Amsterdam verbetert de bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het Stationseiland, de omgeving rond Amsterdam Centraal. Aan de stadszijde gaat een gebied van negen hectare op de schop, tussen de stationsgevel en de Prins Hendrikkade. Onderdeel van de plannen is een fietsenstalling voor zevenduizend fietsen onder de middelste kom van het Open Havenfront.

“De opwaardering van het gebied gebeurt in het kader van het project De Entree”, vertelt projectmanager Bart-Jan Kouwenhoven van de gemeente Amsterdam. “We dringen het gemotoriseerde verkeer zoveel mogelijk terug en creëren maximale ruimte voor voetgangers en fietsers. Daarnaast passen we de traminfrastructuur aan en richten we het stationsplein opnieuw in met een verharding van natuursteen. Verder breiden we het wateroppervlak voor het station uit om het eilandkarakter van het Stationseiland te versterken.”

“Bij de opwaardering houden we rekening met de opgave voor fietsparkeren die de gemeente Amsterdam samen met de NS, ProRail en de stadsregio Amsterdam heeft geformuleerd voor de stationsomgeving. Deze opgave voorziet in 17.500 beheerde plekken in 2020 en 21.500 in 2030. Op het maaiveld is hiervoor te weinig ruimte gezien de vele belangen. Zo moet het monumentale karakter van het station behouden blijven en stellen we hoge eisen aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder willen we zo min mogelijk obstakels rondom het stationsplein vanwege de 300.000 passanten die hier dagelijks langskomen. Daarom wijken we voor een aantal stallingen uit naar de ondergrond en kiezen we voor multifunctioneel ruimtegebruik.”

“Ik vind het positief dat de gemeente Amsterdam vanuit het streven naar een hoogwaardige openbare ruimte kiest voor een ondergrondse stalling.”

Leefruimte

Nienke van de Lune is enthousiast over deze keuze. Vanuit het advies- en ingenieursbureau Movares ondersteunt ze de gemeente bij De Entree. Ze werkt onder andere mee aan het referentieontwerp en het beeldkwaliteitsplan van de nieuwe fietsenstalling. “Ik vind het positief dat de gemeente Amsterdam vanuit het streven naar een hoogwaardige openbare ruimte kiest voor een ondergrondse stalling en daar ook geld voor over heeft. Eerder deed de gemeente dat al bij de fietsenstalling onder het Mahlerplein bij de Zuidas.” Kouwenhoven beaamt dat: “Een van onze beleidsuitgangspunten is ‘stad in balans’. We willen meer leefruimte in het centrum, en het stationsgebied omvormen tot een aangename, gastvrije entree van de stad. Daar past een ondergrondse stalling bij, maar bijvoorbeeld ook het verminderen van het aantal halteplaatsen voor touringcars.”

Rolbanen

De nieuwe fietsenstalling komt voor het station te liggen, onder het water van de middelste kom van het Open Havenfront. Voor deze plek is gekozen omdat de meeste fietsers aan deze kant bij het station aankomen en hun fiets zo snel mogelijk willen stallen om over te stappen op het openbaar vervoer. De hoofdingang van de stalling komt aan de Prins Hendrikkade, ter hoogte van de Martelaarsgracht. Via rolbanen bereiken de fietsers de stalling die ruimte biedt aan zevenduizend fietsen en negen meter onder het straatoppervlak ligt. Door de diepe ligging blijft het water in de havenkom diep genoeg voor rondvaartboten en pleziervaartuigen. In de kademuren komt ruimte voor voorzieningen voor rederijen.

Visualisatie van de hoofdingang van de nieuwe fietsenstalling. (Beeld: R&D Amsterdam)

Hybride contract

In eerste instantie wilde de gemeente Amsterdam de verschillende deelprojecten van De Entree apart aanbesteden. Inmiddels is besloten om het als een geïntegreerd project op de markt te zetten. Dit biedt de opdrachtnemer de mogelijkheid om de verschillende bouwprocessen en -onderdelen optimaal op elkaar af te stemmen. Daarnaast is het handiger voor de aan- en afvoer van materieel en bouwmaterialen in dit intensief gebruikte gebied. Kouwenhoven: “We gaan uit van een hybride contract. Het ontwerp is grotendeels al gemaakt, maar de engineering en de bouw moet de opdrachtnemer zelf invullen.”

Uitdagingen

Van de Lune vult aan: “Kijk je naar de fietsenstalling, dan ligt de locatie van de hoofdingang al vast, evenals het aantal stallingsplekken en het aantal fietsen dat per minuut de stalling in en uit moet kunnen. De opdrachtnemer moet met een proefopstelling aantonen dat zijn ontwerp het gewenste aantal fietsers per minuut kan verwerken. Verder moet de stalling voldoen aan de ruimtelijke kwaliteit die is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan. De stalling moet bijvoorbeeld zo zijn ingericht dat fietsers goed kunnen zien waar ze na het stallen van hun fiets naartoe moeten voor de overstap op het openbaar vervoer. Ook stellen we eisen aan de daglichttoetreding en de sociale veiligheid.”

Simulatie van de reizigersstroom door de hoofdingang tijdens de spits. (Beeld: Movares)

Naast deze uitvoeringseisen krijgt de opdrachtnemer ook met een aantal andere uitdagingen te maken. Kouwenhoven: “Tijdens de bouwwerkzaamheden moet hij zorgen dat het gebied leefbaar, veilig en bereikbaar blijft voor reizigers, bewoners en ondernemers. Verder is hij er verantwoordelijk voor dat er geen schade ontstaat aan de omringende bebouwing, waaronder diverse monumentale panden en bruggen, en de primaire waterkering onder de Prins Hendrikkade. En vanzelfsprekend moet hij ervoor zorgen dat tijdens het hele bouwproces de communicatie optimaal verloopt, zodat de omgeving weet wanneer wat gaat gebeuren en met welke overlast men rekening dient te houden.”