Haalbaarheidsstudie dwarsverbindingen boortunnel HSL-Zuid

Terug naar kennisbank
  • Document code: 3.6-Haalbaarheidsstudie d
  • Auteur: Philip Vreeken
  • Jaar: 2001

Samenvatting

Het volbouwen van Nederland zorgt vandaag de dag voor een vergroting van de aandacht voor ondergronds bouwen. Een manier om ondergronds o.a. verkeers- en spoortunnels aan te leggen is door deze te boren. De overlast voor mensen, bebouwing en natuur wordt op deze manier tot een minimum beperkt. Een belangrijk aspect van tunnels is altijd de veiligheid van de mensen in de tunnel geweest. Dwarsverbindingen tussen geboorde tunnels kunnen voor deze benodigde veiligheid zorgen.

Aanleg van dwarsverbindingen in de Nederlandse grond is door de slappe structuur een bijzonder moeilijke klus. Men moet een opening in een gesegmenteerde lining op grote diepte onder de grondwaterstand maken, waarna een korte tunnel en een aansluiting met een andere tunnel moet worden gerealiseerd.

In hoofdstuk 1 wordt kort aandacht besteed aan de vorm en de functie van de dwarsverbinding. Voor het goed toegankelijk maken voor hulpverleners en passagiers van treinen en ander wegverkeer is het noodzakelijk dat er een minimale opening is van 1.5 bij 2.1 meter.

Hoofdstuk 2 behandelt reeds uitgevoerde projecten, de Kanaaltunnel en de Storebælt spoortunnel, en projecten waar men op dit moment nog mee bezig is, de Westerscheldetunnel, Botlekspoortunnel en de 4. Röhre Elbtunnel. Onder andere worden de verschillende achtergronden, constructiemethoden en geologische grondomstandigheden en verbeteringen besproken.

Grondverbeteringsmethoden, al dan niet geschikt voor de Nederlandse grond, zijn het onderwerp van hoofdstuk 3. Toepassingen, geschiktheid van grondsoorten voor de methode, technieken, geschiktheid voor het maken van dwarsverbindingen, kosten en conclusies worden gegeven voor verbetering van de grond door middel van vriezen, jetgrouten, injecteren en kalk/cement kolommen. Grof gezegd blijken het vriezen en jetgrouten beter toepasbaar in Nederlandse grond voor het maken van dit soort verbindingen.

In het laatste hoofdstuk wordt een onderverdeling gemaakt in bestaande en nieuwe technieken, geschikt voor de ontgraving en de opbouw van de lining van een dwarsverbinding. Fasering en voor- en nadelen van bouwkuip, caisson, open front, perstechniek, buizenmethode en een kleine tunnelboormachine komen aan bod. Van de nieuwe technieken, de ringmethode en groutboog met horizontaal meer-fasen jet-grouten methode wordt naast een uitleg van de werking ook een korte conclusie gegeven. De methode die gebruik maakt van een groutboog heeft waarschijnlijk de meeste kans om in de toekomst, na het overkomen van een

aantal praktische problemen, geschikt te zijn voor de aanleg van dwarsverbindingen tussen geboorde tunnels.

Naast het gebruik van een groutboog is vooral het nader uitwerken en bestuderen van de pers-, buizen- en tunnelboormachine constructiemethode voor het maken van dwarsverbindingen zinnig. Zij kunnen na het overkomen van de nodige praktische problemen een goed alternatief vormen naast de bestaande constructiemethoden.