Trillingshinder door exploitatie van railinfrastructuur

Terug naar kennisbank
  • Document code: T130_R_11_47215
  • Auteur: Klaas Jan Bakker et al.
  • Jaar: 2011

Samenvatting

Als gevolg van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu zal de frequentie van zowel personen- als goederen vervoer toenemen en zullen goederentreinen op andere trajecten gaan rijden. De leefbaarheid rond het spoor moet desondanks op peil blijven. Daarom is op initiatief van ProRail de COB-commissie T130 opgezet, die zoekt naar toepasbare maatregelen om trillingshinder bij het spoor te beperken.

Dit rapport bespreekt het onderzoeksvoorstel dat de commissie in 2011 heeft opgesteld voor aanvullend onderzoek c.q. ontwikkelingen die trillingshinder kunnen beperken. Er zijn vijf hoofdonderdelen:

1. duidelijkheid t.a.v. te volgen procedures.

2. aanscherping van de regelgeving bij trillingsbeoordeling.

3. verbetering van trillingsdiagnose; met drie deelvoorstellen.

4. opstellen van een gevalideerde maatregelcatalogus.

5. inbreng van niet-trillingsfactoren vanuit de gammawetenschappen.

Het projectvoorstel is gebaseerd op een meer diepgaande analyse van de huidige kennis van zaken op het gebied van trillingshinder, waarvoor op deelterreinen de bijdragen van verschillende kennisinstituten (Deltares, TNO en TU Delft) zijn opgesteld. Vanuit Universiteit Leiden werkt professor Pieter Jan Stallen mee aan het onderzoek, vanwege zijn sociaal-psychologische kennis op het gebied van hinder.

Het projectvoorstel is op 3 november 2011 besproken tijdens een workshop van de commissie en de participanten van het COB. Daarbij hebben de workshopdeelnemers hun voorkeur voor de verschillende deelvoorstellen kenbaar gemaakt. Het resultaat van de workshop van is als bijlage opgenomen in het rapport.