Van object- naar systeemveiligheid

Grote ondergrondse projecten worden nog overwegend gezien als het realiseren van een geïsoleerd object met een eigen budget en tijdsplan, en niet als een systeemaanpassing of -uitbreiding. De componenten in dat systeem voldoen aan alle geldende veiligheidseisen maar veilig gebruik en veilig beheer van het systeem zelf is nog niet optimaal geregeld. Hoe kunnen we dit oplossen?

In Nederland is er sprake van een toenemend beslag op de beschikbare ruimte. Dit resulteert in creatieve architectonische oplossingen waarbij functies onder en boven de grond gecombineerd worden. Meervoudig ruimtegebruik, functiestapeling en verticale functiemenging zijn in dit kader veelgebruikte begrippen. Wat hierbij opvalt, is dat zowel de wetgeving (bv. het Bouwbesluit) als de bouwwereld vooral kijkt naar de eisen die gesteld worden aan de realisatie van elk afzonderlijk object. De objecten zullen dan op zichzelf veilig zijn, maar de interactie van dit object met de omgeving, en uiteraard vice versa, krijgt hierbij minder aandacht. Op het gebied van veiligheid blijven hier wellicht risico’s onderbelicht of kansen onbenut.

Het COB-netwerk is het project van Van object- naar systeemveiligheid gestart om zowel de mogelijke problemen als de kansen die meervoudig ruimtegebruik met zich meebrengt in kaart te brengen. Het uiteindelijke doel van dit project is een handreiking/checklist op te leveren met do’s and don’ts rondom dit thema. In 2020 wordt door middel van vier casussen geprobeerd zicht te krijgen op de overkoepelende aspecten die voor geheel Nederland relevant zijn.

Onderzoeksvragen

Inmiddels zijn er twee onderzoeksvragen geformuleerd:

  1. Hoe maken we een combinatie van bouwwerken veilig?
    Voor ieder gebouwtype bestaat een systematiek om aan te tonen dat een gebouw veilig kan worden gebruikt. Er zijn echter weinig instrumenten beschikbaar en/of verplicht zijn om de (veiligheids)interactie tussen bouwwerken te kunnen beoordelen.
  2. Hoe houden we dit gecombineerde bouwwerk veilig gedurende het gebruik?
    In de projectfase wordt er informatie verzameld over de veiligheidstoestand van een bouwwerk. Tijdens de beheerfase gaat veel van deze kennis weer verloren in de enorme hoeveelheid documenten. Hierdoor hebben beheerders vaak onvoldoende zicht op de veiligheidstoestand van hun object (in relatie tot de omgeving) en ook op de veerkracht die hun object heeft ten aanzien van ‘nieuwe risico’s’.

Plan van aanpak 2020

Met behulp van vier workshops zal aan de hand van concrete projecten door een aantal specialisten geanalyseerd worden wat er ontbreekt aan de integrale veiligheidsafweging bij het realiseren van meervoudig ruimtegebruik (vraag 1). Ook zal gekeken worden wat de invloed is van ‘nieuwe risico’s’ op het systeem en hoe de beheerder grip kan houden op de veiligheidssituatie (vraag 2).

Op donderdag 28 mei 2020 heeft een eerste inleidende workshop met de regio Haaglanden plaatsgevonden. In het gebied rondom Den Haag CS/Utrechtsebaan worden meerdere objecten gerealiseerd in een bestaand, druk stedelijk gebied. Daarmee is het interessant te bekijken of een systeembenadering hier wellicht tot aanvullende inzichten leidt.

Start van het project

Om na te gaan in welke mate het netwerk de vraagstukken deelt en eraan wil meewerken, zijn er gesprekken gevoerd met collega’s uit het netwerk. Deze gesprekken waren oriënterend en de gesprekspartners hebben bijgedragen op persoonlijke titel. Ook heeft er op het COB-congres 2018 een workshop plaatsgevonden.

Op basis van deze eerste verkenning kwamen drie vragen naar voren:

  1. Welke aspecten behoeven aandacht als we gaan kijken naar systeemveiligheid?
    • Meervoudig ruimtegebruik
    • Nieuwe risico’s (bv. nieuwe energiedragers, kunstmatige intelligentie)
    • Gekoppelde infrastructuur bestaande uit verschillende modaliteiten
    • Veilig gebruik
    • Veilig beheer
    • Wet- en regelgeving
  2. Hoe ontwerpen we ‘beter’ en toekomstbestendiger?
    • Nieuwe technieken, inzichten, risico’s
    • Adaptief (geplande wijziging)
    • Veerkrachtig (resilient, respons na een verstoring)
  3. Hoe werken we samen tijdens de gehele levenscyclus van een systeem?

Vanuit deze vragen is nader onderzoek gedaan.