‘We staren ons blind op proces en techniek’
We kennen in Nederland al jaren een actief beleid om graafschade te beperken. Wet- en regelgeving, verplichte Klic-meldingen, slimmere processen, de toepassing van (nieuwe) detectietechnieken, meer afstemming… Niets lijkt tot nu toe het tij echt te kunnen keren. Kan het met meer inzicht in menselijk gedrag en beïnvloeding daarvan wel lukken? In zijn onderzoek ‘Gedrag van grondroerders’ analyseerde Cas Hendriks Boers verantwoordelijkheidsgevoel en schadepreventie in de graafketen.
De conclusies uit het onderzoek zijn glashelder: graafschade ontstaat vooral door een samenspel van externe factoren, die invloed hebben op het menselijk gedrag. Cas Hendriks Boers vertelt: ”Externe factoren zijn gebrekkige informatie, tijdsdruk en oneerlijke financiële prikkels. Grondroerders hebben vaak intrinsieke motivatie om graafschade te voorkomen, maar worden belemmerd door onjuiste of onvolledige informatie uit de Klic-app en eerdere fouten in de graafketen, zoals onjuiste diepteligging of onjuist ingetekende kabels en leidingen. Schadevoorkomend gedrag wordt ondermijnd door scepticisme en angst voor hoge reparatiekosten, terwijl goede communicatie en vakmanschap juist positief bijdragen aan schadepreventie.”
Samen zonder schade
Cas Hendriks Boers verrichtte het onderzoek als onderdeel van zijn stage bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) in het kader van zijn studie Interdisciplinaire sociale wetenschap (ISW) aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek bouwt voort op het project Samen zonder schade van de Kennisarena kabels en leidingen en de RDI uit 2023, dat was gericht op verkenning van verandering in cultuur en werkwijze om graafschades te beperken. In 2025 is een vervolgproject van start gegaan. In dat project Samen zonder schade toegepast, wordt onderzocht hoe het graafproces veiliger en zorgvuldiger kan worden met behulp van gedragswetenschappelijke interventies.
Figuur 1: Overzicht graafschades 2024 (Bron: RDI).
Disfunctioneel systeem
Het onderzoek ‘Gedrag van grondroerders’ biedt inzicht in factoren die het gedrag van mensen in de graafketen beïnvloeden. Cas Hendriks Boers benaderde grondroerders die actief betrokken zijn bij de uitvoeringsfase van graafwerkzaamheden. Hij sprak hen over het informatieproces in de keten, organisatie en communicatie, de invloed van financiële prikkels en de motivatie en verantwoordelijkheid. Op basis van zijn onderzoek pleit hij voor meer collectieve verantwoordelijkheid in de gehele graafketen: “Het probleem zit niet alleen in de uitvoeringsfase, maar is het gevolg van communicatie, beleid en prikkels van opdrachtgevers en netbeheerders. Het is daarom geen individueel gedragsprobleem, maar een symptoom van een disfunctioneel systeem.
Er moet een omslagpunt komen. In het streven naar graafschadebeperking staart men zich blind op proces en techniek. Mensen zijn vooral bezig met hun eigen hachje. Er is geen goed beeld van het gedragsaspect. De sector moet zich niet alleen bewust zijn van de gedragscomponent, maar die ook erkennen. Mijn onderzoek, het project Samen zonder schade van de Kennisarena en het vervolg daarop, zie ik als munitie in het proces van bewustwording voor zowel opdrachtgevers, netbeheerders als grondroerders. Zonder die bewustwording hebben regels weinig zin. Met dit onderzoek hebben we nu niet alleen maar aannames, maar een solide basis om interventies op gedrag in de praktijk te onderzoeken.”
Erkenning en begrip
Cas Hendriks Boers legt bloot dat de weeffouten in het bestaande systeem fundamenteel van aard zijn. “Uit gespreken met gravers maakte ik op dat zij graafschade niet per se hun probleem vonden. Maar als je je werkelijk interesse toont in hun werk en problemen, kom je in gesprek en ontdek je dat de problemen die we in Nederland hebben vanuit het hele systeem gecreëerd worden. Tijdens mijn onderzoek ben ik tot de conclusie gekomen dat de meesten niet eens door hebben dat er een falend systeem achter zit.
De gravers bekijken het geheel door hun eigen bril. Zij zien hun werk, hun taak en hebben vaak geen besef van de regelgeving die erachter ligt of van de maatschappelijke gevolgen als het mis gaat. Van aannemers hoor ik dat de opdrachtgevers – vanachter hun bril – ook beperkt kijken. Men kan zich niet inleven in een ander. Vingerwijzen is dan de meest voorkomende reactie. Mensen leggen het probleem ergens anders. Dat zie je niet alleen in de uitvoering. Tot voor kort lag ook bij de RDI de focus op de gravers. Maar daar is een omslag gemaakt naar óók focussen op opdrachtgevers.”
Willen-weten-kunnen in balans
Cas Hendriks Boers vat het proces van gedragsverandering samen aan de hand van het willen-weten-kunnen model uit de gedragswetenschap. ” De factor ‘willen’ heeft te maken met de intrinsieke motivatie en de intentie van een individu om een specifieke taak of handeling uit te voeren. De factor ‘weten’ kijkt naar de kennis en informatie die nodig zijn om iets correct uit te voeren. De factor ‘kunnen’ geeft inzicht in de invloed van organisatorische en situationele factoren die een individu in staat stellen om het gewenste gedrag te vertonen. Het zorgvuldig werken wordt belemmerd, wanneer één van deze pijlers ontbreekt zelfs als de andere twee aanwezig zijn. Het ontbreken van één van deze pijlers kan de andere pijlers ook negatief beïnvloeden. Structurele gedragsverandering is alleen mogelijk als motivatie, kennis en de gehele context in balans zijn.”
Aanbevelingen
In zijn onderzoek komt Cas Hendriks Boers tot een aantal concrete aanbevelingen die kunnen helpen om gedrag van mensen in = de keten te veranderen. Hij pleit allereerst voor verbetering van het informatieproces. Frequent teamoverleg moet ervoor zorgen dat grondroerders een beter beeld krijgen van knelpunten en risico’s. Verder constateert hij dat conflicten over herstelkosten na graafschade tot weerstand en verminderde meldingsbereidheid leiden en dat een gezamenlijke, op beloning geënte aanpak dat kan verhelpen. Meer aandacht voor veiligheid en organisatieondersteuning helpt om tot respectvol, positief toezicht op de werkvloer te komen. Ook pleit hij voor het waarborgen van de psychologische veiligheid van grondroerders, zodat de meldingsbereidheid kan toenemen. Versterking van kennis en vakmanschap is cruciaal voor het ontwikkelen van de juiste intrinsieke motivatie en het creëren van nieuwe vaklui die zorgvuldig werken en dit uitdragen naar hun ploeg. Tenslotte noemt hij de noodzaak van een overkoepelende en systematische benadering, waarbij alle partijen in de graafketen gezamenlijk eigenaar zijn van schadepreventie.
Lunch en koeken
Ook voor zijn opdrachtgever RDI heeft Cas Hendriks Boers een aanbeveling: “Verdiep je meer in de rol van netbeheerders. Welke rol kunnen zij spelen in het motiveren van grondroerders? Het zou al heel erg helpen als grondroerders meer contact hebben met netbeheerders en opdrachtgevers, ook in het werkveld. Dat kan bijdragen aan trots op wat je aan het doen bent. Zoek naar mogelijkheden om mensen te belonen als opdrachten zorgvuldig en veilig zijn afgerond. Met een paar koeken of een lunch kun je al waardering uitspreken.” Cas Hendriks Boers waarschuwt tegelijkertijd voor individuele maatregelen. “Over de hele linie is het vooral belangrijk dat opdrachtgevers, netbeheerders en uitvoerende partijen samen optrekken. Het heeft niet zoveel zin als zij ieder voor zich maatregelen nemen. Het gaat om de bewustwording dat in de breedte het gesprek over gedrag op gang gebracht moet worden.”
Het onderzoeksverslag en de pdf-versie van dit artikel zijn te downloaden op onze kennisbank: