Nederland moet sneller graven, hoe voorkomen we schade?

07 september 2026

De energietransitie vraagt om duizenden kilometers nieuwe en verzwaarde kabels en leidingen, terwijl de Nederlandse ondergrond op veel plaatsen al overvol is. Mede daardoor gaat het bij graafwerkzaamheden nog tienduizenden keren per jaar mis. Hoe voorkom je schade als de druk om sneller bouwen toeneemt? De nieuwe bestuursleden van het Kabel en Leiding Overleg (KLO) spreken erover in de Kennisarena Podcast.

Het KLO heeft nieuwe bestuursleden: Matthijs van den Hatert van Gasunie en Alex Schipperheijn van het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen. Hun boodschap: techniek en regels zijn belangrijk, maar uiteindelijk maken we onder de grond het verschil door samenwerking en menselijk gedrag.

Techniek en regels zijn belangrijk, maar uiteindelijk maken we onder de grond het verschil door samenwerking en menselijk gedrag.

Centimeters verplaatsen soms al moeilijk
Onder onze straten, stoepen en pleinen ligt een dicht netwerk van elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen, riolering en telecomverbindingen. Het wordt er alleen maar drukker. Dat maakt zelfs eenvoudige ingrepen steeds ingewikkelder. Schipperheijn noemt een recente casus waarbij in binnenstedelijk gebied een klantstation moest worden geplaatst, vlak bij infrastructuur van TenneT en Stedin. Op papier leek het plan uitvoerbaar, maar onder de grond bleken bestaande constructies in de weg te zitten. Soms kan het verplaatsen van een funderingspaal met enkele centimeters al betekenen dat een ander object wordt geraakt. Ingenieurs, opdrachtgever en uitvoerder moesten samen een andere oplossing vinden.

Dat het ook ernstiger kan aflopen, bleek rond de NAVO-top. Bij werkzaamheden ontstond schade aan het glasvezelnetwerk van de politie. Volgens Schipperheijn kwam daarmee zelfs het functioneren van een voor de top noodzakelijk netwerk in gevaar. Het illustreert volgens hem hoe belangrijk actuele kennis van de ondergrond is, voordat werkzaamheden beginnen.

Bijna 50.000 schades
De omvang van het probleem is aanzienlijk. Vorig jaar werden bijna 50.000 graafschades geregistreerd op zo’n miljoen graafmeldingen. De directe herstelkosten bedroegen tegen de vijftig miljoen euro en de maatschappelijke kosten liggen nog hoger. Voor netbeheerders is voorkomen dan ook veel meer dan een financiële kwestie. Van den Hatert wijst op de omvang van de Nederlandse netwerken en de mogelijke gevolgen wanneer het misgaat. Preventie staat volgens hem daarom voorop. Voor gemeenten speelt nog iets anders: een graafschade ontregelt een hele keten van werkzaamheden. Projecten lopen uit, wegen moeten langer of opnieuw open en de bereikbaarheid van een stad komt onder druk. Schipperheijn spreekt daarom liever over het goed organiseren van het hele graafproces dan uitsluitend over het voorkomen van schade.

Een graafschade ontregelt een hele keten van werkzaamheden. Projecten lopen uit, wegen moeten langer of opnieuw open en de bereikbaarheid van een stad komt onder druk.

Hetzelfde doel, verschillende belangen
Nederland moet vaart maken met de energietransitie: netten uitbreiden en verzwaren. Tegelijkertijd maakt die versnelling de kans op fouten groter. Op papier hebben gemeenten, netbeheerders en uitvoerende bedrijven hetzelfde doel, in de praktijk lopen belangen uiteen. Voortgang en snelheid botsen dan op veiligheid, kwaliteit en bescherming van bestaande infrastructuur. Schipperheijn: snelheid mag nooit ten koste gaan van veiligheid en kwaliteit. De energietransitie moet door, maar alle betrokken partijen moeten zich bewust blijven van de risico’s én hun eigen verantwoordelijkheid. Voor dat spanningsveld bestaat het KLO. Daarin zijn drie partijen vertegenwoordigd die elkaar in de praktijk voortdurend tegenkomen: netbeheerders, grondroerders en beheerders van de openbare ruimte. Waar zij vroeger vanuit hun afzonderlijke verantwoordelijkheden opereerden, bewegen ze volgens de nieuwe bestuursleden steeds meer naar elkaar toe.

Snelheid mag nooit ten koste gaan van veiligheid en kwaliteit. De energietransitie moet door, maar alle betrokken partijen moeten zich bewust blijven van de risico’s én hun eigen verantwoordelijkheid.

Van techniek naar gedrag
Maar betere samenwerking aan bestuurstafels voorkomt nog geen kapotte kabel. Van den Hatert wijst op een aspect dat gemakkelijk ondersneeuwt tussen procedures, kaarten, systemen en regelgeving: menselijk gedrag. Een project is soms uitstekend voorbereid, een uitvoerder heeft alle noodzakelijke informatie gekregen, maar uiteindelijk staat er iemand buiten die een beslissing moet nemen. Tijdsdruk speelt een rol en onder druk wordt soms minder zorgvuldig gewerkt. Graafschadepreventie begint daarom bij het graven; afspraken, informatieoverdracht en verwachtingen moeten veel eerder helder zijn. En wanneer buiten iets anders wordt aangetroffen dan verwacht, is het zaak dat betrokkenen elkaar snel weten te vinden. Daarom is er steeds meer aandacht voor gedragsinterventies. De Kennisarena kabels en leidingen test dergelijke interventies in proeftuinen. De eerste daling van het aantal graafschades stemt Van den Hatert voorzichtig positief.

De Kennisarena kabels en leidingen test dergelijke interventies in proeftuinen. De eerste daling van het aantal graafschades stemt Van den Hatert voorzichtig positief.

Informatie die buiten aankomt
Een ander probleem zit in de overdracht van informatie. Via het zogenoemde infradossier moet relevante informatie beschikbaar zijn voor uitvoerders. De data op zich zijn is daarbij niet genoeg: de informatie moet vindbaar zijn en daadwerkelijk worden gebruikt op de werkplek. Ook gemeenten hebben daar volgens Schipperheijn een verantwoordelijkheid. Zij moeten niet alleen vergunningen verlenen, maar ook toezicht organiseren. Want juist in de sleuf worden voortdurend pragmatische oplossingen bedacht. Die kunnen op dat moment prima werken, maar later nieuwe problemen veroorzaken. Nieuwe technologie kan daarbij helpen. De nieuwe KLO-bestuurders kijken nadrukkelijk naar digitale hulpmiddelen en AI om de veiligheid in de ondergrond te vergroten en graafschades te voorkomen. Tegelijkertijd waarschuwen zij  voor een al te technologische benadering: uiteindelijk moeten de mensen in het veld ermee kunnen werken.

Ambitieuzer KLO
De twee nieuwe bestuursleden willen het KLO verder professionaliseren. De strategie wordt aangescherpt, kennis van aangesloten organisaties moet beter worden benut en het bestuur zoekt nadrukkelijker naar samenwerking met andere partijen. Het COB is daar volgens de bestuurders een belangrijke partner in. Het gaat niet meer alleen om het voorkomen van een kapotte kabel of leiding. De beschikbare ruimte moet anders worden geordend, nieuwe technieken en beschermingsconstructies moeten worden onderzocht en innovaties moeten sneller worden gedeeld. Zoals Van den Hatert samenvat: organisaties kunnen op strategisch niveau eindeloos samenwerken en analyses maken, maar het resultaat moet uiteindelijk buiten zichtbaar worden.

De strategie wordt aangescherpt, kennis van aangesloten organisaties moet beter worden benut en het bestuur zoekt nadrukkelijker naar samenwerking met andere partijen. Het COB is daar volgens de bestuurders een belangrijke partner in.

Daar ligt de kern van het vraagstuk. Nederland wil sneller woningen bouwen, het elektriciteitsnet uitbreiden en steden verduurzamen. Daarvoor moet steeds meer gebeuren in een ondergrond waarin de ruimte juist steeds schaarser wordt. Dat kan alleen wanneer de mensen die plannen maken, vergunningen verlenen, kabels beheren en uiteindelijk de schop of graafmachine bedienen niet ná elkaar, maar mét elkaar werken. Of zoals Van den Hatert het samenvat: uiteindelijk gebeurt het in het veld. De mensen die daar werken moeten over de juiste informatie, middelen en gereedschappen beschikken.

Luister hier naar het volledige gesprek in de podcast van Kennisarena kabels en leidingen.

COB AI