Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Oprupsen toeritmoten

Algemene informatie

Auteur Jan Kloosterman
Uitgever COB
Uitgavedatum 22 2026
Gepubliceerd 22 mei 2026

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

Voor een aantal tunnels en onderdoorgangen is duidelijk geworden dat mootvoegen tijdens de levensduur onvoldoende aandacht en onderhoud hebben gehad. Daardoor is de technische restlevensduur van de waterkerende profielen en eventueel aanwezige paalfunderingen, mogelijk verkort en is voortijdig onderhoud noodzakelijk. De belangrijkste veroorzaker van de verkorte restlevensduur van mootvoegen is gelegen in het zogenaamde oprupseffect. Omdat hier onvoldoende kennis over beschikbaar is, geeft dit rapport een overzicht van de onderzoeken die nodig zijn om extra kennis op te doen over...

Voor een aantal tunnels en onderdoorgangen is duidelijk geworden dat mootvoegen tijdens de levensduur onvoldoende aandacht en onderhoud hebben gehad. Daardoor is de technische restlevensduur van de waterkerende profielen en eventueel aanwezige
paalfunderingen, mogelijk verkort en is voortijdig onderhoud noodzakelijk. De belangrijkste veroorzaker van de verkorte restlevensduur van mootvoegen is gelegen in het zogenaamde oprupseffect. Omdat hier onvoldoende kennis over beschikbaar is, geeft dit rapport een overzicht van de onderzoeken die nodig zijn om extra kennis op te doen over de oorzaak en het verloop van het oprupsproces. Op basis hiervan is een betere beheer- en onderhoudsstrategie te formuleren en gerichte oplossingen voor te stellen. Dit om de levensduur van de moten te maximaliseren en de integriteit van de constructie te waarborgen. Het rapport geeft aan dat een start moet worden gemaakt met de analyse van bestaande data die betrekking heeft op de verschillende factoren die (mogelijk) een bijdrage leveren aan het oprupseffect. Het gaat daarbij enerzijds om externe factoren (waaronder temperatuur, luchtvochtigheid en gronddruk) als het voeg- en funderingsontwerp zelf waarin onderwerpen als profiel, voegafdekking, voegvulling en eventuele paalfundering een rol spelen. ook factoren als leeftijd en materiaalgebruik worden meegenomen. De invloedsfactoren moeten worden gekoppeld aan de vraag of er überhaupt sprake is van oprupsen en zo ja met welke snelheid dit proces verloopt en of dit verloop lineair is (verwacht) of niet. Er wordt een overzicht gegeven van de informatie die verzameld moet worden met daarbij suggesties voor de documenten die hiervoor zijn te gebruiken; aangevuld met mogelijke interviews met tunnelbeheerders. Tot slot wordt een voorstel gedaan voor praktijkproeven om de hoeveelheid data verder uit te breiden en een voorstel voor maatregelen die
oprupsen mogelijk vertragen of zelfs voorkomen.

Gerelateerde documenten

Metingen snijtanden eerste tunnelbuis
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Metingen snijtanden eerste tunnelbuis

Auteurs:
B.M. Berkhout
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 17 februari 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Het snijrad van de tunnelboormachine is uitgerust met 31 snijtanden (exclusief 2 overcutters). Om slijtage te kunnen vaststellen zijn snijtanden op zes verschillende posities aan metingen onderworpen. Bij het boren van de eerste tunnelbuis is gebruik gemaakt van 2 sets snijtanden. Dit rapport bevat resultaten van alle metingen aan de 2x6 snijtanden. Deze resultaten worden geëvalueerd en vergeleken met de eerder gedane predicties.

Bekijk document
Westerschelde oeververbinding – eindrapportage werkgroep ontwerp
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Westerschelde oeververbinding – eindrapportage werkgroep ontwerp

Auteurs:
P. Schüller
Uitgever: Bouwdienst Rijkswaterstaat
Uitgave: 1 oktober 1992 | Geüpload op: 1 mei 2016

Eindrapportage waarin verschillende voorontwerpen voor een Westerschelde oeververbinding worden besproken.

Bekijk document
K100 – Praktijkonderzoek boortunnels  – Ringdeformaties in relatie tot de 2e orde
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Praktijkonderzoek boortunnels – Ringdeformaties in relatie tot de 2e orde

Auteurs:
R.J. van Beek
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 1 december 1995 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het kader van het CUR/COB K100, is een predictie uitgevoerd naar de grootte van de 2de orde effecten bij boortunnels. Deze studie is uitgevoerd wegens onvoldoende beschikbare kennis omtrent 2de orde effecten ten gevolge van deformaties van de tunnelconstructie. Deze effecten kunnen een rol spelen met betrekking tot instabiliteit, ongeoorloofde deformaties en rotaties en de krachtswerking.

Bekijk document
Westerschelde oeververbinding – ontwerptekeningen voorontwerp en prijsaanbieding
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Westerschelde oeververbinding – ontwerptekeningen voorontwerp en prijsaanbieding

Auteurs:
-
Uitgever: Provincie Zeeland - Directie Milieu en Waterstaat
Uitgave: december 1992 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document bevat tekeningen van de Westerschelde oeververbinding.

Bekijk document
Basisovereenkomst uitvoering Willemsspoortunnel met voorzieningen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Basisovereenkomst uitvoering Willemsspoortunnel met voorzieningen

Auteurs:
NB
Uitgever: -
Uitgave: 20 november 1985 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document bevat de basisovereenkomst over de bouw van de Willemsspoortunnel in Rotterdam tussen de NS en Kombinatie Willemsspoortunnel (KWT).

Bekijk document
K100 – Presentatie TBM metingen – Eerste passage meetveld Noord
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Presentatie TBM metingen – Eerste passage meetveld Noord

Auteurs:
Ir. M.L. Post
Uitgever: Fugro ingenieursbureau
Uitgave: 10 juli 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport beschrijft de verwerking van de metingen aan de Tunnel Boormachine (TBM) bij het boren van de Tweede Heinenoordtunnel. Dit eerste rapport in een serie van zes beschrijft de verwerking van de metingen tijdens de eerste passage van het Meetveld Noord.

Bekijk document
COB AI