Tunnels renoveren? We moeten het met z’n allen anders gaan doen. Dat is de stellige overtuiging van Ewald van Dorst, die namens MARAK als projectmanager is betrokken bij het Project Tunnelrenovaties Zuid-Holland (PTZ). Tijdens de tunnelplatformbijeenkomst op 18 juni 2026 in Delft stelde hij zich op als ambassadeur voor een andere manier van kijken naar tunnelrenovaties. “We willen meer output en hebben daar minder resources voor beschikbaar. Daarvoor moeten we naar een hoger niveau van standaardisatie.”
Ewald noemt de bouw van de Empire State Building in New York als voorbeeld. De eerste verdieping vergde weken, maar naarmate de toren hoger werd, werd de bouwtijd per verdieping steeds korter. “Elke verdieping was hetzelfde als de vorige. Kunnen we dat repeterend effect ook voor tunnels gebruiken?”, was zijn retorische vraag.
“We willen wel standaardiseren. We hebben bijvoorbeeld de Landelijke Tunnelstandaard (LTS), die vastlegt hoe de wettelijk vastgelegde voorzieningen in een tunnel dienen te functioneren.” Maar zo werkt het in de praktijk dus niet, zo blijkt uit voorbeelden. Ewald: “Voor de Hollandtunnel werden door de LTS 2.175 eisen gesteld. Voor de Noordtunnel zijn dat er 3.020. Conclusie: wat we als standaard benoemen, blijft in de praktijk geen standaard. We willen almaar optimaliseren en voegen nieuwe eisen toe, maar lossen in de praktijk vaak ook problemen op die er niet zijn. Iedereen spreekt uit dat we willen leren van project naar project. Dat is de ambitie. Maar we beginnen elk project toch weer alsof het volledig nieuw is. Waarom willen we installaties ontwerpen, terwijl er bewezen effectieve oplossingen zijn die je zo kunt inpassen? Waarom schrijven we een 150 pagina’s tellend ontwerpdocument voor een installatie die je zo kant-en-klaar kunt bestellen?”
Gluren bij de buren
“Laten we ’s gluren bij de buren. Neem een overweg van ProRail. Wat daarvoor nodig is, is al 25 jaar hetzelfde, tot en met wat de treindienstleider op zijn scherm in de verkeersleidingpost ziet. Het ontwerp is standaard. Er is alleen inpassing nodig vanwege specifieke omstandigheden, zoals het aantal rijbanen en sporen. Voor een wegtunnel vraagt een contract om na gunning dertig plannen op te stellen. Zijn die inderdaad allemaal nodig? Daarin schrappen wil men wel, maar dat blijkt in de praktijk lastig. Zoiets vergt veel lef. Dat geldt ook voor standaardiseren in de engineering. Je moet kunnen accepteren dat iemand anders het al heeft ge-engineerd en dat dat goed genoeg is. Het is een kwestie van vertrouwen in je voorgangers.”
“Kijken we naar de Noordtunnel, dan is de gewenste functionaliteit van de TTI in de basis niet anders dan die voor de Hollandtunnel. Het voorlopig ontwerp (VO) en het definitief ontwerp (DO) zou je daarom eigenlijk zo uit de kast moeten kunnen halen. Wat rest, is inpassing aan zaken die specifiek zijn voor de Noordtunnel.”
Hergebruik als uitgangspunt
“Het uitgangspunt voor PTZ is dat we allereerst kijken naar wat er voor hergebruik in aanmerking komt. We zijn gestart met de LFV’s (logische functievervullers) waarbij 80% hergebruik mogelijk is. Daarmee is de doorlooptijd van een besturingsdocument voor een LFV gereduceerd van vier maanden naar vier weken. We hebben een ‘hergebruikpolitieagent’ die steeds screent op potentiële winst. Daarmee creëren we een cultuurverandering die langzaam leidt tot structurele koerswijziging. Maar, dat is alleen mogelijk onder voorwaarde dat de voorwaarden in de LTS dezelfde blijven. Goed is goed genoeg. Blijf niet optimaliseren, want optimalisatie is de vijand van standaardisatie. Het is zonde van schaarse ingenieursuren die zo hard nodig zijn voor de technische opgave waar Nederland voor staat.”