ProRail heeft met een innovatieve aanbestedingsmethode bijna vijftig procent kunnen besparen op de uitvoeringskosten voor zo’n zeventig kleine faunapassages onder spoorwegen. Een vernieuwende, uitgebalanceerd aanbestedingsvorm waarbij het primaire doel van ProRail als opdrachtgever – minder risico’s en kostenreductie – wordt bereikt en de aannemer tegelijkertijd veel meer ruimte heeft voor zijn activiteiten.
De bijna zeventig faunapassages die ProRail wil aanleggen zijn allemaal bouwwerken in de grond met de daarbij behorende risico’s. In overleg met marktpartijen is een alliantie-achtige samenwerkingsvorm gevonden waarbij opdrachtgever en aannemer een aantal risico’s delen en een groot deel van de organisatorische voorbereiding bij de aannemer ligt. Onderdeel van het contract is een risico-stelpost, waarvan opdrachtgever en opdrachtnemer aan het eind van de rit het niet gebruikte deel samen mogen delen. Het is een vernieuwende, uitgebalanceerd aanbestedingsvorm waarbij het primaire doel van ProRail als opdrachtgever – minder risico’s en kostenreductie – wordt bereikt. Tegelijkertijd krijgt de aannemer veel meer ruimte voor zijn activiteiten. De gekozen oplossing kwam mede in overleg met marktpartijen tot stand. De markt bleek enthousiast over het concept en heeft massaal op de aanbesteding ingeschreven. Het werk is begin juli 2012 gegund aan Heijmans Civiel BV uit Rosmalen.
De innovatieve aanpak werd uit noodzaak geboren, blijkt uit de toelichting van Camiel Meijneken, projectmanager bij ProRail Projecten. “In de budgetberekening wordt voor organisatiekosten uitgegaan van een vast opslagpercentage op de geraamde bouwkosten. Het probleem bij deze kleine faunapassages is dat de organisatorische inspanningen per object niet veel afwijken van die van grote projecten. Met andere woorden: we kwamen geld tekort voor zaken als overleg met grondeigenaren, regelen van toegang, inventarisatie van kabels en leidingen en andere voorbereidende werkzaamheden.”
“Het financiële probleem hebben we gekoppeld aan potentiële uitvoeringsrisico’s. Die doen zich voor als aanleg van een faunapassage technisch niet mogelijk is vanwege bijvoorbeeld een te hoge grondwaterstand. Of als landeigenaren niet willen meewerken aan toegang tot de locatie. Of als in de uitvoering de belasting van het milieu, bijvoorbeeld door de inzet van zwaar materieel in ecologisch waardevolle gebieden, niet aanvaardbaar is.”
Uitbreidingen
“De gevonden aanbestedingsvorm is anders dan een volledige alliantie met gedeelde risico’s, omdat dat voor deze toepassing een te grote organisatievorm zou zijn. Dit contract is in de basis een standaard design-en-constructcontract met een aantal uitbreidingen. We stellen functionele eisen. Na deskresearch hebben we in totaal 3.600 documenten met alle informatie over milieukwaliteit, locatietekeningen, informatie over grondeigendom et cetera, verzamelden die goed gestructureerd gekoppeld aan een duidelijke vraagspecificatie. Daarbij hebben we de aannemende partij veel uitvoeringstijd gegund, zodat men de in omvang toch redelijk beperkte werken naar eigen goeddunken in de eigen werpprocessen kan integreren en toch rekening kan houden met het feit dat treinvrije periodes voor dit type werkzaamheden ook nog aan de orde zijn .”
In het contract zijn vier gedeelde risico’s benoemd. Het aanleggen van de faunapassages kan onmogelijk blijken of duurder uitvallen doordat:
- benodigde vergunningen of ontheffingen niet worden afgegeven;
- het bevoegd gezag extra maatregelen oplegt;
- schade aan flora en fauna dreigt te ontstaan en compenserende maatregelen nodig zijn;
- het werkterrein is onbereikbaar als gevolg van gebrek aan medewerking van grondeigenaren.
Camiel Meijneken: “Onderdeel van de aanbieding was een risicomanagementvisie, waarin kandidaten moesten aangeven hoe zij met de genoemde risico’s dachten om te gaan. De aangedragen oplossingen hebben voor dertig procent de gunning bepaald. Omdat we bij deze risico’s afhankelijk zijn van derden, gaat het in het contract om een inspanningsverplichting en niet om een resultaatverplichting. De aannemer kan aanspraak maken op het risicopotje van een half miljoen euro om de risico’s te elimineren. Wat overblijft van dat potje delen we aan het eind van de rit tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.”
“Het contract omvat 72 voorzieningen, waaronder twintig looprichels. Daarmee lossen we circa dertig MJPO-knelpunten op. Er is een tweede fase op komst, waarin we nog eens twintig knelpunten willen oplossen. Tot en met december werken we aan de planontwikkeling voor die tweede fase, waarna er een beschikkingsaanvraag naar het ministerie gaat. Met de nieuwe aanpak kunnen we de kosten voor dat deel nu beter inschatten en blijven we vermoedelijk onder het hiervoor binnen het Meerjaren-programma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) gereserveerde bedrag.”
Camiel Meijneken werkt sinds 2000 bij ProRail. Sinds 2010 is hij projectmanager in het cluster Spoorkruisingen en voor meer MJPO-projecten verantwoordelijk. Hij studeerde Aardwetenschappen (fysische geografie) aan de universiteit Utrecht.
Aanbestedingsvorm verdient navolging
Raymond Krukkert, coördinerend projectmanager bij ProRail: “De aanpak die we hebben gekozen voor de faunapassages is ook bij andere aanbestedingen mogelijk. Als je goed je doel omschrijft en zorgt dat je de risico’s hebt uitgezocht en afgedekt, kun je met een compleet verhaal naar de markt. Door de uitvoerende partij voldoende tijd te gunnen voor voorbereiding en uitvoering, kun je de samenwerking tot een succes maken. De aannemer verdient zijn geld door het project zo snel mogelijk uit te voeren in een voor hem gunstig tijdframe nadat hij zijn voorbereiding, inkopen en grondlogistiek volledig heeft geoptimaliseerd en afgerond. Zo heeft ieder project zijn specifieke mogelijkheden voor optimalisatie.”
Ontsnippering
De aanleg van faunapassages onder spoorwegen komt voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). Het MJPO is een samenwerkingsverband van verschillende overheden om leefgebieden van planten- en diersoorten, die zijn gescheiden door auto-, spoor- of waterwegen, weer met elkaar te verbinden. Het MJPO draagt hiermee bij aan de uitgangspunten van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) dat in 2018 moet leiden tot een samenhangend landelijk netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen.
Hightech faunapassage
Hoewel de bedoelingen goed zijn, ervaren amfibieën en reptielen faunatunnelbuizen vaak als een koud en donker gat, waar ze liever niet binnengaan. ARCADIS bedacht een slim alternatief. De Comfort Animal Transfer tunnelcombineert een lichtdoorlatende betonnen afdeklaag met warmtevasthoudend materiaal, waardoor een lichte, warme doorgang wordt gecreëerd. Overdag wordt warmte opgeslagen in PCM-kristallen en deze warmte wordt, zodra het kouder wordt, weer afgestaan aan de omgeving.
Bij het verbinden van natuurgebieden wordt onderscheid gemaakt in grote faunapassages als ecoducten die ook geschikt zijn voor herten, reeën en wilde zwijnen en kleine faunapassages voor dieren als de otter, das, marterachtigen, bunzing, hermelijn, wezel, egel, ringslang en amfibieën. Kleine faunapassages zijn tunneltjes onder auto- of spoorwegen en looprichels in bestaande watertunneltjes. Her en der in het land zijn dergelijke kleine faunapassages al aangelegd. Er is nu nog geen inzicht op de effecten op de verschillende populaties. Monitoringsonderzoeken hiertoe kosten veel tijd. Wel is duidelijk dat de dieren de passages snel weten te vinden. Sporen wijzen uit dat nieuwe passages vrijwel direct na aanleg in gebruik worden genomen.