Informatie-uitwisseling ondergrondse objecten - COB

Informatie-uitwisseling ondergrondse objecten

Dit project verkent of het wenselijk en haalbaar is om liggingsgegevens van ondergrondse objecten anders dan kabels en leidingen structureel uit te wisselen, en welke route daarvoor het meest kansrijk is. De ondergrond raakt steeds voller. Naast kabels en leidingen liggen er infiltratiekratten en -riolen, wadi’s en waterbergingen, boombunkers en wortelgeleidingssystemen, WKO-installaties, ondergrondse afvalcontainers, lichtgewicht funderingen van EPS of schuimbeton, verankeringen en achtergebleven constructies. Wie wil weten waar die objecten precies liggen, staat vaak met lege handen. Voor kabels en leidingen is die informatie via KLIC beschikbaar; voor de meeste andere ondergrondse objecten bestaat geen vergelijkbare uitwisseling.

Aanleiding

Wie in de grond werkt, stuit steeds vaker op objecten waarvan de ligging niet vindbaar is vastgelegd. Dat leidt tot schade, vertraging, faalkosten en hinder. En het bemoeilijkt de grote maatschappelijke opgaven waar de ondergrond een rol in speelt: klimaatadaptatie, de energietransitie en de bouw van extra woningen.

Voor kabels en leidingen geldt via de WIBON een registratie- en ontsluitingsplicht, met KLIC als informatievoorziening. Grondwatermonitoringsputten zijn te vinden in de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Voor andere ondergrondse objecten ontbreekt zo’n regeling. Het informatiemodel IMKL en KLIC bieden weliswaar de mogelijkheid om via de laag ‘Extra geometrie’ ook andere objecten mee te leveren, maar die laag wordt zelden gevuld, wordt als omslachtig ervaren en staat in KLIC-viewers standaard uit. Bovendien kennen veel belanghebbenden deze mogelijkheid niet. Dat komt mede doordat KLIC is ingericht op het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen, en minder aansluit op de informatiebehoefte rond andere ondergrondse objecten.

De sector wil hier iets aan doen. Een LinkedIn-bericht van Stichting RIONED over het ontbreken van registratie leidde tot tientallen reacties van gemeenten, netbeheerders, adviseurs en grondroerders, die het probleem herkenden en praktijkvoorbeelden van schade deelden. Een duidelijke wens daarbij: geen nieuw registratiesysteem optuigen, maar aansluiten bij bestaande stelsels zoals de BRO of WIBON/KLIC. Ook eerder onderzoek naar kabels en leidingen in relatie tot bodemdaling leverde de wens op om beter vast te leggen waar lichtgewicht funderingsconstructies liggen, onder meer om hun zettingsgedrag te monitoren. Netbeheerder Liander benaderde het COB vanwege terugkerende schadegevallen.

Tijdens een COB-bijeenkomst over graafschadepreventie legde Stichting RIONED de vijftig aanwezigen een aantal stellingen voor. Negen op de tien herkenden het probleem dat niet-geregistreerde objecten werkzaamheden in de ondergrond belemmeren en 80 procent vond het WIBON/KLIC-stelsel geschikt voor de uitwisseling van gegevens over deze objecten. Slechts 5 procent vond de huidige mogelijkheid via ‘Extra geometrie’ voldoende.

Ook voor het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en voor assetbeheerders is goede registratie van belang. Om de voortgang van klimaatadaptatie te volgen, moeten voorzieningen niet alleen ruimte krijgen in de ondergrond, maar ook goed worden vastgelegd, blijven functioneren en worden beschermd tegen graafschade.

Doelstelling

Het project onderzoekt of het maatschappelijk wenselijk en juridisch en technisch haalbaar is om liggingsgegevens van ondergrondse objecten, anders dan kabels en leidingen, structureel uit te wisselen. Daarbij staan de volgende vragen centraal:

  • Hoe vaak gaat het mis? We brengen casussen in kaart en maken een eerste schatting van de omvang van schade, hinder en faalkosten.
  • Welke objecten en gegevens zijn relevant? Welke objecttypen zijn er, wie beheert ze, welke gegevens zijn nodig (zoals ligging, diepte, materiaal en aanlegjaar) en hoe sluit dat aan op bestaande informatiemodellen als IMKL, GWSW, IMBOR en IMBRO?
  • Is het per objecttype haalbaar en wenselijk? Denk aan gevoelige informatie over kritieke infrastructuur, vragen over particulier terrein en aansprakelijkheid, en de verhouding tussen kosten en baten.
  • Welke implementatieroutes zijn er? Bijvoorbeeld via de BRO, via KLIC/WIBON, via PDOK (Publieke Dienstverlening Op de Kaart) of een combinatie; als groeimodel of als wettelijke verplichting; als open data of afgeschermd.
  • Wat kost het en wat levert het op? Een businesscase met kosten en baten, en een financieel plan voor een vervolgfase.
  • Is de benodigde brondata al beschikbaar? En waar schieten registratieprocessen, revisieverwerking en informatiestandaarden nu tekort?
  • Hoe is het eigenaarschap geregeld? Wie is verantwoordelijk voor systeem, gegevens en bronhouderschap, en welke landelijke regie is nodig?

Het eindresultaat is een gedragen adviesrapport dat onderbouwd antwoord geeft op de vraag óf, voor welke objecttypen en langs welke route informatie-uitwisseling georganiseerd moet worden. Het rapport bevat een afwegingskader in de vorm van een stroomschema en vormt het gezamenlijke vertrekpunt voor een besluit over een vervolg. Betere informatie-uitwisseling kan graafschade, faalkosten en hinder verminderen, bijdragen aan een goede uitvoering van maatschappelijke opgaven en de levensduur van ondergrondse voorzieningen verlengen.

Aanpak

Het project is een gezamenlijk initiatief van de Kennisarena kabels en leidingen, Stichting RIONED, het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen (KBF) en Rijkswaterstaat/ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De vier initiatiefnemers financieren het project gezamenlijk en vormen samen de begeleidingsgroep.

Het onderzoek start met bureauonderzoek naar bestaande stelsels, informatiemodellen en eerdere onderzoeken. Via de netwerken van het COB, Stichting RIONED, KBF, het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL), Stichting Mijn Aansluiting en Bouwend Nederland zetten we een enquête uit onder beheerders, grondroerders en initiatiefnemers. Daarnaast verzamelen we via interviews tien tot vijftien praktijkcasussen, waar mogelijk met schadekosten, hersteltijd en veroorzaakte hinder.

In werksessies met een expertteam en genodigden werken we de objecttypen en implementatiescenario’s uit. Over de technische en juridische haalbaarheid van de scenario’s consulteren we de stelselhouders, waaronder het Kadaster, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Geonovum.

Voor het expertteam zoeken we deelnemers van onder meer gemeenten (waaronder slappe-bodemgemeenten), waterschappen, provincies, netbeheerders, aannemers, Kadaster, BZK, Rijksvastgoedbedrijf, Geonovum, advies- en ingenieursbureaus en leveranciers van infiltratie- en funderingssystemen.

Het conceptadvies wordt in een reviewronde voorgelegd aan het expertteam en de begeleidingsgroep; de feedback wordt verwerkt in het definitieve rapport. De resultaten worden ook verwerkt in een paragraaf voor een Kennisarena-groeiboek.

Projectleider gezocht (vacature)

Voor dit project zoekt het COB een projectleider. Bekijk de vacature ‘projectleider informatie-uitwisseling ondergrondse objecten’. Alleen medewerkers van COB-participanten komen voor deze betaalde functie in aanmerking.

Deelnemers

Stichting Mijn Aansluiting

Stichting Mijn Aansluiting

VIANEN

1
Laden...
Stichting Mijn Aansluiting

Wouter Westerlaken

Coordinator

Stichting Mijn Aansluiting
Laden...

Meer weten of deelnemen?

De coordinator is Wouter Westerlaken. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mylène.faas@cob.nl of met het COB kantoor via 085 – 4862 410.

COB AI