Materialenpaspoort voor tunnels: praktisch inzicht als basis voor circulariteit

02 september 2026

Tunnels bevatten grote hoeveelheden materialen, componenten en technische installaties. Om die in de toekomst beter te kunnen hergebruiken en recyclen, is precies inzicht nodig in wat zich in een tunnel bevindt. Het COB ontwikkelde daarom samen met verschillende participanten een format voor een materialenpaspoort voor tunneltechnische installaties (TTI’s). Het format wordt inmiddels uitgevraagd binnen projecten van Rijkswaterstaat, maar blijkt in de praktijk door zijn omvang en detailniveau lastig toepasbaar. Daarom werkt het COB in 2026 aan een vereenvoudigd en gebruiksvriendelijk format, dat wordt getest door voor drie tunnels een materialenpaspoort op te stellen.

Voor tunnels gelden stevige circulaire ambities: zo wil Rijkwaterstaat in 2030 circulair werken en in 2050 volledig circulair zijn. Dit raakt onder meer Rijkswaterstaat, het Vlaamse Agentschap Wegen en Verkeer, ProRail, Infrabel, provincies, gemeenten en lightrailorganisaties. Veel tunnels staan de komende jaren voor groot onderhoud of renovatie, waarbij installaties worden vervangen. De keuzes die daarbij nu worden gemaakt, bepalen in belangrijke mate welke materialen tot na 2050 in tunnels aanwezig blijven en bieden dus een unieke kans om al rekening te houden met versobering, hergebruik, levensduurverlenging, demontage en hoogwaardige recycling.

Voor tunnels gelden stevige circulaire ambities: zo wil Rijkwaterstaat in 2030 circulair werken en in 2050 volledig circulair zijn. 

Beperkt inzicht in materialen en grondstoffen

Van tunneltechnische installaties zoals staalconstructies, kabels, verlichting, ventilatoren, pompen en besturingssystemen is vaak niet precies bekend uit welke materialen ze bestaan, hoeveel materiaal aanwezig is, hoe lang onderdelen meegaan en of ze demontabel of herbruikbaar zijn. Dat gebrek aan informatie maakt het lastig om circulaire keuzes te onderbouwen en bij onderhoud en renovatie gericht te sturen op hergebruik en het beperken van nieuwe grondstoffen.

Lessen uit het energiepaspoort

Een belangrijk referentiepunt is het energiepaspoort voor tunnels, dat op toegankelijke wijze inzicht geeft in energieverbruik en besparingskansen. De brede toepassing daarvan laat zien dat eenvoud, herkenbaarheid en gebruiksvriendelijkheid cruciaal zijn voor acceptatie: een paspoort moet vooral helpen bij het nemen van beslissingen, niet zoveel mogelijk data verzamelen. Diezelfde benadering wordt nu toegepast op het materialenpaspoort.

Op weg naar een vereenvoudigd format

In 2026 werkt het COB met betrokken partijen aan een vereenvoudigd format, met duidelijke richtlijnen over welke informatie nodig is, op welk detailniveau en waarvoor de gegevens bruikbaar zijn. Het paspoort richt zich op de belangrijkste materialen en installaties, zoals staal, kabels en verlichting. Drie uitgangspunten staan daarbij centraal: praktische toepasbaarheid zonder onnodige administratieve last, bruikbare sturingsinformatie voor onderhoud, renovatie en circulair ontwerp, en vergelijkbaarheid dankzij uniforme vastlegging.

Het paspoort richt zich op de belangrijkste materialen en installaties, zoals staal, kabels en verlichting.

Drie materialenpaspoorten als praktijktoets

Om het vereenvoudigde format direct te toetsen, worden in 2026 voor drie tunnels materialenpaspoorten opgesteld. Zo wordt zichtbaar welke gegevens beschikbaar zijn, hoeveel inspanning het verzamelen kost en welke informatie daadwerkelijk bruikbaar is. De ervaringen helpen te bepalen welk detailniveau haalbaar is, welke gegevens al in bestaande beheersystemen zitten en hoe het paspoort kan worden ingezet bij onderhoud, renovatie en aanbestedingen.

Verbinding met het energiepaspoort

Het materialenpaspoort vult het energiepaspoort aan: waar het energiepaspoort het energieverbruik in kaart brengt, brengt het materialenpaspoort de aanwezige grondstoffen en installaties in beeld. Door beide te combineren ontstaat een completer beeld van de milieuprestaties van een tunnel, bijvoorbeeld omdat een energiebesparende maatregel nieuwe materialen kan vereisen, terwijl langer gebruik van bestaande installaties juist materiaal bespaart maar mogelijk meer energie kost.

Met de vereenvoudiging van het format en de toepassing bij drie tunnels zet het COB in 2026 een belangrijke stap. Het materialenpaspoort kan zo uitgroeien van een inventarisatie tot een praktisch sturingsinstrument, dat tunnelbeheerders en marktpartijen concreet ondersteunt bij levensduurverlenging, hergebruik, hoogwaardige recycling en de overgang naar een circulaire tunnelsector.

COB AI