Techniek
Coen Vergeer, BV/BMS opleidingen
TECHNIEK
Probabilistisch bepalen van de maximale segmentlengte van afzinktunnelelementen
Bij afzinktunnels worden krachten tussen opeenvolgende tunnelelementen overgedragen via tandverbindingen. De maatgevende belasting in deze verbindingen wordt sterk beïnvloed door ruimtelijke variatie in de ondergrond: niet zozeer de gemiddelde beddingstijfheid, maar de schaal en het patroon waarmee die stijfheid langs het tracé fluctueert. In dit onderzoek is gekwantificeerd wat bodemvariabiliteit betekent voor de optredende tandschuifkrachten en voor de maximaal verantwoorde segmentlengte bij gevolgklasse CC3.
De aanpak combineert een probabilistische beschrijving van de beddingstijfheid als ruimtelijk gecorreleerd veld met Monte Carlo-simulaties, ondersteund door drie parallelle methoden: de deterministische ROK-systematiek, een probabilistische stijve-plaatmethode en een 3D-eindige-elementenmodel. De weerstandzijde is uitgewerkt met een staafwerkmodel en getoetst op UGT en BGT. De resultaten laten zien dat de ongunstigste situatie optreedt wanneer de covariantielengte in dezelfde orde ligt als de segmentlengte. Voor de beschouwde casus resulteert dit in een verantwoorde segmentlengte tussen circa 17 m (conservatief) en 31,5 m (3D-EEM). Projectspecifieke onderbouwing van bodemstatistiek blijft essentieel om segmentlengten verantwoord vast te stellen.
Naar de scriptie
Lynette Haskel, TU Eindhoven
TECHNIEK
The Influence of Trust and Transparency as a Predictor for Successful Digital Twin Implementation for Infrastructure Asset Management
Assetmanagers van civiele constructies zoals tunnels en bruggen staan voor een dubbele uitdaging: omvangrijke renovatieopgaven uitvoeren met beperkte financiële middelen. AI-gedreven beslissingsondersteunende systemen bieden kansen om dit efficiënter te maken, maar kennen in de praktijk een beperkte adoptie, omdat de besluitvormingslogica voor gebruikers vaak moeilijk te doorgronden is.
Dit onderzoek analyseerde hoe vertrouwen in AI en transparantie van het systeem de adoptie van zulke systemen binnen assetmanagement beïnvloeden, en welke ontwerprichtlijnen voor dashboardinterfaces daaraan kunnen bijdragen. De conclusie is helder: systeemtransparantie vergroot het vertrouwen van beslissers in de onderhoud-suggesties van een AI-systeem, en dat vertrouwen is vervolgens bepalend voor de bereidheid om het systeem ook daadwerkelijk in te zetten bij definitieve besluitvorming.
Naar de scriptie
Frank Risseeuw, Universiteit Twente
TECHNIEK
Development of a Decision Support System for Modelling the Spatial Impact of Interrelated Socio-Technical Challenges
Nederlandse gemeenten staan voor meerdere sectorale opgaven — elektrificatie, warmtetransitie, klimaatadaptatie — die elk grote ruimtelijke claims leggen op de openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds. Deze opgaven worden echter beheerd door verschillende afdelingen, waardoor een integraal overzicht ontbreekt. Zonder dat overzicht kunnen besluitvormers geen onderbouwde afwegingen maken over prioritering: wie het eerst komt, wie het eerst maalt.
Frank Risseeuw (University of Twente) ontwikkelde een Decision Support System dat de ruimtelijke impact van onderling samenhangende sectorale opgaven modelleert via beslisregels en scenario’s. De tool visualiseert de complexiteit en samenhang van opgaven en ondersteunt besluitvormers bij het gezamenlijk prioriteren. Uit validatie blijkt dat ruimtelijke haalbaarheid nog onvoldoende wordt meegenomen in strategische en tactische besluitvorming, en dat de tool zijn meerwaarde heeft als onderdeel van een breder, integraal programmeerproces.
Naar de scriptie
Oliver van Tilt, TU Delft
TECHNIEK
Modelling Single Pile Behaviour Adjacent to a Deep Excavation, The creation of a method for the geotechnical design of piles adjacent to a deep excavation
Bij bouwputten veranderen de effectieve spanningen in de omliggende grond, wat kan leiden tot verlies van schacht- en puntweerstand en tot negatieve kleef bij nabijgelegen funderingspalen. Hoewel dit in de praktijk regelmatig voorkomt, ontbreekt een praktisch toepasbare ontwerpmethode die deze effecten systematisch in kaart brengt.
Olivier Van Tilt (TU Delft) ontwikkelde op basis van een gekalibreerd PLAXIS 3D-model en een parametrische studie een vereenvoudigde ontwerpmethode voor palen nabij een bouwput. De methode werkt met twee invloedszones — afgeleid uit de geometrie van de bouwkuip — en bijbehorende reductiefactoren voor schacht- en puntweerstand. Daarmee kunnen geotechnisch ingenieurs het draagkrachtverlies snel inschatten, zonder een volledige 3D-berekening te hoeven uitvoeren.
Naar de scriptie
Femke Morsink, Universiteit Twente
TECHNIEK
Leadership and employee reactions to Industry 4.0 technologies: A qualitative single case study on GIS implementation in the underground infrastructure sector.
De ondergrondse infrastructuursector digitaliseert in hoog tempo. De Siers Groep, een Nederlands bedrijf gespecialiseerd in de aanleg van kabels en leidingen, implementeerde een Geographic Information System (GIS) waarmee monteurs meetgegevens voortaan zelf digitaal vastleggen in het veld — direct zichtbaar voor de hele organisatie. Zo’n transitie verandert niet alleen werkprocessen, maar raakt ook direct aan de dagelijkse realiteit van medewerkers: rollen verschuiven, verantwoordelijkheden veranderen en sommige functies verdwijnen gedeeltelijk.
Via zeventien kwalitatieve interviews met medewerkers en leidinggevenden is onderzocht hoe medewerkers reageren op de invoering van GIS en welke factoren die reacties beïnvloeden. Het resultaat is een conceptueel model dat laat zien hoe cognitieve, technologische, affectieve en gedragsmatige reacties samenhangen, en hoe leiderschap, communicatie, teamsupport, implementatiepace en individuele kenmerken als leeftijd en werkervaring samen bepalen of een digitale transitie slaagt — en wat een organisatie nodig heeft om die transitie toekomstbestendig te borgen.
Naar de scriptie
Stevin van Brussel, TU Delft
TECHNIEK
An analysis of tension pile foundations for immersed tunnels
Het bezwijken van trekpalen door spanningscorrosie kan leiden tot het opdrijven van tunnelelementen, zoals eerder is gebleken bij de Prinses Margriettunnel. Om de risico’s van dit faalmechanisme in kaart te brengen, is er onderzoek gedaan naar zowel de ontwikkeling van spanningscorrosie in trekpalen als de invloed van het bezwijken van de palen op de verticale stabiliteit van de tunnel.
Met de Heinenoordtunnel als casestudy is een numeriek model (EEM) opgezet en gekoppeld aan een geautomatiseerde Monte-Carlo analyse in Python. Door simulaties uit te voeren waar de trekpalen per simulatie in een verschillende volgorde bezwijken, is het gedrag van de kritische tunnelelementen ten gevolge van de spanningscorrosie gemodelleerd.
Met behulp van de resultaten uit de modellering en statistische analyses zijn onderbouwde signaalwaarden voor monitoring van het faalmechanisme bepaald. Hiermee kunnen risico’s op tijd worden gesignaleerd en monitoringsplannen beter worden onderbouwd.
Naar de scriptie
Gijs Hendrickx, TU Delft
TECHNIEK
Data driven forecasting of dynamic cable loads for tunnel immersion operations
Het afzinken van een tunnel element is onderdeel van de bouw van een zinktunnel. Het element wordt via verticale kabels naar de bodem afgezonken, waarbij de kabelkrachten variëren door factoren zoals veranderingen in waterdichtheid en het uitgeven van de kabels. Een voorspelling van deze krachten zou de operatie veiliger en efficiënter maken en de mogelijkheid bieden de operationele momenten te vergroten. In de huidige projecten, worden deze krachten geschat met handberekeningen, OrcaFlex en CFD simulaties. Deze methodes kunnen echter niet leren van gemeten krachten.
Dit onderzoek beantwoord de vraag of machine learning modellen, getraind op de monitoringdata van de Oosterweeltunnel in Antwerpen, deze schatting kunnen verbeteren. Zes afzinkoperaties zijn gefilterd en opgedeeld in een statische en dynamische component. De statische krachten zijn gemodelleerd met multivariate regressie (MVR) en een multilayer perceptron (MLP). De dynamische krachten met een long short term memory netwerk (LSTM) en een Fourier neural operator (FNO). Vergeleken met de traditionele methode presteerden de modellen beter (statisch: R² van 0,33 naar 0,92; dynamisch: R² van -0.33 naar 0,44), al blijven de piekamplitudes onderschat. Daarnaast toonde de data analysis aan dat de oscillatieperiode van het systeem af neemt tijdens het afzinken en weer toe neemt bij de bodem, dit is het gevolg van diepteafhankelijke toegevoegde massa.
Naar de scriptie
Ruimtelijke kwaliteit
Xinrui Zhang, TU Delft
RUIMTELIJKE KWALITEIT
Underground Uchronia: Reviving urban underground voids as temporal public space
De ondergrond wordt van oudsher beschouwd als de verwaarloosde tegenhanger van het maaiveld: onzichtbaar en belast met de vraagstukken die de stad liever niet ziet. Dit afstudeerproject herdenkt het potentieel van ondergrondse ruimtes vanuit het perspectief van tijd, waarbij tijd en ruimte op een bijzondere manier verweven raken.
Vanuit die invalshoek wordt een verschuiving voorgesteld van plaatsgebonden naar tijdsgebonden ontwerp. Het resultaat is een manifest voor het transformeren van stedelijke leegte naar een netwerk van onderling verbonden ondergrondse ruimtes — een Urban Uchronia — dat ruimte biedt aan informeel gebruik en een alternatief tijdsbesef. Dit voorstel is getoetst in de ontwerpopgave door een verlaten ondergrondse parkeergarage in Madrid om te vormen tot een levendig kunstcentrum, als illustratie van hoe tijd als ontwerpinstrument nieuwe perspectieven biedt voor het herdenken van ondergrondse ruimtes in stedelijke context.
Naar de scriptie
Steven Keemers, Universiteit Twente
RUIMTELIJKE KWALITEIT
Excavation regulation compliance in the Netherlands: an institutional logics perspective
Graafschade blijft een hardnekkig probleem in Nederland, ondanks regelgeving zoals de WIBON en de CROW 500-richtlijn. Dit onderzoek analyseert de naleving van graafregels vanuit het perspectief van verschillende belangengroepen in de graafketen, en stelt vast dat drie institutionele logica’s — Productie, Professionaliteit en Toerekenbaarheid — die naleving sturen. Soms versterken ze elkaar, maar soms werken ze elkaar juist tegen en vergroten ze risicovol gedrag.
De kernboodschap is dat naleving niet simpelweg neerkomt op het rationeel volgen van regels: het is een sociaal geconstrueerd proces, gevormd door context en door concurrerende belangen. Het begrijpen van en werken met deze logica’s biedt een concreet perspectief om graafschades verder terug te dringen — wat met de energietransitie in het vooruitzicht urgenter is dan ooit.
Naar de scriptie
Joren Maetens, Avans + nu Habeo+
RUIMTELIJKE KWALITEIT
Kunnen We Een Symbiose Creëren Tussen Fiets – En Leidinginfrastructuur
De ondergrond in het havengebied van Antwerpen-Brugge is een druk en complex landschap. Dit onderzoek verkent een slimme symbiose tussen fietsinfrastructuur en pijpleidingen: via ontwerpend onderzoek en een participatieve aanpak werden uiteenlopende stakeholders samengebracht om kansen en risico’s gezamenlijk te vertalen naar concrete oplossingen.
Het resultaat is een innovatief ontwerp waarbij een verhoogd fietspad boven bestaande leidingen wordt geïntegreerd — met meer veiligheid en zichtbaarheid voor fietsers, en beperkte risico’s tijdens de uitvoering. De studie toont aan dat pijpleidingen geen geïsoleerde systemen zijn, maar een volwaardige plaats verdienen in de bredere ruimtelijke ontwikkeling. Door stakeholders vroeg te betrekken en visueel te ondersteunen ontstonden gedragen oplossingen: een win-win voor mobiliteit én energie-infrastructuur.
Maria Luisa Tarozzo Kawasaki, TU Delft
RUIMTELIJKE KWALITEIT
Common Ground: Bridging Subsurface Information Models and Climate Adaptation Design
Nederland moet in 2050 klimaatbestendig zijn, wat vraagt om ruimtelijke ingrepen zoals ondergrondse waterberging en natuurlijke bodeminfiltrage. Hoewel er rijke ondergrondse data beschikbaar zijn, blijven bestaande modellen zwaar onderbenut door stedenbouwkundigen — door technologische silo’s, gebrek aan standaardisatie en semantische barrières. Dit afstudeeronderzoek (een dubbele master Geomatics en Urbanism) introduceert een datagedreven methode om ondergrondse informatie direct te integreren in bovengrondse stedelijke planning.
Daartoe zijn bestaande Nederlandse klimaatadaptatierichtlijnen geëvalueerd om specifieke ondergrondse data-eisen — zoals draagkracht en doorlatendheid van de bodem — te identificeren en te koppelen aan beschikbare datasets. Dit resulteerde in CLIMACAT: een praktische webapplicatie die bestaande Nederlandse ondergrondmodellen verbindt met ontwerpinterventies voor klimaatadaptatie. Door geologische modellen te vertalen naar gestandaardiseerde ontwerpparameters, maakt het project de ondergrond tot een toegankelijke en volwaardige dimensie van de ruimtelijke planning.
Naar de scriptie
Hanlin Stuer, TU Delft
RUIMTELIJKE KWALITEIT
Think Deep: Idiosyncraticity in Underground Architecture as an Extension of our Urban Fabric
In het dichtbebouwde Farringdon in Londen onderzoekt Think Deep hoe bestaande ondergrondse infrastructuur — metrostations, tunnels en kelders uit zowel het victoriaanse als het moderne tijdperk — kan transformeren van een verborgen technische laag naar een publiek stedelijk netwerk. Het ontwerp activeert deze bestaande ruimtes als een leefbaar netwerk dat naadloos aansluit op het bovengrondse leven, zonder ingrijpende nieuwe graafwerkzaamheden.
Drie principes maken dit mogelijk: daglicht via spiegelsystemen en lichtschachten maakt ondergrondse verblijfsfuncties zoals markten en makerspaces mogelijk; hergebruik gaat vóór nieuwbouw; en een symbiotische relatie tussen onder- en bovengrond — waarbij thermische massa en warmterecuperatie uit metrotunnels de bovengrondse leefbaarheid versterken — zorgt voor wederzijdse meerwaarde. Think Deep toont aan dat de ondergrond niet langer restruimte hoeft te zijn, maar een vanzelfsprekend en ruimtelijk waardevol onderdeel van het stedelijk domein kan vormen.
Naar de scriptie