Evolutiepad naar uniformiteit

Het project Evolutiepad naar uniformiteit werkt toe naar een roadmap voor de tunnelsector over hoe je kunt organiseren dat tunnels, bijvoorbeeld in een land, regio, corridor of stad, meer op elkaar gaan lijken qua techniek en beheerinformatie, zodat ze, dankzij een programmatische aanpak, gemakkelijker beheerd kunnen worden. De deliverables die voortkomen uit dit evolutiepad worden opgenomen in het groeiboek Renoveren.

In de huidige praktijk wordt elke tunnel afzonderlijk ontworpen, gebouwd of gerenoveerd. Hierdoor zijn de technische oplossingen aannemer-specifiek, met als gevolg dat elke tunnel er anders uitziet en er onvoldoende synergie gevonden kan worden voor de beheerder om meerdere tunnels in een beheergebied efficiënt te onderhouden. Als er meer uniformiteit ontstaat wordt de sector efficiënter voor zowel opdrachtgevers, beheerders als marktpartijen. Iets dat met name wenselijk is met het oog op de grote renovatieopgave die op handen is en de stijgende krapte op de arbeidsmarkt.

Doel van het project

Het idee is dat meer uniformiteit op meerdere fronten winst oplevert. De beheerder kan gebruik maken van standaard informatie en documentatie en grijpt minder vaak mis, waardoor een kwaliteitsslag gemaakt kan worden in het niveau en de diepgang van het assetmanagement. Uitvragen worden meer standaard en beter toetsbaar, hierdoor zijn er minder interpretatiediscussies en meer zekerheid in de planning van ontwerp- en toetsproces. De opdrachtnemer is minder tijd en geld kwijt voor proces aan de voorkant, er is minder discussie over interpretaties van eisen, meer zekerheid dat het ontwerp voldoet en snellere toets- en testprocessen. De bediening is standaard conform 3BT, de onderliggende LFV’s/Installaties blijven gelijk, waardoor ook de iFAT opstelling voor meerdere tunnels herbruikbaar is. Tevens heeft het voordelen voor de onderhoudbaarheid.

Plan van aanpak

Blok 1: Wat de assetmanager zou moeten eisen bij een tunnelrenovatie. Te denken valt aan uniforme benamingen en coderingen en daaraan vasthouden (per beheerder), metadata van objecten concreet vaststellen zodat vanuit het ontwerp daarop gestuurd wordt richting oplevering/overdracht B&O en vanuit uniformiteit werken aan verbetering van assetmanagement.

Blok 2: Wat het project/programmateam moet uitwerken voorafgaand aan een aanbesteding. Denk hierbij aan systeemarchitectuur als referentieontwerp opbouwen en wellicht voorschrijven in tenderfase, tunneleisen LTS of andere tunnelstandaarden op voorhand decomponeren in werkpakketten en verificatieplannen, complexe uniforme ontwerpbesluiten als eis opnemen tijdens de tenderfase (vb energie/ventilatie), technisch standaardiseren van koppelvlakken (fysiek en logisch) en kritieke componenten zoals vluchtdeuren, concept ombouwplannen door experts laten reviewen op bouwbaarheid in relatie tot het referentieontwerp en afwijkingen/risico (lessons learned) implementeren in volgende tunnel (als eis opnemen).

Blok 3: Wat een project/programmateam samen met de opdrachtnemer(s) moet realiseren na aanbesteding. Het specifieke tunnelontwerp maken, waarbij eventuele afwijkingen hiervan in een expliciet proces in de driehoek assetmanager – programmateam – opdrachtnemer worden besproken en besloten. Afwijken van a) tm i) alleen als het echt niet anders kan.

Het evolutiepad wordt gaandeweg getoetst bij/door AWA, ProRail, PTZ en Wegtunnels Vlaanderen.

v.l.n.r Bart Ranke, Jan Holsteijn, Arjan Tromp en Rob Riemens. Foto: COB