Digitalisering in de geotechniek

Uit allerlei bouwprojecten komt op grote schaal monitoringsdata beschikbaar. Deze gegevens worden momenteel versplinterd (of helemaal niet) bewaard. Dat is zonde, want de verwachting is deze data heel waardevol kan zijn om grondonderzoek mee te verbeteren. Het COB-netwerk werkt aan een proof-of-concept om de meerwaarde van het combineren van data te laten zien.

Veel ondergrondgegevens worden tegenwoordig vastgelegd in de Basisregistratie ondergrond (BRO). Er zijn al diverse praktijkvoorbeelden die laten zien dat het gebruiken van de BRO maatschappelijke meerwaarde oplevert. Monitoringsdata is – naast bodemonderzoek – naar verwachting ook zeer interessant en belangrijk voor geotechnisch specialisten om onzekerheden te verkleinen en modellen te optimaliseren. Het hoofdrapport van dit COB-project laat zien dat de maatschappelijke relevantie ook groot is. Onze infrastructuur is een van de economische pijlers en fundering voor de brede welvaart in ons land. Wanneer geotechnische modellen beter voorspellen, kan infrastructuur beter, efficiënter en met minder risico’s worden ontworpen, gebouwd en onderhouden. Monitoringsdata kan daar in potentie een grote bijdrage aan leveren.

In het rapport wordt een eenvoudige roadmap gepresenteerd als kapstok voor verder onderzoek. Voor twee veelvoorkomende en belangrijke situaties wordt het inzetten van monitoringsdata nader onderzocht: bij trillingen ten gevolge van het trillen of heien van funderingselementen, en bij zettingen ten gevolge van het aanbrengen van belastingen op de ondergrond. De technische onderzoeken gaan aantonen of voor beide onderwerpen (trillingen en zettingen) een proof-of-concept haalbaar is: of het mogelijk is om monitoringsdata te hergebruiken, welke data moet worden bewaard en in welk format.

Technisch onderzoek: trillingen

Als eerste is nader onderzoek gedaan naar het inzetten van monitoringsdata bij het trillen of heien van funderingselementen. Door trillingsprognoses zijn voorafgaand aan bouwactiviteiten de risico’s op schade dan wel hinder door trillingen te bepalen. Als er meer trillingsdata beschikbaar is, kunnen prognoses mogelijk verbeterd worden, wat leidt tot minder risico’s en lagere kosten. Met het meest gehanteerde prognosemodel (CUR166) zijn drie praktijkcases uitgewerkt om te bepalen wat de meerwaarde is van het beschikbaar hebben van een database met trillingsmetingen. Uit de cases, en een beschouwing van de toegepaste statistische methode, volgt dat het inzetten van trillingsdata leidt tot een veel kleiner invloedsgebied en predicties die beter bij de praktijk aansluiten.
>> Naar rapport op de kennisbank

Deelnemers

ARCADIS Nederland B.V.

Locatie: Rotterdam, Delftse Poort, Weena 505
Rik Bisschop, rol: Lid

COB

Locatie: Delft, Van der Burghweg 2
Ellen van Eijk, rol: Begeleider/Facilitator

CROW Kennisplatform voor infrastructuur en openbare ruimte

Locatie: Ede, Horaplantsoen 18
Jos Wessels, rol: Coordinator

CRUX Engineering B.V.

Locatie: Delft, Phoenixstraat 28C
Jacco Haasnoot, rol: Projectleider

Deltares

Locatie: Delft, Boussinesqweg 1
Marcel Visschedijk, rol: Lid

Dura Vermeer Infra landelijke projecten B.V.

Locatie: Hoofddorp, Taurusavenue 100
Léon Tiggelman, rol: Projectleider

Fugro NL Land B.V.

Locatie: Leidschendam, Veurse Achterweg 10
Albert Jan Snethlage, rol: Lid
Klaas Siderius, rol: Lid

Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V.

Locatie: Tolbert, Feithspark 6
Kees-Jan van der Made, rol: Lid

TU Delft Faculteit Civiele Techniek & Geowetenschappen

Locatie: Delft, Stevinweg 1
Inge de Wolf, rol: Lid