Gepubliceerd op: 23 januari 2017

De afgelopen decennia zijn er tal van ondergrondse bouwprojecten min of meer geruisloos verrezen (of verzonken) in Nederland. Deze ondergrondse projecten leveren vaak meer op dan alleen het object zelf. Ze maken onderdeel uit van hun omgeving en voegen daar waarde aan toe. De perceptie leeft dat ondergronds bouwen pas laat of helemaal niet wordt meegenomen in het besluitvormingsproces.

Dit doet de vraag opkomen: Wat is de toegevoegde waarde van ondergronds ruimtegebruik?

Het COB (Nederlands kenniscentrum voor ondergronds bouwen en ondergronds ruimtegebruik) is een ontwikkelproject gestart naar de ex post evaluatie van de effecten van ondergronds ruimtegebruik. Dit project zal de toegevoegde waarde (baten) van ondergronds ruimtegebruik op de omgeving inzichtelijk maken om hiermee het ontwerp- en besluitvormingsproces rond het al dan niet ondergronds brengen van functies te ondersteunen. Het COB doet dit door het evalueren van gerealiseerde ondergrondse projecten. Enerzijds worden de argumenten die bij de besluitvorming over deze projecten een rol hebben gespeeld in beeld gebracht (spoor A) en anderzijds worden de kosten en gerealiseerde effecten (zoveel mogelijk onderbouwd met feiten en cijfers) inzichtelijk gemaakt (spoor B). Het plan is om ± 15 ondergrondse (Nederlandse) projecten te evalueren.

Wij zijn op zoek naar enthousiaste studenten die aan de slag willen met de ex post evaluatie van een ondergronds bouwproject. De student kan zich richten op de besluitvorming of op het kwantitatief in beeld brengen van de toegevoegde waarden. Voor masterstudenten wordt de evaluatie aangevuld met een verdieping op een specifiek onderdeel. Het onderzoek van de student krijgt hiermee zowel wetenschappelijke als sociale/maatschappelijke relevantie.

Voorbeelden van mogelijke projecten zijn: de Haagse tramtunnel (het Souterrain), Ketheltunnel (A4 Delft-Schiedam), spoortunnel Delft, Leidsche Rijntunnel (A2 Utrecht), tunnel A73, Sijtwendetunnel, spooronderdoorgangen (bv. Boxtel, Best), busstation in Arnhem en in Zwolle, parkeergarages in Enschede en Delft, fietsenstalling in Eindhoven (18 Septemberplein), Beurstraverse (Koopgoot) in Rotterdam en de Groene Harttunnel. Daarnaast zullen mogelijk ook projecten worden geëvalueerd waarbij juist voor de bovengrondse oplossing is gekozen.

De ondergrondse projecten zullen via twee sporen worden geëvalueerd. Per case zijn er dus twee typen projecten voor studenten mogelijk:

  1. Evaluatie van het besluitvormingsproces (argumenten) bij ondergrondse projecten (spoor A). Dit type onderzoek is vooral interessant voor bestuurskundig georiënteerde studenten.
  2. Ex post evaluatie van effecten (kosten en baten) van ondergrondse projecten (spoor B). Dit type onderzoek is vooral interessant voor studenten ruimtelijke economie, econometrie of vergelijkbaar.

Indien mogelijk qua beschikbare tijd, kunnen ook beide sporen door één student worden uitgevoerd.

Methoden die de studenten zullen gebruiken bij het verkrijgen van informatie: literatuuronderzoek (raadplegen van documenten, verslagen van raadsvergaderingen, krantenknipsels, brochures, publicaties en analyserapporten) en het interviewen van mensen die nauw betrokken waren bij het besluitvormingsproces van het project. In spoor A zullen het rondenmodel van Teisman (Policy analysis of multi-actor system, Enserink et al., 2010) en de Zeven sleutels voor een waardevolle afweging (COB/Van Eekelen et al., 2013) de leidende methodes zijn. In spoor B zal de maatschappelijke kosten-batenanalyse (Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-batenanalyse, Romijn & Renes, 2013) de leidende methode zijn.

Vanuit het COB of de casushouder wordt een stagevergoeding voor een periode van maximaal 6 maanden beschikbaar gesteld.