Tussen 2004 en 2013 is het Rijksmuseum in Amsterdam grondig verbouwd en gerenoveerd. Een van de opmerkelijke wijzigingen is de toevoeging van een groot, verdiept ondergronds plein ter plekke van de twee oorspronkelijke binnenplaatsen.

De fietserpassage werd opgevijzeld om de oude funderingskolommen te vervangen. (Foto: BAM Civiel Noordwest/Jane van Raaphorst)

Achtergrond

Het Amsterdamse Rijksmuseum is ontworpen door architect Pierre Cuypers en werd in 1885 in gebruik genomen. Meer dan honderd jaar later was het monumentale pand toe aan een grondige opknapbeurt, waarbij het grotendeels terugbrengen van de oorspronkelijke staat een belangrijk doel was. Voor de renovatie werd in 2000 een internationale prijsvraag uitgeschreven, die werd gewonnen door de Spaanse architecten Cruz en Ortiz. Hun plan voorzag in het verplaatsen van de hoofdingang van het museum van de twee kleine torens aan de Stadhouderskade naar de onderdoorgang van het museum, de zogeheten passage. Voor de nieuwe ingang ontwierpen de architecten een ondergronds plein ter plekke van de twee binnenplaatsen. Onder dit plein zijn kelders gemaakt voor onder andere vergaderruimten, een auditorium en een keuken.

Aanpak

Om beide verdiepte binnenplaatsen met elkaar te verbinden, is de kelder onder de passage geopend. In deze kelder waren in de jaren zestig van de vorige eeuw de oorspronkelijke kolommen verzwaard tot omvangrijke vierkante betonnen poeren van drie bij drie meter. Deze betonnen kolossen belemmerden een ruime doorgang. Daarom zijn 24 van deze poeren vervangen door slanke betonnen kolommen. Voor het slopen van de poeren en het aanbrengen van de nieuwe kolommen was het nodig om de belasting van het bestaande gebouw tijdelijke af te dragen naar een hulpconstructie. Daarbij gold dat dit uiterst zorgvuldig moest gebeuren om te voorkomen dat het 120 jaar oude metselwerk van het museum zou beschadigen.

Rond elke kolom is een stalen frame gebouwd dat zijn krachten afdroeg naar tijdelijke buispalen. Op het frame zijn vijzels geplaatst. Deze ondersteunden stalen balken die door de poeren waren aangebracht. Aangezien de vloer van de passage – die zorgde voor de horizontale stabiliteit – werd verwijderd, is een stalen stabiliteitsframe tussen de bovengelegen metselkolommen gemaakt. Door de vijzels gecontroleerd en stapsgewijs iets op te draaien kon de belasting geleidelijk worden overgebracht naar het draagframe. Vervolgens zijn de poeren gesloopt en de nieuwe kolommen gemaakt. Daarna is de gebouwbelasting weer teruggebracht naar de oorspronkelijke fundering en is een nieuwe passagevloer gemaakt.

Bouwputten

Voor het verdiepte plein en de onderliggende kelders zijn bouwputten gemaakt. Ook dit vereiste uiterste zorgvuldigheid, omdat gewerkt moest worden pal naast de oorspronkelijke fundering van het museum die bestaat uit circa achtduizend houten palen van twaalf tot zestien meter lang. Vooraf is uitgebreid onderzoek gedaan naar de actuele toestand van de houten palen en hun draagvermogen. Toen bleek dat de fundering nog steeds voldeed, zijn stalen damwanden gedrukt en trekpalen aangebracht voor de nieuwe kelderconstructie. Vervolgens is de grond tot circa anderhalve meter onder NAP droog ontgraven, waarna een stempelraam is aangebracht. De resterende grond is nat ontgraven tot zeven meter onder NAP. Daarna is een vloer van onderwaterbeton gestort, is de bouwput drooggepompt en is de kelder gebouwd.

Voorzorgsmaatregelen

Om te voorkomen dat er door de bouwwerkzaamheden schade zou ontstaan, is al het werk uitgebreid gemonitord en zijn de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen. Zo is er een tijdelijk infiltratie- en drainagesysteem gebruikt om de grondwaterstand op peil te houden, zodat de houten funderingspalen niet aangetast werden door paalrot. Tussen de nieuwe bouwdelen en de bestaande delen zijn dilatatievoegen gemaakt. Hiervoor is gekozen omdat door de grootschalige verbouwing de gewichtsverdeling van het bestaande gebouw is veranderd. Hierdoor kan de fundering onder het oude deel iets gaan bewegen, terwijl de nieuwe kelders en tunnels nauwelijks zullen zetten doordat ze op een moderne fundering staan.

Naast de bouw van de nieuwe ondergrondse delen en het vervangen van de poeren door slanke kolommen zijn er tijdens de renovatie van het museum ook andere ingewikkelde werken in de ondergrond uitgevoerd. Voor de luchtverversing is rond het museum een tunnel aangelegd die verschillende nieuwe kelders met luchtbehandelingskasten met elkaar verbindt. Vanuit deze tunnel zijn tussen de bestaande fundering door leidingen naar de verschillende delen van het museum geboord met een micro-tunnellingboor.