Circulair wordt het nieuwe normaal

De overheid streeft ernaar dat in 2050 de Nederlandse economie volledig circulair is. Rijkswaterstaat en ProRail willen al vanaf 2030 circulair werken. Het COB en Techniek Nederland anticiperen daarop. Met de vele tunnelrenovaties in het vooruitzicht nodigen ze partijen uit om op expeditie te gaan en samen te ontdekken hoe circulariteit kan worden ingevuld voor technische installaties in en rondom tunnels. Een gesprek met Onno Sminia, Esther van Eijk en Ruben van Ardenne, het organiserende team van TechniekNL en het COB.

“Voor velen is 2030 misschien nog ver weg, maar als je je realiseert wat circulair werken inhoudt, dan begrijp je dat je niet langer kunt dralen”, stelt Van Eijk. “Circulair betekent namelijk dat je voor producten geen primaire grondstoffen meer mag en kunt gebruiken, maar alleen nog secundaire grondstoffen. De aarde is geen onuitputtelijke bron en daarom gaan we over op het hergebruiken van eerder gewonnen materialen. Neem koperdraad. Voor de productie daarvan mag je in de toekomst geen kopererts meer delven, maar moet je gebruikmaken van koper dat je terugwint uit bijvoorbeeld afgedankte elektronica of kabels. Dat vergt een heel andere manier van werken en dan is tien jaar heel weinig.”

Vooronderzoek

“Het afgelopen jaar hebben we een vooronderzoek gedaan naar circulair werken”, stelt Sminia. “We hebben gekeken of er binnen de sector belangstelling is voor een depot of virtuele marktplaats voor gebruikte tunneltechnische onderdelen. Tot nu toe worden elektrotechnische en werktuigbouwkundige onderdelen die vrijkomen bij infrastructurele projecten zelden voor andere projecten en bedrijven beschikbaar gesteld. Dat vinden we jammer, omdat veel van deze onderdelen nog een waardevolle restlevensduur hebben. Voor het onderzoek hebben we als eerste advies ingewonnen bij een bestaand materialendepot. Daarna hebben we online een enquête gehouden onder de leden van het COB en andere geïnteresseerden. Vanuit circa vijftig partijen is de vragenlijst ingevuld en uit hun antwoorden blijkt dat 75% zou willen participeren in een ‘depot’.”

Op de (digitale) bijeenkomst van het platform Duurzaamheid op 12 juni 2020 zijn de resultaten gepresenteerd van de enquête naar het draagvlak voor een depot voor tunneltechnische onderdelen. Hieruit zijn handvatten voortgekomen voor het verdere traject. Zowel deze handvatten als de enquêteresultaten zijn vastgelegd in een publicatie.
>> Naar publicatie op kennisbankIn de zomer van 2020 zijn drie digitale sessies georganiseerd om te onderzoeken wat een circulaire tunnel eigenlijk ís. De resultaten werden steeds verwerkt in een ‘lerend document’. Ook dit document is te vinden op de kennisbank.
>> Naar publicatie op de kennisbank

Lef

Van Eijk: “Nu willen we een vervolgstap zetten en echt aan de slag gaan met circulariteit. Daarvoor zoeken we partijen die lef hebben, durven te experimenteren en met elkaar het avontuur willen aangaan om te ontdekken wat circulair werken allemaal betekent. Als je weet dat je over een aantal jaren verplicht bent om secundaire materialen te ‘oogsten’ uit bestaande infrastructuur, is het slim om nu al na te denken wat je er bij een renovatie het beste in kunt stoppen. Dat is niet alleen belangrijk voor aannemers, maar ook voor assetmanagers, producenten en leveranciers van materialen en onderdelen. Al deze partijen moeten samen ontdekken wat geschikte verdienmodellen zijn en hoe we de restlevensduur van onderdelen efficiënt kunnen verlengen. En zo zijn er nog tal van andere vragen. Welke dat precies zijn weten we nu nog niet, maar door samen aan de slag te gaan, komen we daarachter en kunnen we ze samen beantwoorden.”

De samenwerking met praktijkprojecten loopt onder meer via de structural health analyses (SHA’s) van het COB, want daarbij zit ook een expert voor duurzaamheid en circulariteit aan tafel. “Ons hoofddoel is ervaring opdoen met het hergebruiken van geoogste tunneltechnische installaties, met materiaalpaspoorten en met een deelplatform voor deze installaties. Verder hopen we erachter te komen wat circulair werken betekent voor de toekomst van tunneltechnische installaties: kunnen we installaties bijvoorbeeld zo ontwerpen dat ze eenvoudig zijn te ‘upgraden’? Daarnaast willen we het gesprek binnen de sector op gang brengen, met elkaar een scherpe ambitie en visie ontwikkelen voor circulaire tunneltechnische installaties en samenwerking in de keten stimuleren.”

‘Kunnen we installaties bijvoorbeeld zo ontwerpen dat ze eenvoudig te ‘upgraden’ zijn?’

Potentie

“Iedereen die gemotiveerd is om de wereld een klein beetje mooier te maken, raad ik aan om met ons mee te gaan op expeditie”, zegt Van Ardenne. “Het is leuk en leerzaam en het maakt je een aantrekkelijke werkgever, zeker voor jonge mensen. Die verwachten van bedrijven dat ze actief zijn op het gebied van duurzaamheid en circulair werken. Verder heeft circulariteit een enorme potentie. Er zijn steeds meer projecten waar je een forse EMVI-korting krijgt als je circulaire oplossingen aandraagt en nu al kun je met circulariteit een interessante businesscase maken. Los daarvan denk ik dat eigenlijk niemand het een goed idee vindt om goede spullen weg te gooien.”

“Een belangrijke voorwaarde is natuurlijk dat er vraag is naar circulaire onderdelen. Pas dan komen producenten in beweging om voor hun producten gebruik te maken van secundaire materialen. Zo sprak ik onlangs een grote kabelfabrikant en vroeg wat hij aan circulariteit doet. Hij antwoordde dat ze pas in onderzoek en andere productiemethoden gaan investeren als ze zicht hebben op een afzetmarkt voor circulaire kabels. Wat dat betreft kunnen grote opdrachtgevers zoals Rijkswaterstaat en ProRail circulariteit echt op gang brengen.”

Nieuwe businessmodellen

Van Eijk: “Als we even bij het voorbeeld van kabels blijven, dan is het vreemd dat de secundaire materialen nu eerst als afval bij afvalverwerkers terechtkomen. Deze bedrijven winnen vervolgens de metalen terug en brengen die weer op de markt. Dat werkt, maar als we waardevolle grondstoffen als afval blijven zien en afvalverwerkers als de nieuwe mijnbouwbedrijven, dan lossen we de principefout in onze ontwerpen niet op. In een circulaire maatschappij is het voor een producent belangrijk om zijn materialenstroom in eigen hand te houden en vormt infrastructuur een van de bronnen waaruit hij materialen kan oogsten. De overgang naar een circulaire economie betekent dus dat hij moet nadenken over nieuwe businessmodellen.”

‘We moeten voorkomen dat werkende camera’s voor tunnelbediening in een afvalcontainer worden gekieperd.’

“Dat geldt niet alleen voor producenten, maar voor alle partijen in de keten”, aldus Sminia. “Nu zien we af en toe dat gebruikte armaturen of camera’s opnieuw worden ingezet. In de meeste gevallen lijkt dat min of meer toevallig te gebeuren en niet bewust georganiseerd. Naar dat laatste moeten we echter toe. In de toekomst moeten we de restlevensduur van materialen optimaal benutten. We moeten voorkomen dat werkende camera’s voor tunnelbediening in een afvalcontainer worden gekieperd, zoals nu nog geregeld gebeurt. In veel gevallen zijn ze nog bruikbaar voor objectbewaking. En als dat niet kan, kunnen ze terug naar de leverancier die bepaalde onderdelen vervangt, zodat ze weer aan de actuele eisen voldoen.”