijk om deze palen ‘aan’ en ‘uit’ te zetten. Pas als het ontgraven begon startte de bemaling. Door deze werkwijze hoefde de bemaling per sleuf slechts drie weken te werken.

Inzichten

Door alle problemen werd de tunnel uiteindelijk ruim vier jaar later in gebruik genomen dan gepland en namen de bouwkosten met circa 100 miljoen euro toe. Na deze moeilijke start, functioneert de tunnel goed. De problemen hebben ook tot de nodige inzichten geleid. Zo concludeert de Delftse hoogleraar funderingstechniek Frits van Tol in 2004 in een artikel in het blad Geotechniek onder andere dat de Tramtunnel nog eens heeft duidelijk gemaakt dat bij ondergronds bouwen:
voldoende robuust moet worden ontworpen
rekening moet worden gehouden met afwijkingen in de bodem en de gerealiseerde (deel)constructies
vooraf moet worden geïnventariseerd welke gevolgen het falen van onderdelen van de constructie hebben
en vooraf maatregelen moet zijn voorbereid om de gevolgen van falen te minimaliseren.
Ook geeft hij aan dat bij de toepassing van waterkerende lagen die zijn gemaakt met groutinjecties, altijd rekening moet worden gehouden met lekken. Verder adviseert hij om softgellagen alleen als waterremmende laag te gebruiken als de bouwfase niet langer dan twee jaar duurt.

Koplopergroep Integrale tunnelprojecten

Integratie van civiele techniek, ICT en elektrotechniek is op dit moment een van de belangrijkste opgaven op tunnelgebied. Voor de veiligheid van rijkstunnels vormt de landelijke tunnelstandaard de basis, maar er is méér nodig om deze werelden bij elkaar te brengen. Hiervoor heeft het COB een koplopergroep opgericht.

Tijdens zijn sessie op het COB-congres 2013 gaf Landelijk Tunnelregisseur Jaap Heijboer het startsein voor de koplopergroep: een groep professionals die zich bewezen hebben op het gebied van tunnelveiligheid én in het verbinden van civiel, TTI, ICT en systems engineering. Het doel van de koplopers was een impuls te geven aan integraal denken en werken binnen een tunnelproject, en het bouwen en beheren van tunnels zo snel mogelijk weer ‘business as usual’ te maken.

Binnen de koplopergroep zijn steeds drie hoofdvragen aan de orde geweest:

  1. Zijn tunnels nu dan niet business as usual?
    Is er wel een probleem? En zo ja, gaat dit niet vanzelf over, wanneer de markt zich heeft aangepast aan de nieuwe situatie met een landelijke tunnelstandaard?
  2. Wat zijn de drempels?
    Wat gaat er eigenlijk precies mis? Hoe ziet het probleem eruit? Gaat het om nieuwe tunnels, bestaande tunnels, bepaalde issues, onderdelen, of werkwijzen?
  3. Wat zijn oplossingsrichtingen?
    In welk domein valt echte winst te behalen? En op welke manier kan de koplopergroep daar het verschil in maken?

De koplopergroep heeft twee jaar lang, zowel plenair als in subgroepen, drempels voor integraal samenwerken in projecten gedefinieerd en oplossingsrichtingen aangedragen en uitgewerkt. Ongeveer vijfentwintig personen uit het netwerk zijn betrokken geweest bij de uitwerking van de volgende onderwerpen:

  • Wederzijdse nieuwsgierigheid
  • Meten is weten
  • Integraal ontwerpen als EMVI-criterium
  • Van abstracte vraag naar concreet werkpakket
  • Wat vraagt opdrachtgever en wat interpreteert opdrachtnemer
  • Goed is goed genoeg

De resultaten zijn deels direct toegepast in de betrokken organisaties via memo’s en visiedocumenten. De uitwerking van het onderwerp Wederzijdse nieuwsgierigheid is gepubliceerd in een rapport (zie rechts). Vanuit de koplopergroep zijn daarnaast nieuwe initiatieven ontstaan, zoals het expertteam voor de renovatie van de Maastunnel.

Tussen 2013 en 2016 is gebleken dat het in tunnelprojecten goed gebruik begint te worden om na te denken over integrale samenwerking. De koplopers hebben daaraan hun steentje bijgedragen, waarmee het doel van de koplopergroep is bereikt. Per 1 januari 2016 is de koplopergroep daarom opgeheven.

Zo kan het ook: kennis in de kelders

Om kennis te kunnen verspreiden, moet je deze vaak zorgvuldig wegstoppen. De ondergrond is daar heel geschikt voor, als je maar voor een systeem zorgt waarmee de kennis weer naar boven te halen is. Veel bibliotheken zijn daarin geslaagd.

Statistieken

(Beelden: Flickr/Mal Booth)

Net als in Chicago (zie onder) heeft de University of Technology van Sydney een underground automated storage and retrieval system (ASRS). In tegenstelling tot Chicaco, waar de boeken met behulp van barcodes worden opgespoord, wordt in Sydney gebruikgemaakt van RFID-technologie. Elk boek bevat een chip met een unieke ID. Hierdoor is het mogelijk de boeken te volgen en het leesgedrag van studenten te analyseren.
>> Lees artikel op CIO.com (Engels)

Ingenieus

(Illustratie: Pinterest/Ghent University.  Foto: Furnibo)
Van twintig verdiepingen hoog naar dertien meter onder maaiveld. De boeken uit de Gentse Boekentoren hebben een lange tocht achter de rug. Om het nieuwe ondergrondse depot te realiseren, moest er een tunnel onder een van de gebouwen gegraven worden. Ook de inrichting is ingenieus: de boekenrekken zijn met een druk op de knop te verplaatsen, zodat er gangpad vrijkomt waar je hem nodig hebt.
>> Lees meer over de bouw

Robots

(Illustratie: PopSci/Graham Murdoch.  Foto: Architizer/JAHN)

Dankzij een geautomatiseerd systeem bespaart de University of Chicago in de Mansueto Library meer dan tachtig procent ruimte. Verdeeld over vijf ondergrondse verdiepingen staan dr ieënhalf miljoen boeken geordend op grootte: normaal niet handig, maar hier zorgen robots ervoor dat steeds het juiste exemplaar tevoorschijn komt.

>> Lees meer op PopSci.com (Engels)
>> Zie meer op Architizer.com

Dit was de Onderbreking Duurzaamheid

Bekijk een ander koffietafelboek: