Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Numerieke Simulaties Dwarsverbindingen Westerscheldetunnel – Deel ll: Resultaten Variant 2

Algemene informatie

Auteur dr. ir. A.H.J.M. Vervuurt, ir. F.B.J. Gijsbers
Uitgever TNO
Uitgavedatum augustus 1998
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In de toekomstige Westerscheldetunnel worden, ten behoeve van de bereikbaarheid, de twee aan te leggen tunnelbuizen onderling verbonden door middel van dwarsverbindingen. Om inzicht te krijgen in de krachtswerking in de gesegmenteerde hoofdtunnelbuis en de dwarsverbindingen tijdens de verschillende uitvoeringsfasen, zijn niet-lineaire berekeningen uitgevoerd met het eindige elementenprogramma DIANA. Hierbij is in eerste instantie uitgegaan van een ligging van de hoofdtunnelbuis zoals de aannemerscombinatie KMW die maatgevend acht voor de optredende krachtswerking (variant 1). Op basis van de resultaten van...

In de toekomstige Westerscheldetunnel worden, ten behoeve van de bereikbaarheid, de twee aan te leggen tunnelbuizen onderling verbonden door middel van dwarsverbindingen. Om inzicht te krijgen in de krachtswerking in de gesegmenteerde hoofdtunnelbuis en de dwarsverbindingen tijdens de verschillende uitvoeringsfasen, zijn niet-lineaire berekeningen uitgevoerd met het eindige elementenprogramma DIANA. Hierbij is in eerste instantie uitgegaan van een ligging van de hoofdtunnelbuis zoals de aannemerscombinatie KMW die maatgevend acht voor de optredende krachtswerking (variant 1).

Op basis van de resultaten van variant 1 en 2 kan worden gesteld dat door het slappere gedrag van de grond, de hoofdtunnelbuis meer mogelijkheid wordt geboden om te ovaliseren. Dit leidt voor fase 1 tot grotere tangentiële spanningen in de segmenten. Zoals verwacht heeft het toepassen van slappere grond veren geen invloed op de axiale spanningen in de hoofdtunnelbuis in fase 1. Voor wat betreft de openstanden en de verschuivingen in de ringvoegen blijkt dat deze in fase I van variant 2 enigszins zijn toegenomen ten opzichte van variant 1. Ze zijn echter nog steeds kleiner dan 0,5 mmo In de langsvoegen treden nagenoeg geen verschillen op. In zowel variant 1 als 2 zijn zowel de openingen als de verschuivingen in deze voegen nihil. Als gevolg van het meer flexibele gedrag van de hoofdtunnelbuis in variant 2, zijn de voegverschuivingen in fase 2 en 5 van variant 2, kleiner dan in de vergelijkbare stadia van variant 1.

Gerelateerde documenten

PDF
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Schade Oostbuis Westerscheldetunnel

Auteurs:
E. Sonke
Uitgever: Arcadis
Uitgave: 27 november 2023 | Geüpload op: 6 mei 2024

In juni 2023 is door de N.V. Westerscheldetunnel opdracht gegeven aan Arcadis Nederland BV (hierna Arcadis) om de stabiliteit van de constructie te beoordelen, de mogelijke oorzaak van de schade te onderzoeken en te adviseren over de te nemen maatregelen.

Bekijk document
Characterization of undrained shear strength in Dutch sites using hierarchical Bayesian modeling 
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Characterization of undrained shear strength in Dutch sites using hierarchical Bayesian modeling 

Auteurs:
Theodoros Vinatselas
Uitgever: TU Delft
Uitgave: 30 augustus 2023 | Geüpload op: 29 augustus 2023

Dit proefschrift bespreekt de karakterisering van de ongedraineerde schuifsterkte, 𝑆𝑢 uit de netto kegelweerstand, 𝑞𝑛𝑒𝑡 van klei in Nederlandse vindplaatsen met behulp van Hierarchical Bayesian Modeling (HBM).

Bekijk document
Wat kunt u zelf met de BRO-modellen?
Video

Wat kunt u zelf met de BRO-modellen?

Auteurs:
Jan Stafleu (TNO), Ernestien Honning (TNO)
+1
Andere auteurs:
Linda Bartman (programma BRO)
Uitgever: Ministerie van BZK - programma BRO
Uitgave: 1 oktober 2020 | Geüpload op: 25 juni 2021

Dit betreft een opname van een webinar en presentatie over de BRO modellen en hoe u ze zelf kunt gebruiken.

Bekijk document
Werkwijzer monitoring zinktunnels versie 2.0
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Werkwijzer monitoring zinktunnels versie 2.0

Auteurs:
Brenda Berkhout, Mark van der Heijden e.a.
Uitgever: COB
Uitgave: 20 januari 2026 | Geüpload op: 27 januari 2026

De Werkwijzer monitoring zinktunnels is gericht op het inrichten van een monitoringsysteem in een tunnel, in samenhang met het daaropvolgende proces van data-analyse, data-interpretatie, het uitvoeren van een conditiebepaling van de tunnel en het voorspellen van toekomstig gedrag. De werkwijzer is bedoeld ter ondersteuning van de besluitvorming over monitoring: wat moet er worden gemonitord, op welke manier en met welke frequentie? Daarbij gaat het vooralsnog om het verzamelen van data voor wetenschappelijk onderzoek (door PhD-, PDeng- en MSc-studenten).

Bekijk document
Vooronderzoek naar fabels en feiten in de techniek
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Vooronderzoek naar fabels en feiten in de techniek

Auteurs:
Vita Vollaers et al.
Uitgever: COB
Uitgave: 17 december 2024 | Geüpload op: 17 december 2024

Wat zijn keiharde waarheden en wat zijn slechts (onjuiste) aannames als het gaat over de techniek van het aanleggen, onderhouden en beheren van kabels en leidingen? In dit vooronderzoek heeft het COB-netwerk in kaart gebracht rondom welke thema’s er behoefte is aan duidelijkheid.

Bekijk document
Inzicht in opsporen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Inzicht in opsporen

Auteurs:
Meuwissen et al.
Uitgever: COB
Uitgave: 26 november 2024 | Geüpload op: 27 november 2024

Dit rapport biedt handvatten voor opdrachtgevers om een uitvraag te formuleren waarmee de best passende sleufloze detectiemethode kan worden bepaald.

Bekijk document