Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Ruimtelijke concepten ondergronds transport

Algemene informatie

Auteur J. G. S. N. Visser; A. J. M. Vermunt; A. J. van Binsbergen
Uitgever TRAIL Onderzoeksgroep, Delft
Uitgavedatum mei 1998
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Kabels en leidingen

Samenvatting

In deze studie zijn in opdracht van de werkgroep Beleid van de Interdepartementale Projectgroep Ondergronds Transport (IPOT) ruimtelijke concepten voor ondergronds goederentransport uitgewerkt. De uitwerking bestaat uit een specificatie van de concepten ter voorbereiding van de integrale afweging, zoals die door TNO Bouw is uitgevoerd. De volgende concepten zijn uitgewerkt: B4: buisleiding transport in één van de steden van de Randstad B5: buisleiding transport binnen en tussen de vier grote steden van de Randstad (Randstad) B7: idem plùs de belangrijkste...

In deze studie zijn in opdracht van de werkgroep Beleid van de Interdepartementale Projectgroep Ondergronds Transport (IPOT) ruimtelijke concepten voor ondergronds goederentransport uitgewerkt. De uitwerking bestaat uit een specificatie van de concepten ter voorbereiding van de integrale afweging, zoals die door TNO Bouw is uitgevoerd.

De volgende concepten zijn uitgewerkt: B4: buisleiding transport in één van de steden van de Randstad B5: buisleiding transport binnen en tussen de vier grote steden van de Randstad (Randstad) B7: idem plùs de belangrijkste productie- en distributiecentra (Randstad Plus) B8: buisleiding transport in Nederland Concept B8 is uitgewerkt in vier onderdelen, namelijk configuraties met 4, 6, 8 of 14 steden. Daarnaast is een ruimtelijk concept B8-B `fijnmazig buisleiding transport in Nederland’ beschreven, dat uitgaat van een combinatie van fijnmazig netwerk in de stad in combinatie met een bovengrondse modaliteit (weg- of railvervoer) tussen de steden.
Bij de uitwerking is gebruikt gemaakt van de vervoersprognoses voor 2010 en 2020, zoals die door NEA (1997) in opdracht van werkgroep Markt zijn opgesteld. Daarbij zijn prognoses opgesteld voor het vervoer van consumentengoederen in, van en naar de vier grote steden (C1) en in, van en naar de Randstad (C2). Daarnaast zijn prognoses opgesteld voor goederen die mogelijk in standaardlaad- eenheden (pallets of kleinere containers) vervoerd kunnen worden (C3). Concepten B4, B5 en B7 zijn uitgewerkt voor het ondergronds transport van consumentengoederen (C1 en C2). Concept B8 is uitgewerkt voor het vervoer van standaardlaadeenheden (C3).
In de uitwerking is steeds onderscheid gemaakt naar het lokale netwerk, d.w.z. een ondergronds transportnetwerk in de stad en het verbindende netwerk, d.w.z. een transportnetwerk tussen de steden. Het lokale netwerk bestaat uit een of meer overslagpunten aan de rand van de stad, aangeduid met het begrip Logistieke Stadspark (LSP) die via ondergrondse ringen zijn verbonden met lokale terminals, aangeduid met Wijkverdeelcentrum of WDW (wijkdistributiewinkel). Deze WDW’s zijn gevestigd in winkelcentra (ook subcentra en buurtcentra), in grote warenhuizen, nabij winkelstraten en op bedrijventerreinen. Het transport vindt plaats met behulp van individuele, elektrisch voortgedreven voertuigen voor pallets. De maten sluiten aan bij een buisdiameter van ongeveer 2,2 meter.
Het transportsysteem tussen de steden is uitgewerkt in vier varianten, namelijk wegvervoer, Combiroad, railvervoer en vervoer per buis. In deze vier varianten is voor de vergelijkbaarheid steeds uitgegaan van aparte banen. Bij het railvervoer is ervoor gekozen om aan te sluiten bij bestaande ideeën omtrent korte-afstandrailvervoer, namelijk railvervoer met kortere en snellere treinen en snellere overslagsystemen. Het vervoer per buis tussen de steden maakt gebruik van hetzelfde transportsysteem als in de stad. Wel worden de voertuigen gekoppeld tot treinen, dat wil zeggen vier per trein.
Het potentiële vervoersvolume voor ondergronds transport is vastgesteld door NEA (1998) voor het jaar 2010 en 2020. NEA heeft het potentiële vervoersvolume bepaald op basis van de verschijningsvorm van goederen. Daarnaast spelen nog geografische en logistieke criteria. In de berekeningen is dan ook niet uitgegaan van het volledige vervoersvolume dat door NEA is vastgesteld. Er is een inschatting gemaakt van het deel van het potentiële vervoersvolume dat toegedeeld mag worden. Deze toedeling is als volgt: Bij de concepten B4, B5 en B7 is ervoor gekozen om bij de lokale netwerken het volledige vervoersvolume van OT-geschikte goederen toe te delen. Bij het verbindende netwerk is een inschatting gemaakt van het aandeel in het totale vervoersvolume. Bijvoorbeeld: de internationale aan- en afvoer in de Randstad is niet meegenomen. Het vervoer binnen de Randstad is voor 50 procent meegenomen. Het vervoer van en naar de Randstad is voor 0 procent bij B5 Randstad en 10 procent bij B7 Randstad Plus meegenomen. Bij B8 landelijk netwerk zijn de percentages afhankelijk gemaakt van de ligging van een regio ten opzichte van het verbindende netwerk. De volgende toedeling is daarbij gehanteerd.

Gerelateerde documenten

Kansrijke alternatieven voor intelligente en ondergrondse logistieke systemen (ILS/OLS)
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Kansrijke alternatieven voor intelligente en ondergrondse logistieke systemen (ILS/OLS)

Auteurs:
A.J. van Binsbergen, J.G.S.N. Visser
Uitgever: TRAIL Onderzoekschool
Uitgave: maart 2000 | Geüpload op: 1 mei 2016

In deze studie worden alternatieve oplossingen geanalyseerd voor ondergrondse logistieke systemen (OLS) in het kader van het onderzoekprogramma van de Interdepartementale Projectgroep Ondergronds Transport (IPOT).

Bekijk document
Ondergronds Transport, de toekomst in de Rijn/Schelde Delta
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Ondergronds Transport, de toekomst in de Rijn/Schelde Delta

Auteurs:
A. Frentz, M. Snelder
Uitgever: Kamer van Koophandel Rotterdam
Uitgave: 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

In opdracht van de gezamenlijke Kamers van Koophandel in de Rijn/Schelde Delta (hierna: RSD) en van de werkgroep Markt (voortouw bij ministerie van Economische Zaken) van de Interdepartementale Projectorganisatie Ondergronds Transport (hierna: IPOT), heeft de Kamer van Koophandel Rotterdam de visie van het bedrijfsleven en van een aantal overheden in het RSD-gebied over ondergronds transport nu en in de toekomst onderzocht.

Bekijk document
Raildistributie
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Raildistributie

Auteurs:
Drs J. Katgerman
Uitgever: RUPS
Uitgave: - | Geüpload op: 1 mei 2016

De bereikbaarheid van de (binnen)steden voor zowel personen als goederen, is een veel besproken onderwerp. Lokaal, regionaal, nationaal en internationaal worden initiatieven ontplooid en studies verricht om deze bereikbaarheid te waarborgen. Studies naar stedelijke ondergrondse logistieke systemen bieden kijk op nieuwe kansen voor goederendistributie. Dit essay beschrijft de mogelijkheden op het gebied van goederentransport per railvervoer, zowel op binnenlands als internationaal gebied.

Bekijk document
Haalbaarheidsstudie propeen-pijpleidingnetwerk tussen Nederland, België en Duitsland
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Haalbaarheidsstudie propeen-pijpleidingnetwerk tussen Nederland, België en Duitsland

Auteurs:
Aethylen-Rohrleitungs-Gesellschaft
Uitgever: ChemVision en IPOT
Uitgave: oktober 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit engelstalige rapport geeft de resultaten van een haalbaarheidsstudie naar de aanleg en uitbating van een propeen pijpleiding van de BeNeLux naar Keulen en Gelsenkirchen. 

Bekijk document
Naar een landelijk netwerk voor goederenvervoer met ondergronds transport per buisleiding
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Naar een landelijk netwerk voor goederenvervoer met ondergronds transport per buisleiding

Auteurs:
Matthieu van der Heijden
Uitgever: TNO
Uitgave: november 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Een studie naar de wijze waarop een landelijk ondergronds transport netwerk kan worden ontworpen.

Bekijk document
Studie naar infrastructuur en goederenstromen in Nederland
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Studie naar infrastructuur en goederenstromen in Nederland

Auteurs:
Nienke Maas
Uitgever: TNO
Uitgave: december 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Deze rapportage is geschreven in het kader van de studie Inventarisatie Netwerken en Stromen. Deze studie valt binnen het kader van projecten die TNO nog meer uitvoert voor de Interdepartementale Projectgroep Ondergronds Transport. IPOT hecht veel waarde aan een actieve participatie van het vervoerend en verladend bedrijfsleven in het verkennen van de mogelijkheden voor OTB.

Bekijk document