In december 2012 stond het relatiemagazine van de Amsterdamse Dienst Ruimtelijke Ordening in het teken van de ondergrond. Was het zomaar een thema of zit er meer achter? Dat laatste, zo blijkt uit een gesprek met initiatiefnemer Frans Dubbeldam (DRO) en medeauteur Michiel Wentholt (Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer, DIVV).

Sinds 1994 brengt de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) van gemeente Amsterdam ongeveer acht keer per jaar het relatiemagazine PLAN Amsterdam uit. Telkens heeft het blad een ander thema. Het laatste nummer van 2012 richtte zich op de ondergrond van Amsterdam, met artikelen over de eigenschappen en functies, trends en ontwikkelingen, en de manier waarop in de hoofdstad wordt omgegaan met de ondergrond. Frans Dubbeldam, planoloog bij DRO, was een van de drijvende krachten achter de uitgave. “We hebben PLAN Amsterdam aangewend als middel om verder te komen op het gebied van ondergronds ruimtegebruik. We wilden laten zien dat de ondergrond één geheel is, dat allerlei vakgebieden hier samenkomen. Het magazine moet vooral oproepen tot nadenken, zodat de verschillende gemeentelijke disciplines naar elkaar gaan luisteren”, vertelt Dubbeldam.

PLAN Amsterdam kent ongeveer twaalfhonderd abonnees en wordt daarnaast verspreid via conferenties. De lezers zijn onder andere gemeentemedewerkers, politici en professionals op het gebied van ruimtelijke ordening. Het blad gaat in op de stedelijke ontwikkelingen binnen Amsterdam met als doel kennisdeling en visieontwikkeling te bevorderen.
>> Naar de PLAN Amsterdam over de ondergrond

 

 

 

 

Een van de betrokken disciplines is Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (DIVV), waar Michiel Wentholt werkzaam is als adviseur bij Bureau Stadsregie. Wentholt schreef in PLAN Amsterdam over het Coördinatiestelsel. Via dat samenwerkingsverband wordt al sinds 1924 regie gevoerd op werken in de openbare ruimte. Wentholt licht toe: “De meeste projecten zijn verplicht om zich bij het Coördinatiestelsel te melden. Daar stemmen we projecten met elkaar af, proberen werk te combineren en bekijken de impact op onder meer bereikbaarheid en veiligheid. Wat betreft de ondergrond richt het Coördinatiestelsel zich met name op kabels en leidingen. Er zitten netbeheerders en wegbeheerders aan tafel, zodat we in een vroegtijdig stadium afspraken kunnen maken. Het Coördinatiestelsel vormt een fysieke ontmoetingsplek, een plek waar we elkaars belangen kunnen leren kennen.”

Breder

Sinds kort worden er binnen het Coördinatiestelsel ook andere onderwerpen dan kabels en leidingen behandeld. Dat gebeurt in het Planvormingsoverleg, een onderdeel dat erop is gericht om in een vroeg stadium – tijdens de planvorming – de consequenties van bouw- en infraprojecten voor de ondergrondse infrastructuur in beeld te brengen. Hierbij wordt nu ook een quickscan gemaakt van onderwerpen zoals archeologie, bodemverontreiniging, bomen, explosieven, energiekeuzes en grondwater. Dubbeldam heeft zich samen met anderen hard gemaakt voor deze quickscan: “Als er nu een project wordt behandeld, buigen mensen uit zes sectoren zich over het project. Dan krijg je echt een totaalplaatje.”

Wentholt: “Je merkt dat netbeheerders behoefte hebben aan verbreding, ze realiseren zich dat er winst te behalen is als er meer en beter wordt samengewerkt met andere beleidsonderwerpen. Laatst werd er bijvoorbeeld onverwacht verontreinigde grond aangetroffen bij wegwerkzaamheden in een winkelstraat. Het project liep vertraging op, de straat bleef langer onbereikbaar en er kwamen klachten van lokale ondernemers. Dan zie je dat het onvoldoende meenemen van andere beleidsonderwerpen vervelende consequenties heeft.”

 

 

 

 

De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in het bestaan van bodemverontreiniging: van groen/schoon naar rood/sterk vervuild. (Kaart: DMB i.o.v. Stichting Amsterdam Ondergronds)

 

Wentholt hebben daarom ook op het gebied van bodemverontreiniging naar samenwerking gezocht. Dubbeldam: “Als Waternet gaat graven, bijvoorbeeld voor onderhoud aan rioleringen, dan nemen ze grondmonsters omdat ze niet in vervuilde grond mogen werken. De waarnemingen houden ze bij op tekeningen, waardoor ze een goed beeld hebben van de bodemverontreiniging in Amsterdam. Door de quickscan is het bodembureau van Waternet nu beter aangesloten op het Coördinatiestelsel. Netbeheerders hebben zo ook profijt van de informatie en Waternet kan haar eigen projecten beter afstemmen met de gemeente, bijvoorbeeld als het gaat om bodemsaneringen.”

“Er zijn al veel gegevens; het gaat er vooral om hoe je die gegevens inzichtelijk kunt maken”, zegt Wentholt. “Het Bureau Stadsregie registreert projecten in het Coördinatiesysteem Openbare Ruimte Amsterdam (CORA). Nu is dat systeem met name gericht op wegwerkzaamheden, maar het lijkt ook geschikt om data van de ondergrond mee te ontsluiten. Je zou de gegevens van de quickscan bijvoorbeeld via lagen in CORA inzichtelijk kunnen krijgen. We zijn daar nu de mogelijkheden van aan het onderzoeken.”

Dubbeldam: “Door het maken van zo’n PLAN Amsterdam over de ondergrond worden mensen gedwongen om uit hun hokje te komen. Zo wordt het steeds normaler om breed over de ondergrond te denken.” Wentholt beaamt dat: “Het blad attendeert projecten op de vele thema’s die spelen in de ondergrond, en dat met elkaar samenhangt. De werelden van het ondergronds bouwen en de bodemecologie zijn in praktijk nog erg gescheiden. Het is goed om te zien dat deze grens in het blad vervaagt.”