Brede coalitie ontwikkelt visie op kennis voor ondergrondse infrastructuur

29 oktober 2026

Te weinig tijd, te weinig geld, te weinig mensen en te weinig ruimte. We hebben een viervoudig tekort bij de opgave voor de ondergrondse infrastructuur. Die tekorten zijn niet eenvoudig weg te werken. Maar we kunnen er met regie en een gedeelde langetermijnvisie wel gericht op anticiperen. Met die opgave voor ogen hebben zeven organisaties de handen ineengeslagen om een gezamenlijke visie op kennis voor ondergrondse infrastructuur te ontwikkelen. Tijdens het Diner van de ­Ondergrond is de Visie op ­kennis voor de ondergrondse infrastructuur officieel gelanceerd.

Het initiatief richt zich op de kabel- en leidingen­infrastructuur voor elektriciteit, gas, water, riolering en data en weg-, spoor- en lightrailtunnels. De zeven organisaties COB, Stichting Mijn Aansluiting, Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen, CROW, Stichting RIONED, Deltares en TU Delft delen de overtuiging dat de opgaven rond ondergrondse infrastructuur vragen om een samenhangende aanpak vanuit de kennisinstituten.

Integraal ondergronds systeem

De ondergrond wordt steeds meer gezien als een volwaardige ruimtelijke laag. Bovengrondse ontwikkelingen als gevolg van verstedelijking, klimaatverandering en de energietransitie vallen samen met een enorme renovatieopgave voor ondergrondse infrastructuur. De ondergrond moet daarom actief geordend en beheerd worden. Zonder efficiënt ondergronds ruimtegebruik zijn de mogelijkheden voor bovengrondse ontwikkelingen beperkt of zelfs onmogelijk. Kortom, het altijd in samenhang beschouwen van onder- en bovengrond voorkomt stilstand in Nederland. Het helpt niet als het belang van de ondergrond steeds vanuit projecten of deelbelangen wordt geagendeerd. Dat is wel het risico. De ondergrondse infrastructuursector omvat een zeer divers gezelschap van eigenaren en enorm veel stakeholders. Er zijn bovendien grote regionale verschillen. En in de niche die de ondergrondse infrastructuur is, vinden we meer superexperts dan mensen die zich richten op samenhang.

Samen puzzelen

We hebben te maken met een ruimtelijke en logistieke puzzel. Bij het oplossen daarvan moeten keuzes worden gemaakt en belangen worden afgewogen. De ruimtelijke ordening van de ondergrond verschuift daarbij van het faciliteren van afzonderlijke objecten naar het sturen op een integraal ondergronds systeem. Daarvoor zijn regie en samenwerking nodig. De kennisinstituten willen daaraan bijdragen. Dit moet leiden tot een toekomstbestendige, waardevolle ondergrondse infrastructuur. Dat overkoepelende doel is vertaald in doel­­-
stellingen op het gebied van waarde, ruimte en robuustheid.

Kennis is de basis

De initiatiefnemers stellen dat afgewogen, integrale besluitvorming nodig is om de complexe ondergrondse puzzel te kunnen leggen. De kennis helpt eigenaren, bestuurders, beleids­makers en beslissers om tot onderbouwde besluiten te komen. Besluitvorming op basis van kennis helpt om te komen tot toekomstgerichte oplossingen en kan voorkomen dat sectorale belangen en maatschappelijke druk tot besluiten leiden op basis van de waan van de dag. De kennis kan fundamenteel zijn, maar zeker ook direct toepasbaar in de praktijk. Het gaat er in de kern om dat kennis ertoe leidt dat de sector de feiten op orde heeft, er op basis van die inzichten handelingsperspectieven ontwikkeld zijn en er voldoende mensen zijn die beide begrijpen en het werk kunnen uitvoeren.

Het initiatief richt zich op de kabel- en leidingen­infrastructuur voor elektriciteit, gas, water, riolering en data en weg-, spoor- en lightrailtunnels. De zeven organisaties COB, Stichting Mijn Aansluiting, Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen, CROW, Stichting RIONED, Deltares en TU Delft delen de overtuiging dat de opgaven rond ondergrondse infrastructuur vragen om een samenhangende aanpak vanuit de kennisinstituten.

Instrumenten

De initiatiefnemers willen voorzien in toegankelijke ­instrumenten die zorgen voor betere onderbouwing
van besluitvorming. In eerste aanleg wordt
aangestuurd op:

  • optimaal afgestemde eigen kennisprogramma’s;
  • een AI-informatieportaal gebaseerd op de betrouw­bare ­kennisbronnen van de aangesloten organisaties;
  • instrumenten voor datagedreven assetmanagement;
  • betrouwbare restlevensduur voorspellende modellen;
  • eenduidige, toegankelijke en toekomstbestendige standaarden en richtlijnen. 

Zo ontstaat voor alle betrokkenen snelle en effectieve toegang tot alle reeds beschikbare kennis en kunnen kennisbudgetten effectiever worden ingezet.

Onder- en bovengrond

Onderliggend bij het initiatief is de noodzaak te beseffen dat we ondergrond en bovengrond als onlosmakelijk geheel moeten gaan zien. De betrokken kennis­organisaties worden dagelijks met deze ­versnipperingsrisico’s geconfronteerd. Niet samenwerken om het samenwerken, maar het zoeken van de verbinding waar dat effectiviteit en efficiency ten goede komt. Ieder vanuit zijn eigen rol en eigen kracht. Een belangrijk uitgangspunt is dat kennis openbaar beschikbaar is. Samenwerking vindt pre-competitief plaats, waarmee wordt voorkomen dat mogelijke commerciële belangen samenwerking in de weg staan.

Waar staan we nu?

De presentatie van de visie op kennis voor ondergrondse infrastructuur tijdens het Diner van de Ondergrond was bedoeld als eerste start. Daarmee zetten de initiatiefnemers nadrukkelijk de deur open voor andere organisaties om aan te haken. De contouren van de gezamenlijke visie op kennis voor ondergrondse infrastructuur laten zien waar de meerwaarde zit. Dat gebeurt op basis van gezamenlijke middellangetermijndoelstellingen tot 2035 en een doorkijkje naar 2045. 

In de periode 2026-2027 gaan de initiatiefnemers de visie op kennis voor ondergrondse infrastructuur uitwerken en voorzien van een organisatorische en financiële onderbouwing. De kern is dat duidelijk wordt welke onderzoeken lopen en waar logische verbanden zijn. Dit helpt betrokken partijen, omdat zichtbaar wordt waar onderzoeken op elkaar aansluiten en waar ervaringen, activiteiten en expertise van anderen van toegevoegde waarde zijn. Daarmee wordt duidelijk: wat kan ik zelf en waar heb ik anderen voor nodig?

Langetermijndoelstellingen 2035-2045

Waarde

  • Assetmanagement is volwassen geworden.
  • We beschikken over uniform ingerichte processen. Opdrachtverstrekking, gegevens- en databeheer, ­gegevensuitwisseling en -overdracht zijn geïntegreerd in geoptimaliseerde beheersystematieken.
  • Mensen, middelen, tijd en geld worden zo efficiënt mogelijk ingezet vanuit total cost of ownership
    versus ­maatschappelijke waarde.
  • Waar effectief, is 75% van al het werk geüniformeerd, gestandaardiseerd en geautomatiseerd.
  • Digitale tweelingen en voorspellende modellen geven asseteigenaren realtime inzicht in de restlevensduur
    van vitale infrastructuur. De vervangingscycli en ondergrondse ordening zijn op elkaar afgestemd.
  • Integrale planafstemming (van strategie tot beheer) tussen eigenaren, overheden en netbeheerders
    vindt structureel plaats. Koppelkansen worden meegewogen.
  • Kennisinstituten ontwikkelen samen betrouwbare beslissingsondersteunende kennis en bieden deze
    (centraal) aan, ondersteund met een ingekaderd AI-kennisplatform.

Ruimte

  • De inrichting van de ondergrond ondersteunt de maatschappelijke beleidsambities.
  • Onder- en bovengrond worden integraal, ­efficiënt en adaptief ontworpen, benut, ­ingericht en onderhouden.
  • Het natuurlijke bodem-ecosysteem lijdt ­minimaal onder de benutting die nodig is voor een leefbare en welvarende bovengrond.
  • Eigenaren, ontwerpers en uitvoerders ­beschikken over de juiste kennis en tools om de complexe ruimtelijke puzzels in de ­openbare ruimte effectief op te lossen.
  • Processen voor beheer, planafstemming, inrichting, regie en vergunningstelsels sluiten volledig en drempelloos op elkaar aan.

Robuustheid

  • De ondergrond is robuust, klimaatadaptief
  • en ­circulair ingericht en wordt zorgvuldig en ­duurzaam aangelegd en onderhouden.
  • In ontwerp, uitvoering en beheer wordt door middel van betrouwbare data en voorspellingsmodellen de interactie tussen assets en de bodemomgeving (bodem, grondwater, stoffen en objecten) meegenomen.
  • Integrale veiligheid (o.a. bouwveiligheid, arbeidsveiligheid, netwerkveiligheid, tunnel­veiligheid) heeft structuur, betekenis, modellen en tools.
  • Asseteigenaren beschikken over de ­juiste ­plannen en tools om de cyberveiligheid en ­fysieke weerbaarheid van hun assets te ­monitoren en te beheersen tijdens extreme ­situaties.

‘We hebben elkaar hard nodig’

“Hoe voorkomen we dat we over dertig of vijftig jaar tegen dezelfde problematiek ­aanlopen?” Met deze hartenkreet sprak Pieter Litjens ­bestuurders en beslissers aan.

Pieter Litjens is directeur van het CROW en sprak namens de gezamenlijke kennisinstellingen. Hij benoemde de druk op de ondergrondse ruimte met voorbeelden van toenemend gebruik van de ondergrond en de onderliggende maatschappelijke opgaven, zoals die ook in de ondersteunende animatie aan de orde kwamen. Er moet nieuwe infrastructuur worden toegevoegd, een opgave die naast de bestaande vervangingsopgave komt.

In de sector bestaat de wens om intensiever samen te werken, concludeerde Pieter Litjens. “De verschillende assets hebben echter ieder hun eigen eigenaar, belangen, technische levensduur, investerings­beslissingen en vervangingscyclus. Keuzes over de openbare ruimte, de bovengrond en de ondergrond worden nog vaak afzonderlijk en vanuit verschillende ­tijdshorizonnen gemaakt. Als we kijken naar de nu al bekende onzekerheden, krijgen we over een paar decennia dan niet weer hetzelfde probleem? En hoe voorkomen we dat?

Maar dat niet alleen. Naast het integraal organiseren ­van de schaarse ruimte, is de vraag hoe we investeringen en vervangingsmomenten beter op elkaar kunnen afstemmen. De gezamenlijke kennis­organisaties pleiten voor een toekomstgerichte manier van ontwerpen, uitvoeren, afstemmen, ordenen en innoveren. Daarbij hebben we alle eigenaren en beheerders van ondergrondse kabels en leidingen hard nodig.”

COB AI