Hoe houd je de Nederlandse tunnels kosteneffectief in stand? Op het Platform Tunnels, Civiel en Wetenschap van 29 oktober bij het COB deelden onderzoekers en praktijkmensen hun nieuwste inzichten met ruim veertig deelnemers.
Op de platformbijeenkomst was weer veel nieuws te delen en bespreken! PhD’ers Ian Pierce, Arne de Jong, Namrata Mohan en Jacob Pantin deelden de resultaten van hun verschillende onderzoeken rondom deformatiemonitoring bij zinktunnels; Postdoc Ali Ghaderiaram vertelde over zijn onderzoek naar monitoringsmethoden om degradatie en mogelijke schade aan tunnelvoegen in een vroeg stadium te detecteren.
Het was weer een vol programma en de opgave is groot, schetste Bart Duijvestijn (COB/Arcadis): “Tunnels hebben een belangrijke waarde in onze transportnetwerken. Renovatie en onderhoud kosten veel geld en er komt veel werk aan.” Van de 72 Nederlandse tunnels moeten er vóór 2032 meer dan 28 worden gerenoveerd, vooral zinktunnels. Het onderzoeksprogramma Future Proof Tunnels van het COB en de TU Delft moet beheerders helpen daarover kosteneffectief te beslissen. De ambitie: “Als deze onderzoeken klaar zijn, willen we aan de tunnel kunnen vragen: waar sta je nu? En wat heb je nodig voor de nabije toekomst?”
Data bij elkaar brengen
Bert Bosch (Soltegro) presenteerde het plan 2026–2027 voor het Dataplatform tunnels. Dit jaar is de data van de aangesloten tunnels in één uniforme structuur gebracht; de promovendi gebruiken die al voor hun analyses. In 2027 moet AI historische rapporten, tekeningen en scans bruikbaar maken, met steun van TKI Deltatechnologie. Bosch riep beheerders op een tunnel aan te sluiten, met meetdata, historische informatie en een concrete beheervraag.
Lessen uit de praktijk
Na de pauze nam Peter van Westendorp (Immontec) de zaal mee naar de Scheldetunnel van de Oosterweelverbinding in Antwerpen. De acht tunnelelementen van circa 160 meter lang en 60.000 ton werden in Zeebrugge gebouwd en bij Oosterweel afgezonken. Het verhaalsysteem dat de elementen in de stroming op hun plek houdt, werd vooraf beproefd in fysieke en numerieke modeltesten. Tijdens het afzinken volgde het team onder meer lierkrachten, waterdruk, positie en de indrukking van het GINA-profiel.
Jeroen Bos (COB / BOS Maintenance & Engineering) onderzocht met 25 interviews hoe beheerders inspecteren en welke inspectieprotocollen ze daarvoor gebruiken. De aanpak verschilt sterk per beheerder, tunnel en discipline. Terugkerende knelpunten zijn kennisniveau, toegang, capaciteit, versnipperde registratie, budget en de overdracht van historie. Zijn advies: schrijf niet één methode of frequentie voor, maar creëer een herkenbare structuur waarin maatwerk mogelijk blijft, met inspectie, beoordeling, besluit en maatregel als één keten. Bos sloot af met een gewetensvraag: “Wat is het minimale veiligheidsniveau van een tunnel, nu onderhoudsbudgetten krimpen?”
Wit, glad en mat
Harry de Haan (COB / Elumint) presenteerde tot slot het eindrapport Wandafwerking in Tunnels (WiT). Lichte wanden maken een tunnel minder benauwend en besparen energie en onderhoud: een lage wandreflectie kan meer dan 50 procent extra energie voor verlichting kosten. Witheid alleen is niet genoeg, want op ruwe wanden heeft vervuiling meer effect dan metingen laten zien. De ideale wand is wit, glad, mat, egaal en sterk, en tegels blijken over de levensduur goedkoper dan gedacht. “Het is een integraal vraagstuk”, aldus De Haan. “En niet alles is in cijfers te vatten.” Zijn les: kies wandafwerking, onderhoud en verlichting samen, al in de ontwerpfase.
Meer weten?
Het rapport Wandafwerking in Tunnels is te downloaden in de Kennisbank. De volgende platformbijeenkomst is op 26 november: Platform Tunnels – Renoveren / Instandhouding. Alle presentaties zijn terug te vinden op de website.