Met een Kamerbrief werd eind vorig jaar de Bouwagenda aangekondigd. Een meerjarig programma om de bouwsector structureel te verbeteren. De inhoud werd in hoofdlijnen meegegeven aan een taskforce onder leiding van Bernard Wientjes. De uitwerking werd gepresenteerd op 28 maart 2017. Programmadirecteur Ben Spiering: “De Bouwagenda is een plan van aanpak van de sector gericht op grootschalige opgaven. Het is nu zaak dat dit plan impact krijgt op het regeerakkoord.”

Het Kabinet vroeg in de Kamerbrief om ‘concrete operationele doelen’ op drie deelmarkten: infrastructuur, maatschappelijk vastgoed/utiliteitsbouw en woningbouw. Zodoende bevat de Bouwagenda elf roadmaps verdeeld over die drie pijlers. Daarnaast is er invulling gegeven aan de gevraagde dwarsdoorsnijdende thema’s. Spiering: “De roadmaps zijn gericht op de opgaven die je grootschalig kunt aanpakken, bijvoorbeeld door de industrialisering van bouwprocessen. De onderwerpen die je niet op deze manier kunt aanpakken, zitten voor een deel in de dwarsdoorsnijdende thema’s. Denk aan het integraal bekijken van wijken en steden, watermanagement en de relatie ondergrond-bovengrond.”

“Het gebruik van de ondergrond zit nog niet in een roadmap, simpelweg omdat je de opschalingsgedachte er niet op kunt loslaten. Het aantal tunnels in Nederland is niet te vergelijken met het aantal bruggen of het aantal huizen. Ook al verbruiken die tunnels bij elkaar meer energie dan alle bruggen samen, waardoor de impact van een verandering groter zou zijn, is het de vraag of het verstandig is om een soort industrieel productieproces te bedenken voor het maken van een energieneutrale tunnel. Misschien is het verstandiger om die tunnels meer integraal te beschouwen, in het stedelijk weefsel, en te kijken of je daar slimme combinaties kunt maken. Je kunt bij de keuze van demonstratieprojecten ervoor zorgen dat dit soort integrale onderwerpen naar voren komen. Dat is een manier om er extra aandacht voor te vragen.”

(Bron: klimaatmonitor.databank.nl)

Geo-Impuls heeft geresulteerd in een reductie van geotechnisch falen. Maar het is kennelijk niet voldoende, er moet nog een schepje bovenop. Waar de bouw op dit moment hapert, is dat we geweldig innovatief zijn, er zijn mooie pilots, maar het lukt niet om innovaties structureel doorgevoerd te krijgen. Daar liggen de kansen. En een grote noodzaak, want als we het bouwproces niet structureel veranderen, dan raakt Nederland straks op slot. De vervangingsopgaven en de klimaatambities zijn dermate groot dat de Bouwagenda hier een echte meerwaarde heeft.”

Maar die urgentie wordt al jaren gevoeld; waarom zou het met de Bouwagenda nu wél lukken? Spiering ziet een aantal verschillen: “Ten eerste is er de duidelijke opdracht van het Kabinet. Daarnaast is er door Bernard Wientjes een krachtige structuur neergezet met de Taskforce en de Bouwcoalitie. Het is gelukt om met een aanbod te komen wat gedragen wordt door de hele bouwsector. Nu is het zaak dat de Bouwagenda impact krijgt op het regeerakkoord. Als dat niet lukt, dan gaat het proces natuurlijk evengoed door, maar vanuit het regeerakkoord wordt het een officiële opdracht aan de bouwsector. Er was nooit een Oosterscheldekering ontstaan als de politiek niet had gezegd dat Nederland veilig moest zijn en de Oosterschelde open moest blijven. Dankzij de maatschappelijke urgentie is er een innovatieve oplossing tot stand gekomen. Grote nationale opgaven kunnen niet zonder politiek leiderschap. Dus dat geldt ook voor de verduurzaming van Nederland en de vernieuwing van de bouwsector.”

 

Opdrachtgevers aan zet

“Ook al onderstrepen alle bouwbedrijven de ambities van de Bouwagenda, in de praktijk sturen zij niet alleen op aspecten als duurzaamheid, maar ook op continuïteit. Ze moeten geld verdienen in een competitie. Zij kunnen voor een opdracht wel meer bieden – meer innovatie, meer duurzaamheid – maar dat moet terugverdiend kunnen worden. Consortia en allianties bieden de mogelijkheid om het grootschaliger aan te pakken. Opdrachtgevers spelen hierin ook een belangrijke rol. Als zij steeds met relatief kleine opdrachten komen en daar telkens een competitie voor inrichten, dan houd je een sector in stand met een kortetermijnoriëntatie en een kostenoriëntatie, in plaats van een sector gericht op de lange termijn en op waarde.”

En nu

“De eerste vraag is hoe we datgene wat we voorgesteld hebben, gaan operationaliseren”, zegt Spiering. “We gaan enerzijds door met de roadmaps die al in gang zijn gezet. Daarnaast wil je dat de condities vervuld worden die nodig zijn voor een versnelling, zoals het inbedden van de Bouwagenda in het regeerakkoord. Voor de uitvoering is het zaak dat er sterke coalities, met eigenaarschap en mandaat, tot stand komen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt in grote mate bij de beheerders, opdrachtgevers en operators. Zij bepalen hoe ze met hun spullen willen omgaan.”

“Naar verwachting ligt er in september een nadere uitwerking voor de komende vier jaar. We moeten nu niet overhaast de fase van de operationalisering in gaan met allerlei gelegenheidscoalities en samenwerkingsverbanden. Je moet wel aan de slag gaan, maar met een einddoel voor ogen. Anders ben je straks bezig met allerlei dingen die ook heel nuttig zijn, maar die niet optimaal bijdragen aan de gestelde doelen.”