Topconsortium voor kennis en innovatie (TKI)

Het onderzoek dat in COB-verband plaatsvindt, kenmerkt zich door nauwe samenwerking tussen publieke en private organisaties. Bovendien richt al het onderzoek zich op nieuwe kennis en innovaties voor toepassing in de praktijk. Om deze redenen kan het COB via het TKI Deltatechnologie rekenen op extra financiering vanuit de overheid.

In 2011 is de Nederlandse overheid gestart met het vormen van zogeheten topsectoren: vakgebieden waarin Nederlandse organisaties op internationale schaal uitblinken. Topsectoren hebben een of meerdere topconsortia voor kennis en innovatie (TKS’s). Binnen een TKI zoeken ondernemers en wetenschappers naar manieren om vernieuwende producten en diensten naar de markt te brengen. Dat doen ze met fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan. Voor dit onderzoek kunnen de organisaties via het TKI extra financiering krijgen, de PPS-toeslag (toeslag voor publiek-private samenwerking).

Grondslag

Het tunnelprogramma van het COB is in 2021 erkend als onderzoeksprogramma dat in aanmerking komt voor PPS-toeslag via het TKI Deltatechnologie. De hoogte van de toeslag hangt af van de investeringen van de private deelnemers: voor elke euro die privaat wordt geïnvesteerd, legt de overheid 30 cent bij. In het geval van het tunnelprogramma investeren veel participanten met uren. Om te bepalen hoeveel subsidie dit oplevert, mogen de uren uitgedrukt worden in geld (elk uur is 60 euro waard). Op die manier kwam het COB in 2021 uit op een ‘grondslag’ van 281.492 euro. Na de afdracht aan TKI Deltatechnologie blijft 250.360 euro over om in te zetten voor nieuw publiek-privaat toegepast/wetenschappelijk onderzoek.

Inzetproject: COB-FT1

Voor het inzetten van de TKI-subsidie werkt het COB samen met de TU Delft. Het zogeheten ‘inzetproject’ COB-FT1 richt zich op de vervangings- en renovatieopgave voor tunnels. Het inzetproject vormt de eerste fase van het overkoepelende onderzoeksprogramma Future proof tunnels.

De doelstelling van COB-FPT1 is de kennis van de veroudering van tunnels een wezenlijke stap verder te brengen en een solide basis op te bouwen voor een optimale renovatiestrategie. Het gaat om het vullen van de kennisleemtes rond drie thema’s, die van het grootste belang zijn voor het ontwikkelen van de strategie:

  • Verkrijgen van betere informatie: ontwikkeling van deformatiemonitoringsmethoden met hogere frequenties en langs meer vrijheidsgraden, en ontwikkeling van betrouwbare monitoring van materiaaldegradatie.
  • Beter inzicht in interacties tussen tunnel en omgeving: toepassing van geavanceerde data-analyse, ontwikkeling van modellen voor degradatie van tunnelmaterialen, en ontwikkeling van realistische 3D-modellen van tunnels, tunnelcomponenten, ondergrond en hun wederzijdse interacties.
  • Beter inzicht in restlevensduur: modelberekeningen voor segmentvoegen.

Er zijn vijf deelprojecten geformuleerd voor de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe kunnen tunneldeformatie en alle afzonderlijke omgevingsfactoren continu worden gemonitord?
  2. Welke omgevingsfactoren spelen een (kritieke) rol in deformatie?
  3. Hoe wordt de deformatie en restlevensduur van segmentvoegen (met kraagconstructie) beïnvloed door interacties met de ondergrond?
  4. Hoe kunnen alle tunnel-omgevinginteracties worden gevat in een 3D model?
  5. Hoe verloopt materiaaldegradatie in tunnels?

De resultaten uit de deelprojecten bieden  belangrijke hulpmiddelen voor tunneleigenaren, ingenieursbureaus, aannemers en specialistische dienstverleners. De kennis en methoden die in dit project worden ontwikkeld, zijn van toepassing op alle 37 zinktunnels in Nederland en de circa 150 zinktunnels wereldwijd. Gezien de zeer hoge indirecte economische kosten van tunnelrenovaties leiden de resultaten tot grote besparingen door de optimalisering van onderhoud. De verwachte indirecte besparing per tunnelproject ligt in de ordegrootte van tientallen miljoenen euro’s. De ontwikkelde kennis en systemen zijn tevens toepasbaar in internationale projecten en leveren daardoor exportkansen op voor Nederlandse bedrijven. Hoewel het project uitgaat van zinktunnels, zijn de resultaten van waarde voor tunnels en kunstwerken in brede zin.