Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ondergronds constructies zo min mogelijk negatieve effecten hebben op milieu, mens en ruimte en misschien juist iets positiefs bijdragen? Daar gaat het om bij duurzaam ondergronds bouwen. Een thema waar partijen de laatste jaren steeds meer aandacht aan besteden.

Duurzaamheid is een breed en veelomvattend begrip. Met betrekking tot ondergronds bouwen gaat het onder andere om het minimaliseren van het grondstoffengebruik, een hoogwaardige landschappelijke inpassing, een laag energiegebruik, de toepassing van duurzame energie, een duurzaam inkoopbeleid en het zo veel mogelijk beperken van nadelige omgevingseffecten zoals geluidsoverlast en luchtverontreiniging. Voor het verduurzamen van ondergrondse constructies bestaan al talloze opties. Zo ligt hergebruik van materiaal voor de hand: de grond die vrijkomt bij de aanleg van de ondergrondse constructie kan benut worden in de omgeving. Andersom kan het ook: regeneratiebeton bestaat voor een deel uit beton dat eerder is gebruikt.

Duurzame tunnelprojecten

Ook tunnels kunnen op allerlei manieren duurzamer gemaakt worden. De toepassing van ledverlichting zorgt bijvoorbeeld voor een forse verlaging van het energieverbruik van tunnels. Deze verlichting draagt daarnaast bij aan een grotere beschikbaarheid van de tunnel, omdat ledverlichting minder onderhoud vergt. Stil asfalt op het wegdek en geluidsabsorberend materiaal op de tunnelwanden en het -plafond beperken de geluidsoverlast bij tunnelmonden. Verder kan met slimme technieken een tunnel een soort zuiverende long worden, waarbij inkomende lucht van alle verontreinigingen wordt ontdaan en schoon de omgeving wordt ingeblazen. En als zulke reinigingssystemen worden voorzien van warmtewisselaars, kan ook nog eens warmte worden teruggewonnen uit de ventilatielucht.

Een aansprekend voorbeeld van duurzaamheid bij ondergrondse constructies is het project Rotterdamsebaan. Dit project is gericht op de aanleg van een nieuwe verbindingsweg tussen de Haagse centrumring en de snelwegen A4 en A13 met onder andere een boortunnel van bijna twee kilometer lang. Vanuit het streven om in 2040 een klimaatneutrale stad te zijn, heeft de gemeente Den Haag ervoor gekozen om duurzaamheid op te nemen in de EMVI-criteria voor de aanbesteding van dit project. Aangezien voor tunnels nog geen richtlijnen bestonden voor duurzaamheidsaspecten heeft de gemeente het COB gevraagd om met een expertteam het containerbegrip duurzaamheid te concretiseren. Dat heeft geleid tot een inspiratiedocument met negen projectonafhankelijke duurzaamheidsaspecten. De gemeente heeft deze aspecten meegenomen in de aanbesteding.

Een ander project waarbij serieus aandacht wordt besteed aan duurzaamheid is het project A2 Maastricht. In Maastricht wordt de A2 – die de stad in tweeën splitst en veel verkeerslawaai en luchtverontreiniging veroorzaakt – ondergebracht in een tunnel. Daardoor verdwijnt de barrière en komt er ruimte voor een stadspark. Dat is een mooi voorbeeld van hoogwaardige landschappelijke inpassing. Daarnaast worden tijdens de bouw diverse duurzaamheidsmaatregelen genomen. Zo minimaliseert de projectorganisatie de transportbewegingen – en daarmee het energiegebruik en de uitstoot van CO2 – door zo veel mogelijk met lokale aannemers te werken en vrijkomende materialen zoals grond en sloopmaterialen in de directe omgeving te hergebruiken, bijvoorbeeld als onderlaag voor nieuwe wegen. Verder biedt de projectorganisatie scholing aan mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en geeft ze hen de mogelijkheid om binnen het project te werken. Daarnaast doet het project mee aan ‘het nieuwe draaien‘, een initiatief om het brandstofgebruik van bouwmachines te reduceren.