In de kabel en leidingensector is het graafschade-chagrijn voorbij. Er was in 2025 voor het eerst sprake van een kentering in het aantal graafschades (bekijk het volledigde overzicht onderaan de pagina). Tijdens de eerste Graafschadepreventiedag op 17 september in Enschede werden verschillende initiatieven geïntroduceerd of toegelicht waarmee de sector de dalende lijn wil voortzetten. Met op de achtergrond de druk vanuit de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) om zo nodig te handhaven, werkt de sector actief aan verbetering. Samenwerken is daarin de rode draad.
De Graafschadepreventiedag werd georganiseerd door het Kabel en Leidingenoverleg (KLO), de Kennisarena kabels en leidingen en ZoARG (Zorgvuldige Aanleg & Reductie Graafschade). De initiatiefnemers zetten met het programma voor de dag in op een brede aanpak met betrouwbare data, duidelijke afspraken, techniek, gedrag en toezicht, en samenwerking in de hele graafketen. In alles ligt de nadruk op preventie; naar het vooraf risico’s herkennen in plaats van achteraf schade registreren. Vooraf bleek al dat het onderwerp sterk leeft. De beschikbare tweehonderd plaatsen waren snel vergeven en tientallen mensen moesten worden teleurgesteld.
Primeur: Infradossier
De Graafschadepreventiedag had een primeur met de introductie van het Infradossier. Dat is een digitale omgeving waarin partners in de graafketen risico’s, maatregelen en afspraken vastleggen en delen. Met het Infradossier kan men toewerken naar een compleet, overdraagbaar dossier dat voldoet aan de CROW500-richtlijn, de praktische uitwerking van de WIBON (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken), waarin is geregeld hoe netbeheerders en grondroerder informatie moeten uitwisselen. Het Infradossier is een initiatief van het KLO. Via Infradossier.nl is het mogelijk een gratis introductie te regelen en in een half uur te ontdekken wat het in de praktijk kan betekenen.
Verderop in het programma bleek uit de bijdrage van Sophie Keizer van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) dat de WIBON na een evaluatie als doeltreffend is bestempeld. Op basis van de evaluatie en een consultatieronde is een herziening van de WIBON aanstaande. Nieuw daarin is de term ‘netwerk van vitaal belang’, met als belangrijkste element dat opdrachtgevers extra beschermende maatregelen moeten nemen als er sprake is van zo’n netwerk van vitaal belang. Het wetsvoorstel wordt dit najaar voorgelegd aan de Raad van State en kan daarna naar de Tweede Kamer voor besluitvorming. In de tussentijd informeert het ministerie de sector nog over hoe is omgegaan met de inbreng vanuit de consultatieronde.
Eensgezind
De bijeenkomst werd geopend met een kort gesprek met de nieuwe voorzitter van het KLO Matthijs van den Hatert, Marjolein van der Ploeg, programmamanager Kennisarena en Leon olde Scholtenhuis namens ZoARG. Matthijs noemde samenwerking het belangrijkste thema voor de dag én de sector als geheel. Marjolein benadrukte dat de hele keten aan zet is: “Mijn missie is om ervoor te zorgen dat opdrachtgevers beseffen: ‘zorgvuldig graven begint al bij mij’. Léon benadrukte het belang van het ‘omarmen van de jonge generatie en het implementeren van nieuwe research en development’.
Klic-check-graaf
Goed samenwerken betekent dat je elkaar moet kunnen begrijpen. Er werden verschillende initiatieven benoemd die dat proces moeten ondersteunen. Tijdens het plenaire deel is onder de titel ‘Klic-Check-Graaf’ een nieuwe animatie gepresenteerd. Daarin wordt het zorgvuldig graafproces met behulp van KLIC vrijwel zonder woorden in een tekenfilmachtige stijl toegelicht. Grondroerders kunnen deze gebruiken bij hun Toolbox-bijeenkomsten.
Workshops
In de workshopronde konden bezoekers kennismaken met het COB-project Samen zonder schade toegepast. Daarin staat gedrag centraal. In dit door de RDI ondersteunde project wordt in de praktijk onderzocht welke gedragswetenschappelijke interventies kunnen bijdragen aan betere samenwerking. Daarbij ligt de nadruk op overdrachtsmomenten. Het project beoogt een cultuurverandering: Van moeten naar willen. Projectleider Jarko van Bloois (COB) en gedragsdeskundige Mareille de Bloois gingen in gesprek met de zaal.
Rudi Zoet (COB), Hanneke Muller (CROW) en Max Hoffmann (MPT opleiding) namen de bezoekers mee in het belang van risico-inventarisatie, contractafspraken en de RAW- besteksystematiek bij het voorkomen van graafschades. Vanuit de gedachte dat het voorkomen van graafschades al begint in de initiatieffase en van daaruit via de ontwerpfase doorloopt naar de opdrachtverlening, belichtten zij de rol van deze instrumenten.
In een workshop over het toezicht en sanctiebeleid kregen bezoekers meer inzicht in de strategie van de RDI. Eric Kieboom en Dick Broekhuizen (beiden RDI) gaven een toelichting op hoe toezicht op zorgvuldig graven zich ontwikkelt. Met inzicht in actuele aandachtspunten van de toezichthouder werd ook een doorkijkje gegeven naar wat men in de praktijk kan verwachten wanneer graafschadepreventie niet verloopt zoals zou moeten.
Techniek
In verschillende programma-onderdelen stond techniek centraal. Bezoekers konden samen met studenten van de Universiteit Twente het UT FieldLab bezoeken. Dit is een kabel- en leidingenstrook die gebruikt wordt om detectie- en inmeet methoden te verbeteren. Tijdens het bezoek werd ingezoomd op het gebruik van grondradarapparatuur.
In een andere workshop werd ingegaan op het beter vastleggen, delen en hergebruiken van data uit proefsleuven. Faith Tangara (ZoARG) en Rob van Son (COB) belichtten de vorderingen met een datamodel en een prototype database om informatie over ligging van kabels en leidingen bruikbaar te maken voor nieuwe projecten. Beata Henriksson (ZoARG) vertelde meer over haar onderzoek naar technische en organisatorische factoren die een rol spelen bij innovaties op het gebied van sleuftechniek.
Data en digitalisering
Sectorbreed leeft de wens om KLIC-gegevens nauwkeuriger te maken. Ilya Gorbunov (ZoARG) gebruikt proefsleufdata om de werkelijke ligging van kabels en leidingen te kunnen voorspellen. Hij verzamelt informatie over afwijkingen tussen de KLIC-gegevens en de werkelijke ligging die uit proefsleufdata blijkt. Met vooralsnog 1.000 datasets onderzoekt hij of het mogelijk is een model te ontwikkelen dat bruikbare voorspellingen oplevert en kan helpen bij risico-inventarisaties.
De kwaliteit van data over de ligging van kabels en leidingen kwam ook aan de orde in de bijdrage van Marit van Hattem (Liander) en Fuat Akdeniz (Kadaster). Zij praatten de bezoekers bij over de kansen en risico’s om de z-coördinaat toe te voegen, zodat de sector over 3D-informatie kan beschikken.
Aleksandra Bratic (ZoARG) introduceerde de opzet voor een optimalisatiemodel voor ondergronds inrichting en ordening van kabels en leidingen. Met behulp van een ondergrond-ordeningsspel konden bezoekers meedenken over de inrichting van deze tool.
Graafschadevoorspeller
Enexis, Liander en Stedin werken aan een gezamenlijke aanpak om graafschaderisico’s eerder en eenduidiger te herkennen. De drie organisaties hebben ieder hun eigen systeem zo bleek uit de presentatie van Dirk Koster (Enexis) en Tom Stigter (Alliander). Zij hebben hetzelfde doel, namelijk het kunnen prioriteren van risico’s bij graafmeldingen. Vanuit de gedachte dat de behoefte aan voorspelbaarheid universeel is, willen zij werken naar een landelijke graafschadevoorspeller in 2030. Dit zou betekenen dat de risico’s op graafschade overal met behulp van dezelfde systematiek gemeten worden. Op basis daarvan kan betere afstemming met aannemers plaatsvinden.
Overzicht graafschades 2025. Bron: RDI