Kabels en leidingen: van bestaande regels naar een werkend omgevingsplan

26 oktober 2026

Bestaande regels voor kabels en leidingen kun je onder de Omgevingswet niet één op één overzetten naar een omgevingsplan. Wietske Weis is als strategisch beleidsadviseur en projectmanager binnen het samenwerkingsverband Kabels & Leidingen betrokken bij de werkgroep Omgevingsplan en Toepasbare Regels. 

 

Kabels & Leidingen onder de Omgevingswet

Binnen het samenwerkingsverband Kabels & Leidingen onder de Omgevingswet werken overheden, netbeheerders, adviesbureaus en uitvoerders samen aan de aanleg, het beheer en de ruimtelijke inpassing van kabels en leidingen. Ze bekijken daarbij hoe ze de instrumenten van de Omgevingswet kunnen gebruiken. Daarbij gaat het om de verbinding tussen ruimtelijke keuzes, beleid, regels en uitvoering.

Dit is het tweede artikel in de reeks over Kabels & Leidingen onder de Omgevingswet. 

De oorspronkelijke opdracht voor deze werkgroep leek overzichtelijk: ontwikkel voorbeeldregels voor gemeenten. Gemeenten moeten bepalen hoe zij de aanleg, het onderhoud en de verwijdering van kabels en leidingen regelen binnen de systematiek van de Omgevingswet. De voorbeeldregels moeten hen daarbij helpen en zorgen voor een bruikbare aanpak. 

Al snel bleek dat de deelnemers eerst moesten bepalen wat in het omgevingsplan hoort en wat in een gemeentelijke verordening blijft. Bovendien moeten de regels goed werken in het Omgevingsloket én in de praktijk. De Omgevingswet werkt vanuit een andere systematiek, dat werd duidelijk.

Niet de oude regels in een nieuw jasje

Gemeenten, netbeheerders en andere partijen werken nog vaak vanuit bestaande processen en werkwijzen. Bij voorstellen voor een andere aanpak kreeg Wietske geregeld te horen dat iets niet zo werkte. “Zo werkt het nú niet”, reageerde ze dan. “Maar we hebben nu de mogelijkheid om het opnieuw in te richten.”

wietske-weiss profielfoto

Wietske Weis

De deelnemers van het samenwerkingsverband brachten daarom in kaart wat gemeenten precies moeten regelen en legden bestaande regelgeving naast de systematiek van de Omgevingswet. Niet voor iedere regel bestaat één algemeen antwoord. Binnen de werkgroep liepen de meningen uiteen over welke regels in het omgevingsplan thuishoren.

Sommige zaken kunnen gemeenten bijvoorbeeld beter regelen via de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), een andere gemeentelijke verordening of bestaande wetgeving.

Van werkzaamheden naar activiteiten

Netbeheerders en het omgevingsplan gebruiken verschillende begrippen voor dezelfde praktijk. Netbeheerders beschrijven hun werk bijvoorbeeld als werkzaamheden voor de aanleg, het onderhoud of de verwijdering van kabels en leidingen. Het omgevingsplan en het Omgevingsloket gaan uit van zogeheten activiteiten.

“Graven in de bodem is gewoon een activiteit”, zegt Wietske. Daarmee verwijst ze naar de systematiek van de Omgevingswet, waarin activiteiten centraal staan. De werkgroep vertaalt de werkzaamheden van netbeheerders daarom naar activiteiten die gemeenten in het omgevingsplan kunnen regelen.

Vervolgens bepaalt de werkgroep welke regels bij zo’n activiteit horen. Wanneer kan iets zonder vergunning, wanneer geldt een meldplicht en wanneer is een omgevingsvergunning nodig? Ook maakt het verschil of iemand een nieuw tracé aanlegt, een bestaand tracé onderhoudt of een tracé verwijdert. Daarnaast kijkt de werkgroep naar functies, beschermingszones en de regels die gemeenten aan activiteiten en gebieden moeten koppelen.

Een regel moet ook werken in het loket

Een juridisch juiste regel alleen is niet genoeg. De gemeente moet die koppelen aan de juiste activiteit en locatie. Zo werkt de regel ook goed in het Omgevingsloket en de uitvoering. Toepasbare regels bepalen ook welke vragen een initiatiefnemer in het loket krijgt.

Wietske merkte dat daarvoor meer kennis aan tafel nodig was. Daarom werken ook deskundigen op het gebied van toepasbare regels, software, vergunningverlening, toezicht en handhaving mee.

Tijdens een landelijke werkdag bracht de werkgroep de activiteiten rond kabels en leidingen in kaart. Ook maakten ze een eerste opzet voor de activiteitenstructuur. Daarbij ging het niet alleen om de inhoud van de regels, maar ook om de manier waarop gemeenten die regels in het omgevingsplan ordenen en koppelen aan activiteiten.

Netbeheerders leren hoe ze hun werkzaamheden vertalen naar activiteiten in het omgevingsplan. Wietske krijgt op haar beurt meer inzicht in hun praktijk en afwegingen. “Ik weet weinig van jullie wereld, maar daar moet ik meer van leren. Maar jullie kunnen ook mijn wereld leren”, zei ze daarover tegen TenneT.

Van voorbeeldenpapier naar praktijk

Met een activiteitenstructuur, handreiking, voorbeeldregels en toepasbare regels is het werk nog niet af. De deelnemers willen hun uitwerkingen samen met gemeenten in de praktijk toepassen. Pas in de praktijk blijkt of een regel juridisch klopt en goed werkt in het omgevingsplan, het Omgevingsloket en de uitvoering.

Op basis van die ervaringen maken de deelnemers voorbeelden waarmee andere gemeenten hun omgevingsplan kunnen inrichten. Zo willen ze volgens Wietske van ‘voorbeeldenpapier’ naar praktijkvoorbeelden. Daarin zit voor haar de meerwaarde: “Laten zien hoe de keten werkt in plaats van het te vertellen.”

COB AI