Tijdens het Diner van de Ondergrond op 8 oktober 2026 zijn de Schreudersstudieprijzen 2026 uitgereikt. In de twee categorieën, Techniek en Ruimtelijke kwaliteit, selecteerde de vakjury zowel een winnaar als een eervolle vermelding. De twaalfde editie telde dertien inzendingen.
Over de Schreudersstudieprijs
De uitreiking van de Schreudersstudieprijs vindt eens in de twee jaar plaats. Studenten die tussen september 2024 en september 2026 afstudeerden aan een Nederlandse hbo- of wo-instelling konden hun scriptie insturen. Dit jaar waren er dertien inzendingen, waarvan acht in de categorie Techniek en vijf in de categorie Ruimtelijke kwaliteit. De feestelijke bekendmaking vindt traditiegetrouw plaats tijdens een evenement van het Centrum Ondergronds Bouwen. De winnaars ontvangen een oorkonde en een geldbedrag van 3.500 euro. De eervolle vermeldingen zijn ieder goed voor 500 euro.
Uitreiking Schreudersstudieprijs
Van de dertien inzendingen werden zes projecten genomineerd, drie per categorie. De genomineerden komen uit diverse landen en konden niet allemaal in Nederland zijn. Toch waren ze allemaal bij de prijsuitreiking: drie van hen waren aanwezig in Culemborg en de andere drie haakten online aan.
Van links naar rechts op het scherm: Coen Vergeer, Maria Luisa Tarozzo Kawasaki, Claudia Xinrui Zhang, Martijn Smitt (bestuurslid Stichting A.M. Schreuders), Stevin van Brussel, Steven Keemers en Gijs Hendrickx (Foto: Jeffrey Wiese).
Winnaar techniek | Stevin van Brussel, TU Delft
Waardevolle basis voor beheer trekpaalfunderingen
“Pas deze methode ook toe bij de monitoring van andere tunnels met trekpalen. Het geeft je onderbouwde monitoringswaarden voor differentiële verplaatsingen over tijd. Daarmee behoud je controle en kun je tijdig ingrijpen”, zegt Stevin van Brussel over zijn studie ‘An analysis of tension pile foundations in immersed tunnel entrances’ (TU Delft). De jury van de Schreudersstudieprijs riep zijn inzending uit tot winnaar in de categorie Techniek en beoordeelt zijn onderzoek als breed, technisch diepgaand en sterk praktijkgericht.
Stevin sluit met zijn in 2025 afgeronde onderzoek direct aan bij de praktijk. Aanleiding waren de problemen bij de Prinses Margriettunnel in A7 bij Joure. Daar kwam een deel van de toerit omhoog doordat stalen trekankers afbraken als gevolg van spanningscorrosie. “Bij de Prinses Margriettunnel werd dit falen min of meer bij toeval ontdekt”, vertelt Stevin. “Dat wil je niet. Het is superbelangrijk dat je in dit soort situaties tijdig kunt ingrijpen. Onze hele infrastructuur wordt kritisch belast. We moeten op tijd interventies kunnen doen om de bereikbaarheid te garanderen. Er zijn meer tunnels uit diezelfde periode waar dit probleem zou kunnen optreden.”
Stevin heeft onderzocht of het faalmechanisme dat bij de Prinses Margriettunnel optrad ook bij de Eerste Heinenoordtunnel kan optreden. Met een PLAXIS 3D-model, gevalideerd aan D-Foundation, en Monte Carlo-simulaties heeft hij progressief paalfalen geanalyseerd. Stevin: “Ik heb eerst geanalyseerd welke elementen het meest vatbaar waren. In zowel de noordelijke als de zuidelijke toerit heb ik een kritisch element in PLAXIS uitgewerkt en vervolgens met Python een Monte Carlo-analyse geprogrammeerd wat resulteert in automatisch gegenereerde signaal- en interventiewaarden voor monitoring.”
Waardevolle basis
Met een Monte Carlo-simulatie heeft Stevin de kans berekend dat bij de Eerste Heinenoordtunnel dezelfde problemen optreden als bij de Prinses Margriettunnel. De conclusie is dat er geen acuut gevaar is, maar dat voortgaande monitoring noodzakelijk blijft. De jury waardeert zijn aanpak: “De kracht van zijn onderzoek ligt in de combinatie van technische diepgang, statistische analyse en directe toepasbaarheid voor opdrachtgevers en beheerders. Ook beschrijft Stevin het corrosiemechanisme helder en hanteerbaar. Stevin biedt een waardevolle basis voor de beoordeling en het veilige beheer van bestaande trekpaalfunderingen.”
Tunnelvirus
“Na de uitreiking sprak ik een van de juryleden die begreep waarom ik dit onderwerp heb gekozen. Hij zag dat ik met de Monte Carlo-simulatie ook een praktisch bijdrage wilde leveren. Ingewikkelde modellen vind ik mooi en ik kan er ook wel mee overweg, maar ik werk toch het liefst aan iets dat gericht impact op de praktijk heeft. Dat heb ik altijd gehad. Ook al bij mijn bachelorscriptie voor de Drechttunnel.”
Zijn confrontatie met de praktijk dateert uit de coronatijd, toen Stevin als werkstudent aan de slag ging bij de tunnelafdeling van Rijkswaterstaat GPO. “Daar heb ik het vak vanuit de praktijk gezien. Ik kreeg te maken met collega’s die mij als werkstudent de ruimte gaven te ontdekken wat ik echt tof vind. Tijdens corona moesten we allemaal thuis zitten en zocht ik afleiding met deze bijbaan. Na vier jaar en negen maanden Rijkswaterstaat was er sprake van blijvende invloed. Vrienden herkennen nu dat tunnels als een virus in mij zijn gaan zitten.”
Specialist geotechniek
Sinds de zomer van 2025 werkt Stevin als specialist geotechniek bij ABT in Delft. “Daar werk ik aan verschillende projecten als geotechnicus. Ik heb als project engineer meegewerkt aan de terminal voor Schiphol, een gecompliceerde opgave, waarbij ik mijn ervaring met PLAXIS en Python opnieuw heb kunnen inzetten. Ik heb ervoor gezorgd dat ik mijn resultaten voor mijn collega’s kon vertalen naar Excel, maar heb wel vastgehouden aan mijn eigen methode. Daarmee heb ik besparingen in het ontwerp kunnen realiseren en daar waren mijn collega’s en de klant blij mee. Bij ABT krijg ik veel vrijheid en verantwoordelijkheid. Dit geeft mij de ruimte om vanaf het begin verbeteringsvoorstellen te doen.”
Stevin heeft genoten van de prijsuitreiking en de erkenning voor zijn werk. “De uitreiking gaf me ook de mogelijkheid mee te doen in de discussie tijdens het Diner van de Ondergrond. Normaal gesproken krijg je pas na jaren in de sector de kans om daaraan deel te nemen. Ik heb de ambitie om heel ver te komen in mijn vak. Aan het eind van mijn carrière wil ik terug kunnen kijken op een periode waarin ik een positieve invloed op het vakgebied heb kunnen achterlaten.”
Winnaar ruimtelijke kwaliteit | Claudia Xinrui Zhang, TU Delft
Ondergrondse infrastructuur kan meer flexibiliteit bieden dan we doorgaans denken
“Ik ben erg blij en vereerd, maar eerlijk gezegd ook verrast. Ik worstelde vaak met vragen als: is mijn aanpak wel waardevol? Het winnen van de prijs betekent dat mijn aanpak een plek heeft in de discussie over de toekomst van ondergrondse ruimtes en dat het project door meer mensen gezien zal worden”, zegt Xinrui Zhang over haar scriptie Underground Uchronia: Reviving urban underground voids as temporal public space (TU Delft). De jury wees deze scriptie aan als winnaar in de categorie Ruimtelijke kwaliteit.
De jury: “Xinrui Zhang levert een project op dat vertrekt vanuit een filosofische beschouwing van de ondergrond als ruimte- en tijdsbeleving, uitgewerkt tot het concept ‘Urban Uchronia’ – een eigen, filosofisch onderbouwd ontwerpinstrument om naar het ondergrondse te kijken. Via een typologische analyse van ondergronds bouwen in Madrid en een inventarisatie van de vele ondergrondse werken en voorzieningen in de stad komt zij uit bij een in onbruik geraakte ondergrondse parkeervoorziening. Deze ruimte wordt herontworpen tot een kunsthub: een tijdelijke publieke ruimte waar toeristen, bewoners en beginnende kunstenaars elkaar ontmoeten in een gemeenschapsruimte, verhuurbare kunststudio’s, een tentoonstellingshal en voorzieningenruimtes. Bijzonder is dat de bestaande staalconstructie en het automatische parkeermechanisme van de garage worden hergebruikt om de ateliermodules letterlijk door het gebouw te kunnen verplaatsen – precies het soort maakbaarheid en respect voor het bestaande dat gewaardeerd wordt, en dat maakbaarheid en herbestemming direct met elkaar verbindt.” De jury noemt het concept sterk. “Het staat overtuigend als verhaal én als samenhangend ontwerpprincipe. Van alle inzendingen in de categorie Ruimtelijke kwaliteit is dit het project dat het meest overtuigt door de scherpte en consistentie van zijn denken over ondergronds hergebruik en tijd.”
Xinrui Zhang over het oordeel van de jury: “Ik ben er vooral blij mee dat de jury specifiek mijn hergebruik van het bestaande automatische parkeersysteem voor het transport van de studiomodules heeft benadrukt. Dat mechanisme vormde eigenlijk de kiem van het hele ontwerp. Voor mij weerspiegelt dit de essentie van het project: bestaande omstandigheden zijn niet slechts barrières, maar kunnen ook kansen bieden voor inspirerende nieuwe functies en werkwijzen in het kader van herbestemming.”
Het herontwerp van de verlaten parkeergarage kwam onder meer tot stand aan de hand van veldwerk, zo vertelt Xinrui Zhang. “Ik heb allerlei soorten ondergrondse ruimtes verkend, heb twee dagen rond de locatie doorgebracht, zowel overdag als ‘s nachts en heb met lokale bewoners gesproken. Die observaties vormden een belangrijke basis voor het project. Ik ben de status van de locatie wel blijven volgen. Zeven jaar na de sluiting (sinds 2019) staat de geautomatiseerde parkeergarage officieel nog steeds als gesloten geregistreerd, hoewel reparatie en heropening al geruime tijd in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen. Misschien moet ik ze op een dag toch maar eens mijn alternatieve voorstel sturen.”
Nieuwe mogelijkheden
Xinrui Zhang werkt inmiddels bij Superimpose Architecture in Den Haag. “Dit bureau is gespecialiseerd in grootschalige stedelijke infrastructuurprojecten. Ik heb gewerkt aan renovatieprojecten voor treinstations en universiteitscampussen, en aan het ontwerp van een nieuwe ondergrondse overstapterminal. Op de lange termijn hoop ik te promoveren op onderzoek naar hoe technische systemen en bestaande infrastructurele omstandigheden ontwerpbeslissingen kunnen vormgeven en soms zelfs inspireren. Ik wil graag op het snijvlak van de architectuurpraktijk en onderzoek blijven werken. Mijn grootste interesse ligt bij het verkennen van nieuwe mogelijkheden voor bestaande infrastructuur. Ik vind dat een ontwerp van ondergrondse infrastructuur niet alleen beoordeeld moet worden op het huidige functioneren, maar ook op de mate waarin het zich in de toekomst kan aanpassen, met name op het gebied van mobiliteit. Ik heb ooit een studie gelezen over ‘urban obduracy’ (stedelijke hardnekkigheid). Daarin werd onderzocht hoe ondergrondse parkeergarages in Maastricht verankerd raakten in een breder, op de auto gericht mobiliteitssysteem en daardoor steeds moeilijker te veranderen waren. Dit zette me aan het denken: ondergrondse infrastructuur is een diep verankerde structuur en zou daarom meer rekening moeten houden met veranderende behoeften op de lange termijn. Dit geldt niet alleen voor de renovatie van bestaande bouwwerken, maar ook voor nieuwe ontwerpen, vanaf de allereerste fase.”
“De ondergrondse infrastructuur kan meer openheid en flexibiliteit bieden dan we doorgaans denken, als we maar bereid zijn er met een andere blik naar te kijken. Tijdens het werken aan mijn scriptie heb ik geleerd dat zelfs zeer rigide technische systemen kunnen inspireren tot totaal nieuwe ruimtelijke mogelijkheden. Ik hoop dat dit project aanzet tot meer discussie over de bestaande waarden van ondergrondse ruimtes, en over hoe we die waarden kunnen koesteren, opnieuw kunnen interpreteren en kunnen uitbouwen bij toekomstige transformaties.”
Eervolle vermelding techniek | Gijs Hendrickx, TU Delft
De jury beoordeelt het onderzoek Data driven forecasting of dynamic cable loads for tunnel immersion operations (TU Delft) van Gijs Hendrickx als kwalitatief hoogwaardig, technisch diepgaand en bijzonder innovatief.
“Gijs onderzoekt hoe dynamische kabelkrachten tijdens het afzinken van tunnelelementen beter kunnen worden voorspeld. Hiervoor combineert hij meetgegevens van zes werkelijke afzinksequenties met verschillende machinelearningmodellen”, aldus het juryrapport.
Het afzinken van een tunnelelement is onderdeel van de bouw van een afzinktunnel. Het element wordt via verticale kabels naar de bodem afgezonken, waarbij de kabelkrachten variëren door factoren zoals veranderingen in waterdichtheid en het uitgeven van de kabels. Een voorspelling van deze krachten zou de operatie veiliger en efficiënter maken en de mogelijkheid bieden de operationele momenten te vergroten. In de huidige projecten, worden deze krachten geschat met handberekeningen, OrcaFlex en CFD-simulaties. Deze methodes kunnen echter niet leren van gemeten krachten. Het onderzoek van Gijs Hendrickx beantwoordt de vraag of machine learning modellen, getraind op de monitoringdata van de Oosterweeltunnel in Antwerpen, deze schatting kunnen verbeteren. Zes afzinkoperaties zijn gefilterd en opgedeeld in een statische en dynamische component. De statische krachten zijn gemodelleerd met multivariate regressie (MVR) en een multilayer perceptron (MLP). De dynamische krachten met een long short term memory netwerk (LSTM) en een Fourier neural operator (FNO). Vergeleken met de traditionele methode presteerden de modellen beter (statisch: R² van 0,33 naar 0,92; dynamisch: R² van -0.33 naar 0,44), al blijven de piekamplitudes onderschat. Daarnaast toonde de data-analyse aan dat de oscillatieperiode van het systeem afneemt tijdens het afzinken en weer toeneemt bij de bodem, dit is het gevolg van diepteafhankelijke toegevoegde massa.
De Jury: “Gijs toont overtuigend aan dat zijn statische voorspelling de klassieke methode ruim overtreft. Daarnaast ontdekt hij dat de trillingsperiode wordt beïnvloed door diepteafhankelijke toegevoegde massa, een inzicht dat afwijkt van de bestaande literatuur. De kracht van zijn onderzoek ligt in de combinatie van operationele projectdata, een solide wetenschappelijke basis en een vergelijking van meerdere methoden. Gijs biedt zijn onderzoek een veelbelovende basis om het afzinkproces beter te begrijpen en uiteindelijk veiliger en efficiënter te beheersen.”
Eervolle vermelding ruimtelijke kwaliteit | Maria Luisa Tarozzo Kawasaki, TU Delft
De jury kent een eervolle vermelding toe aan de scriptie Common Ground: Bridging Subsurface Information Models and Climate Adaptation Design (TU Delft) van Maria Luisa Tarozzo Kawasaki.
Nederland moet in 2050 klimaatbestendig zijn. Dat vraagt om ruimtelijke ingrepen zoals ondergrondse waterberging en natuurlijke bodeminfiltratie. Hoewel er rijke ondergrondse data beschikbaar zijn, blijven bestaande modellen zwaar onderbenut door stedenbouwkundigen. Dit komt volgens Maria Luisa door technologische silo’s, gebrek aan standaardisatie en semantische barrières. In haar afstudeeronderzoek (een dubbele master Geomatics en Urbanism) introduceert zij een datagedreven methode om ondergrondse informatie direct te integreren in bovengrondse stedelijke planning.
Zij heeft Nederlandse klimaatadaptatierichtlijnen geëvalueerd om specifieke ondergrondse data-eisen – zoals draagkracht en doorlatendheid van de bodem – te identificeren en te koppelen aan beschikbare datasets. Dit resulteerde in CLIMACAT: een praktische webapplicatie die bestaande Nederlandse ondergrondmodellen verbindt met ontwerpinterventies voor klimaatadaptatie. Door geologische modellen te vertalen naar gestandaardiseerde ontwerpparameters, maakt het project de ondergrond tot een toegankelijke en volwaardige dimensie van de ruimtelijke planning.
De jury over deze inzending: “Maria Luisa verbindt de klimaatopgave, geodata, ontwerp en de ondergrond. Zij laat zien waarom bestaande 2D- en 3D-ondergrondinformatiemodellen nog weinig worden gebruikt bij klimaatadaptief ontwerp en brengt organisatorische, technologische en institutionele barrières in kaart. Maria Luisa koppelt vier relevante ondergrondeigenschappen aan 25 klimaatadaptatie-interventies. Zij test het instrument met ontwerpvoorstellen voor vier Utrechtse wijken en een enquête onder ontwerpers. De kracht van haar onderzoek ligt in de concrete en empirisch getoetste vertaling van ondergronddata naar de ontwerppraktijk. Hiermee levert Maria Luisa waardevolle bouwstenen voor klimaatbestendige stedenbouw.”