Voor de RijnlandRoute inventariseerden Erik Rutten van de provincie Zuid-Holland en Jaap Luiten van ingenieursadviesbureau Sweco alle te verleggen kabels en leidingen, maakten ze afspraken met beheerders en stelden ze kostenverdelingen op. Voor dit laatste ontwikkelde Sweco een praktisch instrument.

“Voor mij was het de eerste keer dat ik me met kabels en leidingen bezighield”, vertelt Rutten. “Van tevoren besefte ik niet hoe complex en belangrijk dit werkveld is. Wat dat betreft is er een wereld voor me opengegaan. Ik ben er inmiddels volledig van doordrongen dat je bij projecten in een vroeg stadium aan de slag moet met de verleggingsopgave en dat het grotendeels om mensenwerk gaat.”

Luiten die al jaren vanuit Sweco aan het project werkt als adviseur kabels en leidingen, herkent dit: “Alleen al het inventariseren van alle kabels en leidingen die verlegd moeten worden, is een megaklus die veel tijd kost. Voor de RijnlandRoute zijn we daar als projectorganisatie al in 2013 mee begonnen. Uiteindelijk hebben we ongeveer 1.300 objecten geïdentificeerd.”

De RijnlandRoute is een nieuwe wegverbinding naar de A4 bij Leiden. (Foto: Gasunie)

Categorieën

“Alle objecten hebben we ingedeeld in drie categorieën. In categorie 1 vallen risicovolle kabels en leidingen zoals hoofdtransportleidingen en hoogspanningskabels, die essentieel zijn voor de leveringszekerheid van de netwerken én het liefst al voor de aanbesteding verlegd dienen te zijn”, vertelt Luiten. “Voor het verleggen van deze leidingen, in totaal circa vijftien, waren wij als Sweco namens de opdrachtgever verantwoordelijk. Bij categorie 2 gaat het om hetzelfde type kabels en leidingen als bij categorie 1, maar deze infrastructuur kan pas worden verlegd als de opdrachtnemer voor de RijnlandRoute, aannemerscombinatie COMOL5, bepaalde werkzaamheden heeft uitgevoerd. Hij moet bijvoorbeeld eerst een tijdelijke weg aanleggen voordat hij ruimte kan maken voor het nieuwe leidingentracé. Bij dit project vallen ongeveer negentig kabels en leidingen in categorie 2. Voor deze kabels en leidingen hebben wij verleggingsplannen gemaakt en alle financiële en juridische afspraken vastgelegd. De coördinatie van de uitvoering hiervan ligt bij COMOL5.”

Categorie 3 ten slotte omvat alle overige kabels en leidingen, zoals telecomkabels, kleine waterleidingen, lagedrukgasleidingen en elektriciteitskabels. Voor het verleggen van deze circa 1.200 kabels en leidingen is COMOL5 verantwoordelijk, in overleg met de kabel- en leidingbeheerders.

Toekomstbestendig

“Voor het verleggen van leidingen in de categorie 1 en 2 hebben we vrij snel contact opgenomen met de leidingbeheerders, om samen met hen de verschillende mogelijkheden te onderzoeken”, vertelt Rutten. “In eerste instantie was ik verbaasd over de vaak wat terughoudende reactie van de beheerders: meestal beschouwen zij het laten liggen van de kabels en leidingen als de beste optie. Al vrij snel begreep ik hen echter beter. Ze hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid en willen niet dat de leveringszekerheid van hun product – gas, water, elektriciteit of data – in het geding komt door het verbreken van hun netwerken.”

Netbeheerders hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid en willen niet dat de leveringszekerheid van hun product in het geding komt.

“Tijdens de gesprekken hebben we steeds gezocht naar de maatschappelijk beste oplossing. Dat was niet altijd de goedkoopste oplossing. Zo hebben we in enkele gevallen – waarbij het verleggen complex zou zijn en veel tijd zou kosten – besloten om het ontwerp van de RijnlandRoute aan te passen zodat verlegging niet nodig was. Als verleggen de enige optie was, hebben we altijd gezocht naar oplossingen die toekomstbestendig zijn. Een beheerder moet bijvoorbeeld na de verlegging goed bij een leiding kunnen komen voor beheer en onderhoud. Ook wil je niet dat een leiding na een paar jaar voor een ander project opnieuw verlegd moet worden. Verder hebben we steeds gekeken of er slimme combinaties mogelijk waren. Denk aan het bundelen van verschillende kabels en leidingen en het combineren van uitvoeringswerkzaamheden.”

Nadat de projectorganisatie en de beheerders het eens waren over de oplossingsrichtingen en deze hadden vastgelegd in verleggingsplannen, heeft de projectorganisatie naar iedere beheerder een zogeheten verzoek tot aanpassing (VTA) gestuurd. Luiten: “Een VTA is het formele verzoek om een kabel of leiding te verleggen. Er staat in dat de vergunning voor de oorspronkelijke ligging wordt ingetrokken, wat erop neerkomt dat de beheerder moet gaan verleggen. Op basis van de verleggingsplannen zijn de beheerders de verleggingen gaan uitwerken om te komen tot een plantekening, kostenraming en planning.”

Er vonden ook gestuurde boringen plaats voor het verleggen van kabels en leidingen. Dat betekent dat met een boorinstallatie een boorgang wordt gemaakt, waarna de leiding door deze gang wordt getrokken. (Foto: Sweco)

Veel uitzoekwerk

Rutten: “Naast toezicht houden op de voortgang van de verschillende werkzaamheden van de netbeheerders, waren er voor ons als projectorganisatie toen nog twee belangrijke klussen. De kostenramingen van de beheerders beoordelen en het bepalen van de schadevergoedingen. De kosten die kabel- en leidingbeheerders maken, komen onder voorwaarden voor schadevergoeding in aanmerking. Het vaststellen van dit soort vergoedingen vereist veel kennis en expertise. Er zijn namelijk vele regelingen voor het vaststellen van financiële compensatie. Zo heeft de provincie een eigen nadeelcompensatieregeling, evenals Rijkswaterstaat en de meeste gemeenten. Je moet dus eerst kijken wie de grond beheert waarin een kabel of leiding ligt. Is dat bijvoorbeeld de provincie of Rijkswaterstaat? Vervolgens moet je aan de hand van de betreffende compensatieregeling de vergoedingen bepalen.”

Luiten vult aan: “Dat vergt veel uitzoekwerk. De compensatieregeling van Rijkswaterstaat hanteert bijvoorbeeld verschillende vergoedingen voor kabels en leidingen die infrastructuur kruisen, en kabels en leidingen die hier parallel aan liggen. Verder moet je controleren of beheerders in het verleden zakelijk recht hebben gevestigd op een kabel of leiding, bijvoorbeeld omdat een kabel of leiding bij aanleg door particuliere grond liep. Als er sprake is van zakelijk recht, krijgen beheerders meestal de werkelijk gemaakte verleggingskosten volledig vergoed, terwijl ze anders in ieder geval de in- en uitbedrijfstelling en de materiaalkosten voor hun rekening moeten nemen.”

“Om voor iedere verlegging snel tot een duidelijke kostencompensatie te komen, hebben we in een geografisch informatiesysteem alle juridische eigendomssituaties en de ligging van kabels en leidingen gecombineerd. Aan de hand daarvan kunnen we geautomatiseerd voor elk stuk kabel of leiding de schadevergoeding berekenen op basis van de geldende nadeelcompensatieregeling. Deze zorgvuldigheid is niet alleen voor de projectorganisatie belangrijk – de schadevergoedingen in het project RijnlandRoute lopen in de miljoenen – maar wordt ook gewaardeerd door de kabel- en leidingbeheerders. Immers, ze kunnen direct zien hoe de kostencompensatie is berekend. Ook aannemers zijn geïnteresseerd in deze snelle methode. Dat is niet vreemd als je ziet dat ze bij dit soort grote projecten compensatievergoedingen voor honderden kabels en leidingen moeten bepalen.”