Radargolven in grond; Modellering en analyse voor bepaling signaalverwerkingsstrategie voor 3D-grondradar

Terug naar kennisbank
  • Document code: EAU-032.CT.09.A
  • Auteur: COB
  • Jaar: 1997

Samenvatting

Het doel van COB deelplan L 110 (1996) van basisprojectplan L 100 “3D-Grondradar” is het aantonen van de functionaliteit van 3D-Grondradar door het vervaardigen van een ontwikkelversie van een 3D-Grondradarsysteem. Het in dit rapport beschreven onderzoek naar propagatie van radargolven in de grond maakt deel uit van deelplan L 110. Het

onderzoek dient als een kader bij proefnemingen met ontwikkelversies van het 3Dgrondradarsysteem en bij de ontwikkeling van procedures voor databewerking, die op

gegevens van het 3D-grondradarsysteem dienen te worden toegepast om tot optimale 3D afbeelding te komen van voorwerpen in grond.

Daartoe is enerzijds gekeken naar de invloed op de beeldvorming van fundamentele processen bij de golfvoortplanting van radargolven. Anderzijds is een evaluatie uitgevoerd van de toepasbaarheid van signaalverwerkingstechnieken uit de reflectieseismiek voor de 3Dgrondradar.

Zogenaamde clutter (aan objecten en heterogeniteiten verstrooide signalen) is een fenomeen bij radargegevens dat de meeste problemen geeft voor een goede herkenning van de gezochte ondergrondstructuren. Clutter wordt nog niet geheel begrepen en wordt vooralsnog als inherent onderdeel van de ruwe data beschouwd. Vele signaalbewerkingstechnieken die gemeengoed zijn in de reflectie seismiek zullen naar verwachting voor radar niet zoveel voordeel opleveren als voor de reflectie seismische data (behalve migratie). De aandacht dient in eerste instantie dan ook niet uit te gaan naar het optimaliseren van deze technieken uit de seismische surveying. De grote winst van het L 100 ligt in 3D-opname (common-offset op vele posities), toepassing van een migratie-algoritme en herkenning van objecten in de gemigreerde dataset. Het wordt verwacht dat door geoptimaliseerde objectherkenning de clutter geen essentieel probleem is in de “objectruimte”.