Hoeveel energie gebruikt een tunnel eigenlijk, welke installaties trekken de meeste stroom en welke maatregelen leveren écht besparing op? Om die vragen te beantwoorden, ontwikkelt het COB sinds 2024 samen met experts energiepaspoorten voor Nederlandse en Vlaamse wegtunnels. Inmiddels zijn er voor 42 wegtunnels energiepaspoorten opgesteld, en 2026 wordt een belangrijk jaar voor de doorontwikkeling van dit instrument.
Voor acht wegtunnels die al een eerste energiepaspoort hebben, komt er in 2026 een tweede versie. Door de gegevens opnieuw te verzamelen, wordt voor het eerst zichtbaar hoe het energieverbruik zich sinds de eerste meting heeft ontwikkeld. Zo wordt duidelijk welke verduurzamingsmaatregelen zijn doorgevoerd, hoeveel energie dat daadwerkelijk heeft bespaard, welke maatregelen goed werken en welke tegenvallen. Het energiepaspoort verandert daarmee van een eenmalige foto naar een instrument waarmee beheerders hun voortgang echt kunnen volgen, met lessen die ook voor andere tunnels waardevol zijn. Van momentopname naar meetbare voortgang
Ook spoortunnels aan de beurt
Nieuw in 2026 is dat ook vijftien spoortunnels voor het eerst een energiepaspoort krijgen. Omdat spoortunnels op punten als gebruik, installaties en energieregistratie flink verschillen van wegtunnels, wordt hiervoor een eigen format ontwikkeld. Met vijftien tunnels ontstaat een dataset die groot genoeg is om onderlinge verschillen te analyseren, de grootste verbruikers te identificeren en kansrijke besparingsmaatregelen te bepalen. Het is de eerste stap richting structurele monitoring van energieverbruik in het spoortunnelnet.
Zelf aan de slag via de Tunnel Toolbox
Vanaf eind 2026 hoeven tunnelbeheerders niet langer te wachten op een extern onderzoek: via de Tunnel Toolbox van het COB kunnen ze zelf een energiepaspoort opstellen. Een nieuw te ontwikkelen rekentool zet ingevoerde gegevens over verbruik en tunnelkenmerken om in een overzichtelijk paspoort, dat periodiek te actualiseren is. Zo kunnen beheerders zelfstandig hun grootste energieverbruikers herkennen, besparingsmaatregelen verkennen en hun tunnel vergelijken met vergelijkbare referentietunnels.
Een nauwkeuriger en praktischer instrument
Ook de inhoud van het paspoort wordt verrijkt. Energieverbruik wordt voortaan vertaald naar CO₂-uitstoot en joules, zodat het beter aansluit op klimaatdoelen en duurzaamheidsrapportages. Daarnaast laat het paspoort straks concreet zien welke reductie nodig is om een hoger energielabel te behalen, bijvoorbeeld de stap van label C naar B of A. Een benchmark tussen tunnels met vergelijkbare kenmerken geeft een realistischer beeld van prestaties en besparingspotentieel. Een stappenplan helpt beheerders bij de te nemen maatregelen.
Ter ondersteuning worden ook drie businesscases uitgewerkt, waarin energiezuinige oplossingen worden afgezet tegen conventionele alternatieven. Daarin komen onder meer investeringskosten, verwachte besparing, CO₂-reductie, onderhoudskosten en terugverdientijd aan bod: praktische input om kansrijke maatregelen verder te onderzoeken.
Van eenmalig naar structureel hulpmiddel
Met deze drie ontwikkelingen: de tweede versie voor acht wegtunnels, de eerste paspoorten voor vijftien spoortunnels en de zelfbedieningsmogelijkheid via de Tunnel Toolbox, groeit het energiepaspoort in 2026 uit van een eenmalig inzichtinstrument naar een structureel hulpmiddel. Tunnelbeheerders kunnen er straks mee monitoren, benchmarken en gericht sturen op energiebesparing, in plaats van afhankelijk te zijn van losse onderzoeken.